Hans Hoogervorst

 

 

Is: Minister van Volksgezondheid in het kabinet-Balkenende III.


Persoonlijk: Johannes Franciscus Hoogervorst wordt geboren op 19 april 1956 in Haarlem. Hij is gehuwd en heeft één kind.

Opleiding: Hans Hoogervorst behaalt in 1981 een doctoraaltitel geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Aan de Johns Hopkins University in Washington DC behaalt hij in 1983 de graad 'Master of arts, international relations'.

Politiek: Zijn politieke carrière begint in 1986 als fractiemedewerker van de VVD, nadat hij tijdens zijn jonge jaren, net als zijn politieke baas Zalm, PvdA-lid is geweest. Desondanks rijst de ster van Hoogervorst snel. Hij wordt de belangrijkste adviseur van VVD-leider Bolkestein als het gaat om financiële zaken en schrijft bovendien een groot deel van diens toespraken. Kort na zijn aantreden als Tweede-Kamerlid in 1994, krijgt Hoogervorst de felbegeerde portefeuille van financieel woordvoerder.

Lekker rechts: Hoogervorst, die zichzelf 'lekker rechts' noemt, ontpopt zich als een felle debater, die de klare taal niet schuwt. Als Kamerlid heeft hij vooral veel aanvaringen met de PvdA. Hij is dan ook zeer sceptisch over samenwerking met de sociaal-democraten in een coalitie. Desondanks wordt hij in het tweede paarse kabinet staatssecretaris van Sociale Zaken met als belangrijkste onderwerp de WAO. De speelruimte daar is uiterst gering.

Balkenende I: In Balkenende I gaat Hoogervorst graag echt aan de slag met de WAO, maar Zalm heeft zijn financiële rechterhand nodig voor zijn eigen oude liefde, Financiën. Daar moet Hoogervorst door het economisch slechte tij de ene tegenvaller na de andere incasseren. Zijn begroting bij Prinsjesdag is er een vol noodzakelijke bezuinigingen.

Hoogervorst kan nooit helemaal uit de schaduw van Zalm treden, die de acht jaren ervoor met veel succes de overheidsfinanciën in de hand had gehouden. Ook ambtenaren bij Financiën zien in Zalm een groter financieel zwaargewicht dan in Hoogervorst. Wel toont hij zich steevast even recht in de leer als Zalm als het gaat om het strikt handhaven van nationale of internationale begrotingsafspraken.

Balkenende II: Ondanks dat Hans Hoogervorst op het prestigieuze ministerie van Financiën plaats moet maken voor zijn leider Gerrit Zalm, hoeft de VVD'er niet bang te zijn de komende jaren weinig om handen te hebben. Hoogervorst verhuist naar Volksgezondheid, waar met de voorbereiding van een nieuw zorgstelsel een helse klus wacht. Bij Volksgezondheid, traditioneel een departement waar nooit geld genoeg is, moet blijken of Hoogervorst zich ook in zijn nieuwe rol net zo makkelijk in de strakke financiële afspraken schikt.

Niet zozeer zijn betrokkenheid bij de zorgwereld, maar meer de moed hard te durven reorganiseren, maakt Hoogervorst daarvoor een gekwalificeerde kandidaat.

Balkenende III: Ook in het derde kabinet onder leiding van premier Jan Peter Balkenende krijgt Hans Hoogervorst het ministerie van Volksgezondheid onder zich en voert hij het nieuwe zorgstelsel in. Hoogervorst maakt bekend na dit kabinet niet terug te willen keren in de politiek.

 


Henk Kamp

 

 

Henricus Gregorius Jozeph (Henk) Kamp is geboren op 23 juli 1952 in Hengelo (overijssel) en is een Nederlands politicus. Hij is namens de VVD lid van de Tweede Kamer en was van 2002 tot 2007 Minister van Defensie.

Henk Kamp was na het behalen van zijn HAVO-diploma tot 1977 werkzaam bij twee groothandels in Enschede, Tilburg en Borculo. Van 1977 tot 1980 volgde hij de controleursopleiding aan het Opleidingscentrum Belastingdienst te Utrecht. Tot 1986 was hij daarna rechercheur bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD).

Hij was van 1976 tot 1994 voor de VVD lid van de gemeenteraad, vanaf 1986 ook wethouder van de Gelderse gemeente Borculo. Van 1987 tot 1994 was hij lid van de Provinciale Staten van Gelderland. In 1994 werd hij lid van de Tweede Kamer.


