Alles over bier

 

 

Iedereen heeft zo zijn eigen smaak wat bier betreft, het  liefst drink ik zelf Grolsch, maar over smaak valt te twisten. Het is met deze economie ook niet voor iedereen betaalbaar, om iedere avond van zijn lievelingspilsje te genieten en daarom wordt het ook  wel eens voor mij eens supermarktmerk. Dit is ook niet altijd minder slecht en vaak een goed merk onder een andere naam.

 

Brouwmeester
      

Alcohol 5%

Soort Pilsner

Bijzonderheden Geen

Het moederbier is Bavaria Pilsner


 

 

In ieder geval heb ik op deze site wat leuke dingen voor u samengesteld die met Bier te maken hebben. Ik zou zeggen veel plezier ermee en kom af en toe eens kijken.

 

 

 

De oudheid
Bier maakt deel uit van onze oudste producten. Men situeert zijn herkomst tegen 8.000 v. J.C. in Palestina, dus zo’n 10.000 jaar geleden. Het werd verkregen door gerstbrood te laten weken in water. De Soemeriërs hadden al een tiental types bier ontwikkeld. De Babyloniërs brachten nog meer verscheidenheid met tenminste 34 geïnventariseerde verschillende biersoorten. Iets later bestonden er bij de Egyptenaren al echte staatsbrouwerijen, waaruit blijkt dat er een alleenrecht op bier was. Deze “gerstewijn” werd gebruikt als offerande aan de goden. Farao Ramses II, bijgenaamd de « brouwersfarao », kondigde zeer strenge regels af betreffende deze drank.



Bier kwam tegen 5000 – 4800 v. J.C. via twee stromingen Zuid Europa binnen : de Danubische stroom (Oost Europa) en de Mediterrane stroom (Zuid Frankrijk). In tegenstelling tot wat men vaak denkt werd bier al erg vroeg gefabriceert en gedronken in Griekenland en Rome, waarna, en dat is waar, het gedeeltelijk werd vervangen door wijn. De Romeinen mochten dan meer op wijn zijn gesteld, bier werd wel degelijk gewaardeerd en met name in de noordelijke streken, waar de gerst beter gedijde dan de wijnrank. In een Gallisch Romeinse villa zijn overblijfselen aangetroffen van een brouwerij uit de 3de, 4de eeuw. Bij de oude Galliërs werd de “cervoise” in het gezin gemaakt door de vrouwen. Het zijn de Galliërs die de gebakken stenen potten vervangen door de houten tonnen. Zij noemden mout “brace”.
Na de val van het Romeinse Rijk nam de Kerk de controle over de landerijen over. De monniken interesseerden zich voor deze drank en elke abdij leek over brouwerijen te beschikken. Maar ook herbergen, kastelen en in de gezinnen werd bier gedronken.

 

 

De Middeleeuwen
Zelfs na de invasie van de barbaren is het brouwen van bier nooit uit onze streken verdwenen. Vanaf de 7de en 8ste eeuw drinken de eerste kloostergemeenschappen bier, dat dan een volksdrankje is. In die tijd leefden de monniken zoals het volk, maar wel afzijdig van het volk. In de Maasstreek is er van het oudst bekende klooster, dat van Grand-Axe, nog een geschreven spoor uit 805.

Zoals al vermeld, bezaten de eerste Belgische kloosters al stuk voor stuk een brouwerij. Dat was ook het geval in Villers-la-Ville, waar de monniken zich in 1146 vestigden. Zij bouwden daar een enorme abdij, waarbij ze zich lieten inspireren door de architectuur van Cîteaux (wieg van de cisterciënzers). Tijdens de eerste helft van de 13de eeuw werd de brouwerij in Romaanse stijl gebouwd. Door de godsdienstoorlogen en de Franse revolutie werd de abdij verwoest. In diezelfde tijd ontstonden de gilden, die tot doel hadden de kwaliteit van de producten en het respecteren van de tradities te handhaven door strenge vastgelegde regels. In de 14de en 15de eeuw komen er steeds meer brouwerijen. Bier wordt een volksdrank. In die tijd was het aangeraden bier te drinken in plaats van water. Door de bereidingswijze bevatte bier geen ziektekiemen, in tegenstelling tot water, dat vaak de oorzaak was van het overbrengen van epidemieën zoals cholera, pest…

In de 16de eeuw was de Renaissance een gouden tijd voor brouwers.

Hun gilden waren dan ook rijk. In Brussel kochten de brouwers van de verarmde Tapijtwerkers het onderkomen van de « Arbre d’or », tegenwoordig het « Huis van de Brouwers » op de Grote Markt. Ze restaureerden en verfraaiden het in de 17de eeuw. Nadat het door de bombardementen op Brussel door maarschalk Villeroy totaal werd vernield, werd het met enorme kosten in de 18de eeuw herbouwd met een gevel, die ook nu nog bewonderd kan worden. Nadat het door de Franse revolutionairen was verkocht, werd het in 1954 na verschillende nauwgezette veranderingen weer het « Huis van de Brouwers ».

