Ansie's Website



 

Kwallen

 

Iedereen die dit leest heeft natuurlijk wel eens gezwommen en gewandeld in het ondiepe zeewater vlak voor het strand. Als je dat doet dan ben je nooit alleen. Hiermee worden niet alleen andere mensen bedoeld die ook op die mooie dag een bad nemen, maar bedoeld is dat er ook talloze dieren in het ondiepe zeewater rondom je voeten leven. We kunnen alle dieren op onze aarde in een stuk of 7 stammen indelen en langs het strand treffen we van iedere stam wel een vertegenwoordiger. Probeer dat maar eens in een bos, weiland of moeras, daar is veel minder variatie. 

 

Kwallen zijn heel eenvoudig gebouwde dieren die de biologen bij de groep van de 'holtedieren' hebben ingedeeld. Bij deze holtedieren horen bijvoorbeeld ook de Anemonen en de Koralen. Eigenlijk bevindt zich in het klokvormige lichaam van de kwal een grote centrale holte waarbinnen zich alle processen afspelen om het dier in leven te houden en voort te laten planten. Er is maar een opening naar buiten toe die voor voedselopname en uitscheiding dient. Deze opening zit aan de onderkant van de kwal, precies in het midden.

 

Rond de mondopening zijn 4 ‘mond-armen' geplaatst. Bij sommige soorten groeien er vanaf de rand van de klok nog lange tentakels (een soort slierten). Alle kwallen hebben 'netelcellen'. Dit zijn celletjes waarin een harpoentje ligt opgerold. De cel is afgesloten met een dekseltje. Als de cel wordt aangeraakt dan springt het deurtje open en schiet het harpoentje naar buiten. De harpoentjes bevatten gif om prooidiertjes te verlammen of te doden. Bij sommige soorten langs het strand is het gif zo werkzaam dat wij mensen er huiduitslag en jeuk door krijgen. In tropisch water, bijvoorbeeld bij Australie, komen kwallen voor die zelfs dodelijk voor mensen zijn. De netelcellen kunnen over het hele lichaam verspreid zijn, maar zijn altijd als batterijen kanonnetjes opgesteld op de tentakels rond de mondopening. Alle kwallen zijn roofdieren die hun prooi met de tentakels in de mond brengen.

 

De voortplanting bij kwallen verloopt zeer bijzonder. De kwallen die wij kennen leggen eitjes die bevrucht worden. Uit zo'n bevrucht eitje ontstaat eerst een kleine 'poliep'. Dit is een soort geleiachtig torentje van ongeveer 1 centimeter groot. Dit poliepje zit vast op een plant of schelp. In bepaalde maanden van het jaar laten er vanaf de top van het torentje steeds schoteltjes los. Deze kleine schoteltjes zijn de jonge kwalletjes die in een paar maanden uitgroeien tot de grote kwallen die wij op het strand vinden.

 

Vaak zie je een bepaalde kwallensoort plotseling heel veel tegelijk bij het strand. Dit komt dus omdat de kleine poliepjes een paar maanden terug allemaal tegelijkertijd schoteltjes afgesnoerd hebben waaruit de kwallen gegroeid zijn.

Het herkennen van de 4 grootste en meest voorkomende kwallen is niet erg moeilijk.

 

 

Oorkwal

 

 

Deze kwal komt meestal in het voorjaar voor. Hij is vrij kleurloos en kan 30 cm. groot worden. De netelcellen zijn niet agressief voor mensen en bovendien hebben ze maar weinig netelcellen. Herkenbaar is de Oorkwal aan de vier oorvormige ringen die in het lichaam zichtbaar zijn. Dit zijn de voortplantingsorganen.

Oorkwallen zijn platte, meestal kleurloze kwallen, die tot 30 cm in doorsnede kunnen worden. Ze hebben korte tentakeltjes aan de rand van de schijf en vier korte vangarmen rond de mond. Ze danken hun naam aan de ingewanden, die er uit zien als 'oren'. Deze zijn bij de mannetjes wit en bij de vrouwtjes roze. Ze komen zeer algemeen voor in de Noordzee. In vrijwel elke zee, van poolzee tot aan de evenaar kunnen oorkwallen gevonden worden. In het voorjaar is er vaak sprake van een invasie van oorkwallen die op het strand aanspoelen. Oorkwallen steken niet. Ze leven van plankton en soms eten ze ook wel wormen, kleine kreeftjes en kleine vissen.

 

 

Blauwe zeepaddestoel

 

 

Deze soort heeft geen tentakels vanaf de rand, maar wel acht dikke en stevige armen rond de mondopening. Het lichaam is erg bol, bijna als een voetbal waar een plakje afgesneden is. De kleur is lichtblauw en ze kunnen wel 50 cm. groot worden. Het netelgif is niet agressief.