Kamp met zijn voormalige Amerikaanse collega RumsfeldKamp was onder meer lid van het dagelijks bestuur van de Regio Achterhoek en lid van het Regionaal Bestuur van de Arbeidsvoorziening Arnhem/Oost-Gelderland.

Op 22 juli 2002 werd hij op voordracht van de VVD benoemd tot minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in het Kabinet-Balkenende I. Vanaf 12 december 2002 voerde hij in hetzelfde kabinet tevens het beheer over het ministerie van Defensie. In het kabinet-Balkenende II was hij alleen minister van Defensie. Ook in het kabinet-Balkenende III is Kamp minister van Defensie. Hij woont in Zutphen.

Na de verkiezingen van 22 november 2006 maakte Henk Kamp op 3 december bekend zich kandidaat te stellen voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Deze verkiezing werd op 6 december gehouden. In de eerste ronde haalde hij 44 stemmen. In de tweede ronde haalde hij 40 stemmen. Hiermee was hij uitgeschakeld voor het voorzitterschap. Als Kamerlid houdt hij zich sindsdien bezig met asielbeleid en integratie.
 


Jan Peter Balkenende

 

 

Jan Pieter (roepnaam: Jan Peter) Balkenende is geboren op 7 mei 1956 in Biezelinge en is een Nederlands CDA-politicus en sinds 22 juli 2002 minister-president van Nederland. Op 22 februari 2007 werd hij premier van het vierde kabinet Balkenende.

Balkenende is geboren in een gereformeerd gezin als oudste van drie zonen. Zijn vader Jan Pieter Balkenende was graanhandelaar en zijn moeder Thona Johanna Sandee was -voor haar huwelijk- onderwijzeres. Balkenende volgde de lagere school in Kapelle en het atheneum aan het Christelijk Lyceum voor Zeeland (tegenwoordig Buys Ballotcollege) in Goes. In 1974 begon hij met een studie Geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij in 1980 zijn doctoraalexamen in behaalde. Tevens studeerde hij vanaf 1979 Nederlands recht aan dezelfde universiteit waarin hij in 1982 zijn doctoraalexamen in behaalde (meester in de rechten). Tijdens zijn studententijd was hij lid van de studentenvereniging Liber en daarbinnen lid van jongensdispuut PASCAL. In 1976 werd Balkenende voorzitter van dit dispuut.

In 1978 werd Balkenende lid van het CDJA, de jongerenvereniging binnen het CDA. In 1982 werd hij in zijn woonplaats Amstelveen lid van de gemeenteraad, wat hij zestien jaar zou blijven. Bekend uit deze periode is hij om zijn 'krokettenmotie' uit 1993: de (nog steeds geldende) bepaling dat de gemeenteraadsraadsleden recht hebben op een kroket als de raadsvergadering tot langer dan 11 uur duurt.

Tussen 1982 en 1984 werkte Balkenende als beleidsmedewerker juridische zaken bij het bureau van de Academische Raad. In 1984 stapte hij over naar het Wetenschappelijk Instituut van het CDA waar hij stafmedewerker werd. In 1992 promoveerde hij tot doctor in de rechtsgeleerdheid op een proefschrift getiteld Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties. In 1993 werd hij parttime bijzonder hoogleraar Christelijk sociaal denken over maatschappij en economie aan de Vrije Universiteit, maar hij bleef ook bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA werken. In deze periode vormde Balkenende veel van zijn ideeën over overheid en maatschappij, die hij later als minister-president zou uitdragen. Zo pleitte hij in zijn proefschrift al voor de eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties in plaats van hun (financiële) afhankelijkheid van de overheid (waar het CDA volgens Balkenende overigens ook aan had meegewerkt: één van de stellingen in het proefschrift van Balkenende luidde dan ook: De christen-democraten hebben helaas meegewerkt aan de afbraak van het maatschappelijk middenveld door allerlei organisaties afhankelijk te maken van overheidsgeld).

In 1996 trouwde Balkenende met de juriste Bianca Hoogendijk, die hij in 1988 had leren kennen toen ze fractieassistent van de Tweede Kamerfractie van het CDA was. De eerste jaren leefde het getrouwde echtpaar nog gescheiden: pas nadat dochter Amelie geboren werd (1999) ging het echtpaar samenwonen in Capelle aan den IJssel.

 


Johan Remkes

 

 

Johannes Wijnandus (Johan) Remkes is geboren op 15 juni 1951 te Zuidbroek (Groningen) en is een Nederlands politicus.