 

 

Van de 17de eeuw tot de Tweede Wereldoorlog


In de 17de eeuw verschijnen een groot aantal verschillende biersoorten in onze regio’s. Zij kenmerken zich door de gebruikte ingrediënten en de hoeveelheid water. De kleine brouwerijen floreren. Methodes om bier lang te bewaren bestaan nog niet en elk dorp heeft zijn eigen brouwerij.

Aan het eind van de 18de eeuw blijkt dat de Franse revolutie geen heilzame werking heeft gehad op ons brouwerserfgoed. Buiten het feit dat zij een einde heeft gemaakt aan de brouwersgilden, is zij ook verantwoordelijk voor de verwoesting van vele kloosters en abdijen, waardoor er een eind kwam aan heel wat brouwersactiviteiten. Met de komst van Napoleon kwamen de brouwersactiviteiten weer tot leven, omdat de economie in zijn geheel uit het slop raakte. Deze activiteiten zijn niet langer alleen voorbehouden aan monniken, maar zullen een echte industrie gaan vormen.

Aan het eind van de 19de eeuw zorgen de ontdekkingen van Louis Pasteur (1822-1895) betreffende het gisten en conserveren van voedsel via « pasteurisatie» ervoor dat de brouwerijen een nieuwe weg inslaan. Die ontdekkingen vormen tevens de basis voor een betere kwaliteit van het bier en dat zowel op het gebied van smaak (verschillende soorten gist geven verschillende smaken), als op het gebied van het conserveren ervan. Tegen 1900 zijn er 3223 officiële brouwerijen in België, waaronder brouwerij Wielemans in Vorst (Brussel) die, op Europees gebied, werd beschouwd als de grootste en modernste. De Grote Brouwerij van Koekelberg, eveneens in Brussel, brouwde het eerste bier met lage gisting (pils) in 1886.

Na de Eerste Wereldoorlog neemt het aantal brouwerijen enorm af. In 1920 zijn er nog maar 2013 over. Door een gebrek aan mankracht en grondstoffen is de productie onmogelijk. Zij die het werk hervatten moeten zich mechaniseren. In de 30er jaren wordt het er door de economische crisis niet beter op en de door de Tweede Wereldoorlog loopt het aantal nog meer terug. Het resultaat is dat België in 1946 nog maar 755 brouwerijen telt. Van de Tweede Wereldoorlog tot heden Na de Tweede Wereldoorlog neemt het aantal brouwerijen nog meer af. De kleine zijn verdwenen of opgekocht door de grotere. In 1983 zijn er nog maar 134 in werking. Momenteel zijn er wat betreft het bier brouwen twee tendensen te bespeuren: op mondiaal niveau de enorme fusie van grote brouwerijgroepen en op regionaal niveau de opleving van kleine en middelgrote brouwerijen , die gevarieerde producten ontwikkelen met een kwaliteit die verbonden is aan de streek. Op dit moment bestaan er in België een honderdtal brouwerijen met een gamma van ongeveer 500 verschillende types bier.

 

 

Ingrediënten


Een drank die men bier zou kunnen noemen is vrij gemakkelijk te maken. Goed bier brouwen is echter een andere zaak, hoewel de ingrediënten altijd dezelfde zijn :

 

Water
Laat niemand beweren dat hij bier drinkt omdat er water in is, hoewel zelfs het sterkste bier meer er voor meer dan dan 90% uit bestaat. Water een zeer belangrijke smaakcomponent. De meeste brouwers gebruiken bronwater, dat van nature uit verschilt van streek tot streek naargelang de bodem en de micro-organismen die erin leven. Tegenwoordig laten moderne installaties toe om het water voortdurend te controleren, wat een veel constanter product garandeert.

 

 

 

 

Gerst
Traditioneel wordt deze graansoort voor het brouwen van bier gebruikt. De korrel bevat ongeveer 65% zetmeel, ongeveer 10% eiwitten. De rest is water, mineralen, looistoffen (tannine) en vetstof. Zetmeel zorgt voor vergistbare stoffen (suikers), de eiwitten vormen voedsel voor de gist. Gerst is een 'gekleed' graan, wat wil zeggen dat het veel kaf heeft, dat in het brouwproces de eerste natuurlijke filter zal vormen. Afhankelijk van de marktprijs gebruiken brouwers ook een deel rijst of maïs, dat meer zetmeel, maar minder eiwitten bevat. Tarwe versuikert moeilijker, bevat veel meer eiwitten en is daardoor nauwelijks geschikt om zware bieren mee te brouwen. Bovendien is het gebruik ervan altijd merkbaar in het eindproduct.

 

 

Hop
Hop draagt door zijn samenstelling in grote mate bij tot de smaak van het bier, de schuimvorming en de bewaring. Voornamelijk de hopharsen geven de bitterheid aan het bier, terwijl de looistoffen in de hop voor een grotere schuimvastheid zorgen. Hop in het bier zorgt voor complexe aromatische stoffen, inzonderheid bij het gebruik van dry hopping, waar tijdens het brouwen na het koken extra hop wordt toegevoegd. Doordat hop een natuurproduct is verschilt de samenstelling en dus ook de bitterheid van jaar tot jaar. Brouwers die een constant product willen brouwen stappen meer en meer over op extracten, die bijzonder precies af te wegen zijn en altijd tot eenzelfde resultaat leiden.