 

 

Blauwe haarkwal

 

 

Meestal is deze kwal blauw van kleur, maar soms ook wei geel of rood. Hij is herkenbaar aan de ontzettend vele tentakels die rondom het lichaam hangen. Deze zitten vol met netelcellen, waardoor de Blauwe haarkwal wel de meest 'vervelende' kwal aan ons strand is. De blauwe haarkwal is een middelgrote (tot 30 cm in doorsnede), platte kwal. Ze zijn meestal blauw, maar er komen ook gele of rode exemplaren voor. Aan de rand van de schijf zitten lange haarachtige tentakels, die gemeen kunnen steken. In het water kunnen de tentakels wel een oppervlakte van vijf       vierkante meter bedekken. Nederlandse kust. Ongelukkig genoeg komen blauwe haarkwallen vooral met oostenwind voor de kust. Dan is het meestal ook juist goed strandweer. Strandexploitanten raken maar nooit gewend aan dit verschijnsel. Elk jaar dat er een kwalleninvasie is, "is het nog nooit zo erg geweest"

 

 

Rode haarkwal

 

 

De rode haarkwal is een grote (tot 50 cm in doorsnede),             platte kwal. De kleur zit ergens tussen geelachtig en      baksteenrood in. Aan de rand van de schijf zitten lange     haarachtige tentakels, die gemeen kunnen steken. Rode    haarkwallen zelf zijn vrij zeldzaam in de Noordzee, maar    roodachtige exemplaren van de blauwe haarkwal worden            vaak voor de rode haarkwal aangezien. Blauwe en rode haarkwallen zijn niet op basis van hun kleur te onderscheiden. Een beter kenmerk is de spierstructuur. Bij de blauwe haarkwal loopt de kringspier over de radiale spieren heen, bij de rode is de kringspier duidelijk onderbroken door de radiale spieren. De radiale spieren lijken op luxaflex, en de kringspier op kozijnranden; De blauwe haarkwal "heeft luxaflex voor alle ramen tegelijk", de rode "heeft luxaflex voor elk raam apart".

 

 

De kompaskwal

 

 

 

De kompaskwal is middelgrote (tot 30 cm in doorsnede), platte kwal. De lichaamsschijf is doorschijnend met een bruine rand en (vaak) een V-vormige tekening vanuit het midden, die aan een windroos doet denken. Ze hebben vrij lange rand-tentakels, waaraan zwemmers zich kunnen prikken. Rond de mondopening staan lange vangarmen. De kompaskwal komt algemeen voor in de Noordzee en spoelt soms (vooral in de nazomer) massaal aan op het strand. De kwal leeft van plankton. Een kompaskwal begint zijn leven als mannetje. Daarna wordt de soort tweeslachtig om uiteindelijk vrouwelijk te worden. In de periode van tweeslachtigheid kan de kwal zichzelf bevruchten en zo klonen voortbrengen.

 

 

zeepaddestoel

 

 

De zeepaddenstoel is een bolle kwal, die tot 50 cm in         doorsnede kan uitgroeien. Ze zijn meestal lichtblauw.       Kenmerkend zijn de acht lobben, die vanaf de mondopening         naar beneden hangen. Randtentakels ontbreken. Zeepadden-  stoelen prikken niet. Ze komen zeer algemeen voor in de     Noordzee, en spoelen, vooral in het najaar, vaak massaal aan op het strand. Zeepaddenstoelen leven van plankton.

 

 

De zeedruif

 

 

Zeedruifjes behoren tot de ribkwallen. Ze worden, zoals hun naam al zegt, ongeveer zo groot als een druif (tot 3 cm). Zeedruiven vangen kleine planktondiertjes met behulp van twee lange tentakels met kleverige haren. Vooral in het voorjaar kan het kustwater van de Noordzee vol zitten met zeedruifjes, die dan ook massaal kunnen aanspoelen op het strand. Een zeedruif heeft geen netelcellen en kan daarom niet prikken.

 

 

De meloenkwal

 

 

De meloenkwal is een soort ribkwal, die zich met trilplaatjes langs de randen voortbeweegt. Ze zijn wat groter dan zeedruifjes en veel slapper van structuur. Meloenkwallen hebben een grote ronde opening aan de onderkant. Ze verschijnen meestal in het voorjaar, als er ook veel zeedruifjes zijn. Ze voeden zich voornamelijk met zeedruifjes.

 

 

Fotogalerij

 

 

 

 

 

 


 

 


 

      



 

Jim Warren, Artist
Luvdalot Graphics & Design
©Luvdalot Graphics & Design, 2003-2005