Remkes werd in 1993 lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Hij maakte van 1998 tot 2002 als staatssecretaris deel uit van het Kabinet-Kok II en in 2002 als vicepremier en Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het Kabinet-Balkenende I. Sinds 27 mei 2003 was hij minister van Binnenlandse Zaken van het Kabinet-Balkenende II, en dezelfde functie vervulde hij in het Kabinet-Balkenende III, aangevuld met Bestuurlijke Vernieuwing.

 


Piet Hein Donner

 

 

Jan Pieter Hendrik (Piet Hein) Donner is geboren op 20 oktober 1948 te Amsterdam en is een Nederlands politicus. Hij was van 2002 tot 2006 minister van Justitie in de kabinetten Balkenende I, II en III. Op 21 september 2006 trad hij af naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid over de Brand in cellencomplex Schiphol. Op 30 november 2006 werd hij lid van de Tweede Kamer. Op 22 februari 2007 werd hij minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Balkenende IV.

Donner stamt uit een familie van juristen. Zijn vader André Donner, was rechter in het Europees Hof van Justitie en als lid van de Commissie van Drie betrokken bij onderzoek naar de Lockheed-affaire. Zijn grootvader, Jan Donner, was eveneens minister van Justitie maar dan voor de ARP en van 1946 tot 1961 president van de Hoge Raad. Piet Hein Donner zelf is jurist en politicus voor het CDA. Hij was onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, lid van de Raad van State en minister van Justitie en is nu minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Donner was werkzaam als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken, later Justitie en werd in 1990 lid, in 1993 voorzitter, van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 1998 trad hij toe tot de Raad van State. Hij was in die periode voorzitter van de commissie-Donner die voorstellen deed over het omvormen van het WAO-stelsel.

Na de verkiezingen in 2002 werd Donner op 17 mei door de koningin benoemd tot informateur. Op 4 juli sloot hij de informatie af met het advies een formateur te benoemen die als opdracht kreeg een kabinet met de partijen CDA, LPF en VVD tot stand te brengen. Hoewel hij in het verleden vaker had aangegeven het ministerschap niet te ambiëren ("Het is een foute veronderstelling dat een ambtenaar ook minister kan zijn. Beleid maken en beleid verkopen, dat zijn verschillende zaken"), trad hij op 22 juli 2002 als Minister van Justitie toe tot het Kabinet-Balkenende I. In datzelfde jaar werd gestart met prestatiecontracten tussen overheid en politie.

Na de verkiezingen van 22 januari 2003 werd Donner opnieuw tot informateur benoemd. Op 27 mei 2003 trad hij toe als Minister van Justitie tot het Kabinet-Balkenende II.

Op 6 november, 4 dagen na de moord op Van Gogh, pleitte minister Donner op een CDA-congres voor het aanscherpen van naleving van de Wet op de Smalende Godslastering (art. 147 WvS). Omdat een groot deel van de samenleving juist vond dat met de moord de vrijheid van meningsuiting in het geding was, diende Lousewies van der Laan een motie in voor afschaffing van deze wet. Dit voorstel werd echter behalve door de christelijke partijen ook verworpen door VVD-er Weisglas en de PvdA.

Op 17 juni 2005 overleefde Donner een motie van wantrouwen die ingediend was door de Lijst Pim Fortuyn naar aanleiding van wanbeleid rondom het proefverlof van TBS'ers. Eerder overleefde Donner een moeilijk politiek debat over een wegens ontucht veroordeelde TBS'er die tijdens zijn proefverlof een meisje uit Eibergen had ontvoerd en misbruikt.

 


Roelf de Boer

 

 

Roelf Hendrik de Boer (Rotterdam, 9 oktober 1949) was minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Balkenende I, namens de LPF, alhoewel De Boer tot op het moment van zijn benoeming VVD-lid was. Lid van de LPF werd hij pas na zijn aantreden als minister. Onder druk van de Tweede Kamer gaf hij even later zijn VVD-lidmaatschap op. Na de val van het kabinet, op 16 oktober 2002, werd hij vicepremier, nadat zijn collega en partijgenoot Eduard Bomhoff was afgetreden.

De Boer wist, ondanks de korte tijd dat hij minister was, een paar keer het nieuws te halen door zijn gewaagde voorstellen. Zo wilde hij het beboeten voor lichte snelheidsovertredingen afschaffen en sleepte hij met succes de NS voor de rechter, nadat deze besloten had de prijzen van het treinkaartje op 31 december 2002 én op 1 januari 2003 met ruim vier procent te verhogen.