 

 

Gist
Gist Zonder dit micro-organisme is bier niet meer dan een suikerige vloeistof. Gist, tegenwoordig in reincultuur gekweekt, zet het suikers om in alcohol en koolzuurgas. De gebruikte gist is zeer bepalend voor het eindproduct en is voor de meeste brouwerijen verschillend. Enkel de lambikbrouwers bekommeren zich niet om het kweken van gist : zij laten hun brouwel afkoelen in open lucht en laten zo de wildgisten uit de natuur toe om hun bier tot gisting te brengen.

Brouwers die enkel deze ingrediënten gebruiken (water, gerst, hop en gist) zijn trouw aan het zogenaamde "Reinheitsgebot" dat in 1516 werd opgesteld door Willem IV en Ludwig X, die op die manier de reputatie van het Beierse bier wilden verbeteren, daardoor de verkoop stimuleren en hun inkomsten uit de belastingen wilden verhogen. Ondanks de afschaffing van de wet onder druk van de Europese Gemeenschap blijven de meeste Duitse brouwers trouw aan hun oude recept - en blijft de consument er trouw aan zijn vertrouwde bier. Voor Belgische en Nederlandse brouwers gold deze wet uiteraard niet en hier viert de fantasie hoogtij. De enorme verscheidenheid aan bieren is hiervan uiteraard het directe gevolg.

 

 

 

Kruiden
Het gebruik van kruiden in bier is hier al een heel oude traditie, al moet worden gezegd dat vooral de laatste tientallen jaren het gebruik ervan is toegenomen, mede door de verschuiving in het koopgedrag van de consument die andere bieren dan de traditionele begon te prefereren. Zeer vaak gebruikt worden koriander, jeneverbes, en sinaasappelschillen. Avontuurlijke brouwers laten zich echter verleiden tot het gebruik van bloemen, mosterdzaad en nog andere smaakbepalers.

 

 

Fruit
Het gebruik van fruit in de productie van bier beperkt zich traditioneel tot zuid Oost-Vlaanderen (waar kriek- en frambozenbieren op basis van Oud Vlaams bruin worden gemaakt) en zuid-west Brabant (waar de lambikbrouwers sinds mensenheugenis hun vermaarde fruitbieren produceren). Recenter zijn ook andere brouwers begonnen met de productie van fruitbieren, meestal op basis van blonde bieren van hoge gisting.
Door de hoge kosten die gepaard gaan met het gebruik van echt fruit zijn de brouwers tegenwoordig genoodzaakt om veelal met siropen te werken. Enkel op kleine schaal kan nog echt fruit gebruikt worden. De smaak is totaal verschillend : waar siropenbieren sterke fruitaroma's hebben en gewoon zoet smaken, ontwikkelen de bieren met echt fruit een delicaat zurig-bitterig aroma en smaken veelal ook zurig-bitterig. Het fruit zorgt voor een prachtige kleur en een rijk boeket, wat dergelijke bieren tot ideaal aperitief maakt.

 

 

Bier kan volgens de gistingsmethode worden ingedeeld in drie hoofdtypes.
De lage gisting, de meest recente, levert het type bier dat pils of blond bier heet. Dit type vertegenwoordigt 90% van de wereldproductie. Pils is een helder goudkleurig en licht bier. Het is fris en heeft een bittere en geraffineerde smaak van hop.

De hoge gisting
, ouder en traditioneel, vormt de basis voor een groot aantal erg uiteenlopende bieren. In eerste instantie zijn er amberbieren, of « Speciale Belgische ». Dat zijn bieren die oorspronkelijk dezelfde dichtheid en hetzelfde alcoholpercentage hebben als pils. Hun amberkleur wordt verkregen door gebruik te maken van gekleurde of gearomatiseerde mout. Tegenwoordig is het alcoholpercentage iets hoger en worden ze beschouwd als typische bieren om te proeven.

 

Wit bier is niet gefilterd en troebel. Buiten gerstmout wordt er voor zijn productie niet gemoute tarwe en soms haver gebruikt. Bovendien worden er tijdens het koken koriander en sinaasappelschillen aan toegevoegd, om het zijn kenmerkende en verfrissende smaak te geven.
 


De Trappistenbieren zijn bieren die beschermd zijn door een eigen naam die hoort bij de orde van de cisterciënzers. Deze bescherming is gebonden aan zekere regels, waaronder het feit dat ze zijn gebrouwen onder controle van trappistenmonniken binnen de muren van hun abdij. Er bestaan diverse soorten : blond, dubbel, donker, tripel. Elk van de drie abdijen heeft zijn eigen recepten.
De andere abdijbieren hebben betrekking op vergunningen, toegekend aan niet geestelijke brouwers, waarvan het gedeponeerde handelsmerk refereert aan een bestaande of verdwenen abdij. Er bestaan verschillende types abdijbier: blond bier, dat zacht en licht gemout is, een neutrale of lichtzoete smaak heeft en vaak een erg bittere afdronk. En tenslotte is er de tripel, waarvoor de brouwer nog meer mout gebruikt en die een drievoudige gisting ondergaat, waarvan de laatste in de fles plaatsheeft.

 

Zwaar blond bier is vaak helder en wordt met een grote schuimkraag geserveerd. Het ondergaat een drievoudige gisting en wordt geproduceerd op basis van gearomatiseerde mout.
Seizoensbier, dat kenmerkend is voor Wallonië, en dan voornamelijk voor Henegouwen en Waals Brabant, is fruitig mousserend. Het ondergaat het droog hoppen en soms een tweede gisting op fles.
Regionaal en speciaal bier geven een beeld van de creativiteit en het vakmanschap van onze brouwers. Deze bieren zijn er in uiteenlopende types en worden gekenmerkt door hun productiewijze en de gebruikte ingrediënten (spelt, honing, Luikse stroop, mosterd,…)
Scotch, van angelsaksische oorsprong, is in de loop der jaren een specialiteit geworden van Waals Brabant en Henegouwen. Het bier wordt gekenmerkt door het gebruik van donkere of zelfs gebrande mout. Zijn zoete smaak komt door de toevoeging van kandijsuiker.

Door spontane gisting, specifiek voor de regio Brussel, ontstaat lambik. Lambik is een niet mousserend bier, zonder schuimkraag. Dit bier is het resultaat van spontane gisting, die te danken is aan de wilde gisten, die voorkomen in de Zennevalei. Door het opslaan in vaten van verschillende soorten hout ontstaat een waaier aan uiteenlopende smaken.
Gueuze wordt verkregen door de gisting die veroorzaakt wordt door een mengeling van niet volledig uitgegiste oude lambik en jonge lambik. Deze gisting geeft een mousserend en zuur bier, de « bierchampagne ».
Fruitbier bevat een mengsel van fruit (kersen voor de kriek) en lambik.
 

 

 

 

De traditionele kriek bevat 50 kg kersen op ongeveer 250 liter lambik. Dit mengsel rijpt 6 maanden op vat en geeft een bier met een fruitige, maar niet zoete smaak. De industriële methode doet een beroep op vruchtenextracten. Het resultaat daarvan is een zoeter fruitbier.
Faro is een lambik, waaraan kandijsuiker (soms karamel of siroop) wordt toegevoegd, om het bier een zoetere smaak te geven.

 


Het productieproces


Het mouten: het omzetten van gerstkorrels in mout
Dit proces heeft tot doel de gerstkorrels te laten ontkiemen, zodat ze kunnen worden gebruikt voor de bierfabricatie. De korrels worden ondergedompeld in water, waarin ze gedurende ongeveer vijf dagen ontkiemen, waarna het kiemproces wordt onderbroken en ze met warme lucht van ongeveer 65° C worden gedroogd (het eersten). Deze onderbreking is nodig om de mout verder te laten versuikeren. Al naar gelang van de droogtijd en –temperatuur krijgt de mout verschillende smaken en kleuren, die in de verschillende soorten bier worden teruggevonden. Het kiemen zorgt voor het ontstaan van enzymen, die tijdens het brouwproces het zetmeel omzetten in suikers en de eiwitten gedeeltelijk in o.a. aminozuren.

Het brouwen: de productie van wort
De moutkorrels worden eerst gemalen zodat ze sneller oplossen in water. Aan het moutmeel wordt warm water (35 tot 50° C) toegevoegd en dit beslag wordt geleidelijk opgewarmd tot 75° C. Bij deze temperatuur doen de enzymen hun werk en zetten zetmeel om in suikers en eiwitten in aminozuren (nodig voor de voeding van gist). Dit mengsel zorgt voor een heet, zoet en troebel vocht, dat er uitziet als thee. Hierna volgt de eerste filtratie, waarbij op natuurlijke wijze het kaf van de vermalen gerst dat op de bodem is achtergebleven, het vloeibare van de onoplosbare delen scheidt. Zo wordt een vloeistof, « het wort », verkregen. Het droge overblijfsel heet « hopdraf » en wordt over het algemeen gebruikt als veevoeder. Meestal wordt tot twee of drie keer toe warm water toegevoegd en de vloeistof gefilterd, om er zo veel mogelijk suiker uit te halen. Het gefilterde wort gaat vervolgens in kookketels, waar de hop wordt toegevoegd (110 tot 300 g/hectoliter). Al naar gelang van de hoeveelheid en de soort suiker kan men een honderdtal verschillende bieren maken. Door het koken wordt het wort gesteriliseerd en worden de enzymen vernietigd.
Het gisten: het toevoegen van gist
De gisting is de fase waarin de gist aan het afgekoelde wort wordt toegevoegd. Deze toevoeging zorgt ervoor dat suikers worden omgezet in alcohol en koolzuur en geven voor een belangrijk deel de smaak aan het bier.