Na de beëdiging van het kabinet-Balkenende II is hij even uit de actieve politiek verdwenen, en was hij onder meer actief als voorzitter van de havenwerkgevers in Rotterdam en algemeen voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer. Wel werd De Boer weer VVD-lid. In mei 2006 werd De Boer namens de VVD wethouder in Rotterdam, met de portefeuille haven, energie en milieu. In april 2007 trad hij af wegens gezondheidsproblemen. De maanden ervoor was hij al met ziekteverlof.

 


Jozias van Aartsen

 

 

Jozias van Aartsen is op 25 december 1947 geboren in Den Haag.

Hij was Tweede Kamerlid en minister van Landbouw (1994-1998) en van Buitenlandse Zaken (1998-2002) geweest alvorens hij in mei 2003 als fractievoorzitter gekozen werd als opvolger van Gerrit Zalm, toen deze na afronding van de kabinetsformatie toetrad tot het kabinet-Balkenende II.
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 trad hij op 8 maart af als fractievoorzitter. Hij gaf zijn functie op na de tegenvallende uitslag voor de VVD die op die dag 128 zetels in de gemeenteraden van 419 gemeenten verloor. Fractiegenoot Willibrord van Beek volgde hem tijdelijk op.

Van Aartsen is afkomstig uit een hervormd gezin. Zijn vader Jan van Aartsen was minister en later commissaris van de Koningin voor de ARP.

Na het behalen van het diploma gymnasium-A studeerde Van Aartsen enige tijd rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van 1970 tot 1974 was hij medewerker van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Vervolgens was hij tot 1979 directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD.

In 1979 trad hij in dienst bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij was tot 1983 hoofd van het bureau secretaris-generaal, tot 1985 plaatsvervangend secretaris-generaal en tot 1994 secretaris-generaal. Hij was vanaf juli 1994 voorzitter van het beraad van het College van Secretarissen-Generaal. Voorts was Van Aartsen commissaris van de NV RCC, commissaris van de NV SDU, bestuurslid van Het Expertise Centrum, voorzitter van het bestuur Jeugdtheatercentrum Stella, lid van de redactie van Liberaal Reveil en voorzitter van het bestuur van het Nederlands Instituut voor Kunsteducatie (LOKV).

Van Aartsen was vanaf 22 augustus 1994 minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het kabinet-Kok I. Op 3 augustus 1998 werd hij benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Kok II. Deze functie vervulde hij tot 22 juli 2002.

Sinds 23 mei 2002 is hij Tweede Kamerlid voor de VVD. Op 14 december 2003 werd Van Aartsen door de parlementaire pers verkozen tot beste politicus van 2003. Op 8 maart 2006 maakte hij zijn aftreden bekend, met als motivatie het onvoldoende resultaat (minder dan 14%) dat de VVD daags tevoren bij de gemeenteraadsverkiezingen had behaald. Hij behield zijn zetel in de Tweede Kamer.

Op 1 april 2004 werden hij en zijn voorlichter Gérald Rensink aangereden tijdens een fotosessie bij Hotel Des Indes in Den Haag door een verwarde advocate van het Bureau Rechtshulp te Utrecht. Jozias van Aartsen bleef daarbij ongedeerd, maar Rensink raakte lichtgewond aan een schouder.

Van Aartsen heeft op 21 augustus 2006 per brief laten weten niet beschikbaar te zijn voor een plaats op de VVD-kandidatenlijst.

Hij schrijft na zijn vertrek als fractievoorzitter in maart 2006 met verbijstering de gebeurtenissen te hebben gevolgd die tot een kabinetscrisis hebben geleid. Hij noemt als belangrijke reden voor zijn komende vertrek dat hij heeft gemerkt het moeilijk te vinden zich te schikken in een terughoudende rol.

Hij vindt verder dat er wijzigingen nodig zijn in het staatkundig bestel om de positie van het parlement te versterken. In het verleden heeft Van Aartsen zich enkele malen uitgesproken voor herinvoering van een districtenstelsel. In de VVD zijn velen daar tegenstander van.

 


Karin Adelmund

 

 

Karin Yvonne Irene Jansen Adelmund is geboren op 18 maart 1949 te Rotterdam en overleden op 21 oktober 2005 te Amsterdam was een Nederlands politicus en vakbondsbestuurder. Namens de PvdA was ze lid van de Tweede Kamer, staatssecretaris en partijvoorzitter.