België is het enige land dat drie types hoofdgisting kent, die zijn gebaseerd op het soort gist en de gistingstemperatuur:

De lage gisting van het type pils is via de Tsjechische stad Pilzen tot ons gekomen. Deze duurt 6 tot 10 dagen en wordt laag genoemd omdat de gist na verloop van tijd naar de bodem van de gistkuip zakt. Hiervoor wordt gist van het type Saccharomyces Carlsbergensis gebruikt, dat actief is tussen de 8 en 10° C. De hoge of traditionele gisting duurt maximaal 5 dagen en daarvoor wordt Saccharomyces cerevisiae gebruikt, dat het beste werkt bij hogere temperaturen (15 tot 25° C). Deze gisting wordt hoog genoemd omdat de gist naar het oppervlak van het wort drijft, waar het een dikke schuimlaag vormt.
De spontgane gisting (lambic, gueuze) is kenmerkend voor de regio Brussel. Deze gisting is afhankelijk van micro-organismen (wildgist, bacteriën… een honderdtal), eigen aan de atmosfeer van de Zennevallei. Na het koken wordt de lauwe vloeistof in de open kuipen onder de daken van de brouwerij gepompt. Het blijft daar een hele nacht afkoelen en geeft wilde gisten en bacteriën de gelegenheid hun werk te doen. De brouwer voegt dus zelf geen gist toe. Het product dat zo ontstaat, wordt lambik genoemd

De afwerking: de persoonlijke toets
Veel brouwers voegen verschillende stoffen toe om hun bier een kenmerkende smaak te geven. Deze toevoegingen maken deel uit van het « beroepsgeheim ». Onder deze stoffen kunnen, zonder er al te uitgebreid op in te gaan, worden vermeld: fruitstroop, verse vruchten, specerijen, kandijsuiker, honing…
Na de gisting van het wort moet het bier rijpen. Deze rijping of ondergisting duurt al naar gelang van het bier een week tot verschillende maanden (en zelfs 3 jaar voor de gueuze Cantillon). Het doel ervan is het bier te laten rijpen en helder te maken, door de gist de tijd te geven naar de bodem te zakken, de ontwikkeling van koolzuurgas, de verbetering van zijn geur. Vervolgens wordt het bier gefilterd, behalve voor bijvoorbeeld trappisten, die nagisten in de fles, waardoor de smaak nog kan verbeteren.

 

Bierspreuken

 

 

 

 

100 Bierspreuken

 

  1. Morgenstond heeft een kater in de mond.

  2. Als je hoort hoe het klokje thuis tikt, zit je niet in het caféé.

  3. Wie een kuil graaft voor een ander krijgt dorst.

  4. Als ma van huis is, komt het bier op tafel.

  5. Een biertje maakt nog geen dronkenschap.

  6. Beter een biertje in je hand, dan tien op de grond.

  7. De kater in de pot vinden.

  8. Waar gedronken wordt, vallen druppels.

  9. 't Bier niet opdrinken voordat het getapt is.

  10. Hoe meer biertjes hoe meer vreugd.

  11. Oost west, dorst gelest.

  12. De pils aan Maarten geven.

  13. Zoals het tapje thuis tapt, tapt het nergens.

  14. Joost mag het drinken.

  15. Als het bier gedronken is, sluit met de tap

  16. De glazen horen klinken, maar niet weten waar de tap is.

  17. Er zit een addertje onder m'n glas.

  18. Het twintigste pilsje is een daalder waard.

  19. Een pilsje in een zak kopen

  20. Leven als God in 't caféé

  21. Malt als bier verkopen.

  22. Wie het onderste uit z'n glas wil krijgen, krijgt het schuim op z'n neus.

  23. In ieder glas past een pilsje.

  24. Wie Amstel zegt, moet ook bier zeggen.

  25. Alleen voor bier komt de aap uit m'n mouw.

  26. In de kroeg gelogeerd zijn.

  27. Weten waar Abraham z'n bier haalt.

  28. Het bier bij de buren is altijd koeler.

  29. Iemand een biertje van eigen tap geven.

  30. Het was echt een bierdopje op z'n kant.

  31. Wie voor Amstel Malt geboren is, zal nooit Palm drinken.

  32. Men moet drinken uit de glazen die men heeft.

  33. Hoge glazen vangen veel bier.

  34. De pul bij het handvat pakken.

  35. Men kan nooit weten hoe een koe een pilsje opent.

  36. Men moet geen dode biertjes uit de tap halen.

  37. Ze praten over glazen en pullen.

  38. Dat is geen zuivere pils.

  39. De kogel is door de kroeg.

  40. In het land der Malt is Lingens koning.

  41. Hij heeft zijn ziel aan de Amstel Malt verkocht.

  42. Kleine pulletjes hebben grote oren.

  43. De regels aan z'n laarsje lappen.

  44. Vechten tegen de bierkaai.

  45. Malt verwijt Lingens dat hij soft is.

  46. bier om bier, malt om malt.

  47. het bier wordt nooit zo koud gedronken, als hij wordt getapt.

  48. Met een krat bier in huis vallen.

  49. Een ezel drinkt niet twee keer van dezelfde Malt.

  50. Van de Malt in de Lingens geraken.

  51. Met z'n neus in de schuimkraag vallen.

  52. 't Bier is niet voor de ganzen gebrouwen.

  53. Zelfs de beste drinker verslikt zich wel eens.

  54. 't Beste pilsje uit de kelder halen.

  55. Bier heelt alle wonden.

  56. Een pilsje in de kraag vatten.

  57. Bier naar de tap dragen.

  58. Bier maakt de man.

  59. Bier verzoet de arbeid.

  60. De pils uit de tap kijken.

  61. Bier is een goede dienaar, maar een slechte meester.

  62. Lekker bier wordt veel getapt.

  63. Eens gedronken blijft gedronken.

  64. Hij heeft te diep in het glas gekeken.

  65. Een goed caféé om de hoek is beter dan een verre brouwerij.

  66. Al het goede komt uit de tap.

  67. Goedkoop is maltkoop.

  68. Geen bier zonder schuim.

  69. Hier verdrinken er meer in het glas dan in de zee.

  70. 'T is niet alleen bier wat er getapt wordt.

  71. Eigen tap is goud waard.

  72. Roet in het bier gooien.

  73. De beste zuiplappen zitten thuis.

  74. Men drinkt het biertje nooit ver van de tap.

  75. Hij groeit op voor galg en krat.

  76. Wie het bier niet kent, drinkt het niet.

  77. Wie het laatst drinkt, lacht het beste.

  78. Nu heb je de pinten aan het dansen.

  79. Op de verkeerde kruk gezet worden.

  80. Over het glas getild worden.

  81. Achter het glas drinken.

  82. Bier goed, al goed.

  83. Wie het bier lust, drinke het op.

  84. Van een fles een vat maken.

  85. hij heeft drie biertjes in een glas.

  86. Je vangt meer alcoholisten met bier, dan met ranja.

  87. Iemand een Malt aannaaien.

  88. Alle wegen leiden naar de kroeg.

  89. Bier maakt meer goed, dan vrouwen kapot kunnen maken.

  90. Voor het tapje gehouden worden.

  91. Wie goed doet, bier ontmoet.

  92. Wie bier zaait, zal whisky oogsten.

  93. Zo dom als een maltdrinker.

  94. Het schip verging met man en bier.

  95. Alcohol in de wonden strooien.

  96. Bier maakt blind.

  97. Naast de tap zuipen.

  98. Bier regeert met ijzeren hand.

  99. Als twee zuiplappen vechten om een pint, gaat de derde ermee aan de haal

  100. Ter land, ter zee en in de kroeg.

 

Waarom is bier beter dan vrouwen

         

1. Je kunt de hele maand van bier genieten.
2. Biervlekken zijn uitwasbaar.
3. Je hoeft een bier niet mee uit eten te nemen.
4. Jouw bier zal altijd geduldig op je wachten.
5. Als bier neerslaat kan je het gewoon weggooien.
6. Bier is nooit te laat.
7. KATERS verdwijnen wel vanzelf.
8. Bier wordt niet jaloers als je een ander bier pakt.
9. Bier etiketten gaan los zonder gevecht.
10. Als je naar een bar gaat, weet je dat je altijd een bier kunt krijgen.
11. Bier heeft nooit hoofdpijn.
12. Als je klaar bent met een bier wordt je niet misselijk van de gedachte een nieuwe te pakken.
13. Bier wordt nooit kwaad als je thuiskomt en je ruikt naar een ander bier.
14. Bier zal nooit naar complimenten vissen.
15. Je kunt gerust meer dan 1 bier nemen zonder je schuldig te voelen.
16. Bier smaakt altijd goed.
17. Je kunt bier altijd met je vrienden delen.
18. Je weet altijd dat je de eerste bent als je een bier ontkurkt.
19. Bier is altijd vochtig.
20. Bier is nooit dominant.
21. Het maakt een bier niet uit of je wel of niet komt.
22. Je kunt een bier in het openbaar nemen.
23. Bier koopt nooit een auto met een automatische versnellingsbak.
24. Je hoeft bier niet eerst te wassen voordat het goed smaakt.
25. Bier zal nooit iets zeggen van zoiets onbenulligs als een w.c.-bril.
26. Bier zal nooit vragen bij het boodschappen doen ook nog tampons mee te nemen.
27. Na het drinken van bier wil je alleen nog maar de fles weggooien.
28. Bier kost je nooit meer dan tien gulden en laat je nooit dorstig achter.
29. Als je bier op is begin je met een volgende.
30. Bier rookt nooit in je auto.
31. Bier ziet er ‘s ochtends altijd hetzelfde uit.
32. Bier komt je niet over een maand opzoeken.
33. Het maakt bier niet uit als er per ongeluk iemand binnen komt lopen.
34. Het maakt bier niets uit dat het voetbalseizoen weer is begonnen.
35. Bier krijgt nooit kramp.
36. Bier heeft geen moeder.
37. Bier heeft geen principes.
38. Bier wordt niet 1 x per maand “gek”.
39. Bier luistert altijd en maakt nooit ruzie.
40. Bier etiketten blijven elk jaar in de mode.
41. Bier heeft geen bezwaar als je de "Hunebeddeuntjes" wilt beluisteren.
42. Bier heeft geen koude handen/voeten.
43. Bier is nooit te zwaar.
44. Als je van bier wisselt hoef je geen alimentatie te betalen.
45. Bier gaat niet met al je credit kaarten ervandoor.
46. Bier heeft geen advocaat.
47. Bier heeft niet zoveel kast ruimte nodig.
48. Van bier krijg je geen herpes of andere nare “dingen”.
49. Bier klaagt nooit over je manier van rijden.
50. Bier vindt het niet erg als je boert of scheten laat.
51. Bier verandert nooit van mening.
52. Bier wil altijd op dezelfde tijd als jij liefde.
53. Van bier hoef je niet te gaan winkelen.
54. Bier dwingt je niet om naar de kerk te gaan.
55. Bier is altijd makkelijk te benaderen.
56. Grote stevige bieren zijn altijd lekker.
57. Bier zal nooit zeuren over te strakke veiligheidsriemen.
58. Bier zegt nooit : NEE.
59. Als bier over de vloer valt ruikt het een tijdje zeer goed.
60. Bier klaagt nooit als je het ergens mee naar toe neemt.
61. Bier hoeft niet naar de w.c. samen met andere bieren.
62. Bier draagt geen b.h.
63. Het maakt bier geen moer uit als je er nog een paar andere bieren er op na houd.
64. Bier klaagt niet over jouw ongevoeligheid.
65. Bier gebruikt niet al je toiletpapier.
66. Bier woont niet samen met z’n moeder.
67. Bier scheldt niet, huilt niet en schreeuwt nooit.

 

 

 

Bier Proeven

 

                             

 

Een bier proeven beleeft men met zowat alle zintuigen. Hoewel het geenszins de bedoeling kan zijn dat u ieder bier dat u drinkt gaat ontleden als hieronder beschreven, kan een toepassing van deze basisprincipes voor het proeven het genot vergroten.

Om ten volle van bier te kunnen genieten dient het degusteren te gebeuren onder zo ideaal mogelijke omstandigheden : in een rustige, geurvrije ruimte (rook, voedsel, parfum), met voldoende tijd tussen de verschillende bieren. Probeer niet teveel bieren na elkaar te proeven : smaakmoeheid treedt zeer snel op.

De "smaak" van een bier bestaat uit deze bestanddelen :
- het
aroma, de vluchtige stoffen die waargenomen met de reukzin;
- de
basissmaak, de niet-vluchtige stoffen waargenomen door de tong;
- het
mondgevoel, waargenomen door de mond;
- de
nasmaak, na het slikken.

Om dat allemaal te kunnen onthouden werd een proefformulier ontwikkeld.

Allereerst is er echter het visuele aspect. Hoewel de kleur en schuimvorming niet bepalend zijn voor de smaak geeft het uitzicht van een bier extra informatie, onder andere over hoe het bier werd bewaard. Men let vooral op de kleur, het schuim en de viscositeit.

Bij het proeven is het aangewezen om eerst aan het bier te ruiken om van de aroma's te genieten. De reukzin is veruit het meest geperfectioneerde zintuig om smaken te detecteren. Er zijn slechts vier basissmaken (zie verder), terwijl er gezegd wordt dat de reukzin meer dan duizend geurstoffen kan onderscheiden. De aroma's in het bier zullen tweemaal waargenomen worden : een eerste maal nasaal door het ruiken aan het bier, maar ook een tweede maal wanneer diezelfde geurstoffen de neus binnendringen via de mondholte (retronasaal). Door de temperatuurstijging van het bier kunnen de gewaarwordingen licht tot sterk anders zijn. Als u het bier in de mond laten rollen krijgen minder vluchtige bestanddelen toch de kans om los te komen, zodat bij het slikken een ander aroma wordt geproefd dan bij het ruiken.

 

    

 

Tijdens het drinken kan de tong vier basissmaken onderscheiden : zuur, zoet, bitter en zout. Doordat deze laatste smaak in de Beneluxbieren niet voorkomt is een zoute knabbel bij een bier zeer gegeerd. Vermijd echter tijdens het proeven al te smaak-overheersende snacks, zoals look, paprikachips, pikante vleesbereidingen enzovoort. Om het optreden van smaakmoeheid te vertragen kan men opteren voor licht uitgedroogd bruin brood als smaakopruimer.
Als u enkel de basissmaak wil detecteren kan u simpel een verkoudheid simuleren door de neus dicht te knijpen. Wat u dan proeft is het arme smakenpallet van de tong.

Terwijl u het bier in de mond heeft kan u ook even stilstaan bij het mondgevoel. Let bijvoorbeeld op de dichtheid. Een bier met een zeer grote dichtheid noemt men een zwaar bier en voelt substantieel aan in de mond, bijna als een papje. Bieren met een kleinere dichtheid vergelijkt men eerder met water. Dit gevoel heeft niets met het alcoholpercentage te maken. Van alcohol gesproken : u kunt de alcohol waarnemen als een vluchtig warmtegevoel in de mondholte. Men spreekt van een sterk bier als het veel alcohol bevat. De belletjes koolzuurgas, vooral bij sterk schuimende bieren, kan u waarnemen als een prikkeling op de tong. Ze geven een licht zurige indruk (het prikkeleffect), die verdwijnt als het bier na een tijdje minder parelt. Sommige bieren laten een droog mondgevoel na. Vooral achteraan in de keel en op de achterkant van de snijtanden kan men dit goed voelen. Tenslotte voelen sommige bieren, vooral die met een grote dichtheid, soms poederig of korrelig aan op de tong.

 

Kijk maar naar mijn vader die is er ook groot mee geworden     

 

Matig bier drinken is goed voor hart en bloedvaten


In vergelijking met geheelonthouders en met zware drinkers, vermindert matig bier drinken zowel de kans op hart- en vaatziekten als op de dood door hart- en vaatziekten. Dat is aangetoond in tientallen studies waaraan enkele honderdduizenden mensen deelnamen.

Dit beschermend effect is hoogstwaarschijnlijk een effect van de alcohol zelf, omdat men het ook vaststelt bij wijndrinkers en bij gebruikers van sterke dranken. Of dit beschermend effect meer uitgesproken is bij de ene drank dan bij andere, is moeilijk te zeggen.
In verschillende studies heeft men een onderscheid gemaakt tussen het type alcoholconsumptie - bier, wijn en sterke drank - en het risico op hart- en vaatlijden. Over het algemeen kan worden gesteld dat het risico evenveel verlaagd blijkt bij de drie types van alcoholische drank. Niet de soort drank, maar de alcohol is verantwoordelijk voor het beschermend effect. De invloed van de andere niet-alcoholische dranken op hart- en vaatziekten is daarentegen nog niet duidelijk.


 

De alcoholemie (dit het alcoholgehalte in het bloed)

 

De hoeveelheid alcohol in het bloed na het drinken van alcoholische drank is niet alleen afhankelijk van de soort drank, maar ook van individuele factoren, waaronder geslacht en lichaamsgewicht. De alcoholemie is het laagst na het drinken van bier. Na consumptie van sterke drank is de alcoholemie (d.i. het alcoholgehalte in het bloed) hoger dan na het drinken van eenzelfde hoeveelheid bier. Bij een persoon van 80 kg zal de alcoholemie lager zijn dan bij iemand van 50 kg, na het nuttigen van dezelfde hoeveelheid drank. En bij vrouwen stijgt de concentratie aan alcohol in het bloed sneller dan bij mannen.

 

Inter-individuele verschillen

 

Geslacht

Zelfs in geval een man en een vrouw perfect hetzelfde lichaamsgewicht hebben en precies dezelfde hoeveelheid alcoholische drank drinken, is de alcoholemie hoger bij de vrouw dan bij de man.

 

Lichaamsgewicht
Het drinken van dezelfde hoeveelheid alcohol zal voor een man met een laag lichaamsgewicht een hogere alcoholemie opleveren dan voor een dikkere man. Voor vrouwen geldt hetzelfde: bij het drinken van eenzelfde hoeveelheid alcohol zal het lichaamsgewicht een rol spelen in het alcoholpromillage (hoeveelheid alcohol in het bloed uitgedrukt in promille).

 

Tabel 1: Alcoholpromillage (%0) per aantal glazen bier per uur, voor mannen met een lichaamsgewicht van respectievelijk 60 kg en 80 kg.

aantal glazen

promillage na 2 uur

promillage na 3 uur

promillage na 4 uur

promillage na 12 uur

 

55kg

70kg

55kg

70kg

55kg

70kg

55kg

70kg

2

0,5

0,3

0,4

0,2

0,2

0

0

0

3

0,5

0,3

0,3

0,2

0,2

0

0

0

4

0,7

0,5

0,6

0,3

0,4

0,2

0

0

5

1,0

0,7

0,8

0,5

0,7

0,4

0

0

6

1,2

0,8

1,0

0,7

0,9

0,5

0

0

7

1,4

1,0

1,3

0,9

1,1

0,7

0

0

8

1,7

1,2

1,5

1,1

1,4

0,9

0

0

9

1,9

1,4

1,8

1,2

1,6

1,1

0,4

0

10

2,2

1,6

3,0

1,6

1,9

1,3

0,7

0

*Bron: Instituut voor Verkeersveiligheid

 

tabel 2: Alcoholpromillage (%0) per aantal glazen bier per uur, berekend voor vrouwen met een lichaamsgewicht van respectievelijk 55 en 70 kg.

aantal glazen

promillage na 2 uur

promillage na 3 uur

promillage na 4 uur

promillage na 12 uur

 

55kg

70kg

55kg

70kg

55kg

70kg

55kg

70kg

2

0,5

0,3

0,4

0,2

0,2

0

0

0

3

0,9

0,6

0,7

0,5

0,6

0,3

0

0

4

1,2

0,9

1,1

0,8

0,9

0,6

0

0

5

1,6

1,2

1,4

1,1

1,3

0,9

0

0

6

2,0

1,5

1,8

1,3

1,7

1,2

0,5

0,3

7

2,3

1,8

2,2

1,6

2,0

0,5

0,8

0,6

8

2,7

2,1

2,5

1,9

2,4

1,8

1,2

0,8

9

3,0

2,3

2,9

2,2

2,7

2,0

1,5

1,1

10

3,4

2,6

3,3

2,5

3,1

2,3

1,9

1,6

*Bron: Instituut voor Verkeersveiligheid

Opmerkingen:
De alcoholemie wordt naast geslacht en lichaamsgewicht in mindere mate beïnvloed door:

  • de aard van de alcoholische drank;

  • de snelheid van de spijsvertering;

  • andere individuele verschillen.

De bovenstaande tabellen geven de alcoholemie weer na het drinken van bier. Na het drinken van wijn of sterke drank is de alcoholemie hoger dan na het drinken van bier.

25 cl bier bevat 12,5 ml ethanol
20 cl wijn bevat 20 tot 22 ml ethanol
15 cl porto bevat 30 ml ethanol