Adelmund werd geboren in een arm gezin dat in het Oude Noorden in Rotterdam woonde. Ze volgde de MULO en ging daarna werken als loketbeambte bij de PTT. Van 1968 tot 1972 studeerde Adelmund aan de Openbare Sociale Academie te Rotterdam, waarna ze sociale wetenschappen ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam tot 1979.

Ze was van 1978 tot 1985 voorzitter van de Vrouwenbond FNV. In die periode wist Adelmund voor de Vrouwenbond het stemrecht in de Federatieraad af te dwingen. Van 1985 tot 1994 was ze lid van het federatiebestuur van de FNV, onder meer als vicevoorzitter. Ze speelde in de vakbond enkele keren een prominente rol op massademonstraties tegen kabinetsmaatregelen, onder andere in 1991 tegen de ingrepen in de WAO.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 1994 werd Adelmund, die op de vierde plaats op de kandidatenlijst stond, gekozen in het parlement. Ze werd lid van het fractiebestuur en nadat het kabinet Kok I gevormd was vicefractievoorzitter. In deze periode was ze woordvoerster sociale zaken namens haar fractie. Toen ze in 1995 in de Tweede Kamer door SP-leider Jan Marijnissen bij een harde opstelling tegenover het WAO-beleid werd herinnerd aan haar vakbondsverleden, barstte ze in tranen uit. "Bij mij staat de waterleiding net zo hard open als bij u", voegde ze Marijnissen toe.

In 1997 legde ze het vicefractievoorzitterschap neer toen ze naast haar Kamerlidmaatschap voorzitter van de PvdA werd. Dit bleef ze tot 3 augustus 1998, toen ze als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen toetrad tot het kabinet Kok II. Ze bracht als bewindspersoon onder andere de Wet verkleining groepsgrootte onderbouw basisscholen tot stand en voerde na kritiek verlichtingsmaatregelen door voor de tweede fase havo/vwo. Ook maakte ze zich hard voor de verbetering van onderwijskansen van allochtone leerlingen.

Na het verlies van haar partij bij de Tweede Kamerverkiezingen 2002 keerde Adelmund terug in de Tweede Kamer. Ze hield zich bezig met Grotestedenbeleid en Integratie. Tevens was zij voorzitter van de algemene commissie voor het integratiebeleid. Terwijl ze nog lid was van de Kamer overleed ze plotseling in haar woning in Amsterdam aan een hartstilstand. Adelmund werd als Kamerlid opgevolgd door Peter Meijer.

 


Mat Herben

 

 

Mathieu Herben is geboren in Den Haag op 15 juli 1952 en is een voormalig Nederlandse ambtenaar, journalist en politicus.

Van 23 mei 2002 tot 30 november 2006 was hij lid van de Tweede Kamerfractie voor de LPF. In de periodes van 6 mei tot 28 augustus, en van 16 oktober tot 5 oktober 2004 was hij fractievoorzitter en politiek leider van de partij. Bij de verkiezingen van 22 januari 2003 trad hij op als lijsttrekker. Bij Tweede Kamerverkiezingen 2006 stond hij tweede op de Lijst Pim Fortuyn maar werd niet gekozen.

Herben woont in Linschoten (gemeente Montfoort). Hij hield zich in de Tweede Kamer bezig met defensie-aangelegenheden, internationale veiligheid en luchtvaart. Hij was ondervoorzitter van de vaste commissie voor Defensie.

 

 

Jan Marijnissen

 

 

Goudmijnstraat 53 in Oss. Een goudmijn in Oss? Ja, die naam hadden de Ossenaren bedacht voor tapijtfabriek Bergoss. Het ging deze producent van het latere, beroemde Hiltontapijt voor de wind en daarom breidde het bedrijf alsmaar uit. De hele zuidkant van onze straat bestond al snel uit één lange, dichte fabrieksmuur. Op 8 oktober 1952 werd ik daar geboren, als jongste van vier kinderen (de anderen heten Anky, Ineke en Christje) van Marie Kemps (1909) en Guille Marijnissen (1911). Mijn beide ouders zijn geboren en getogen Ossenaren. Mijn moeder groeide op als dochter van een slager, mijn vader was zoon van een horlogemaker. De ouders van mijn ouders heb ik amper gekend.

Mijn kleuterschool en lagere school waren natuurlijk (Brabant!) katholiek. Niet dat dit veel om het lijf had, want het hield niet veel meer in dan les in catechismus, bijbelse geschiedenis en regelmatig kerkbezoek. Dat werd anders toen ik misdienaar werd. Een aantal jaren 'diende' ik de heilige mis. Vaak 's morgens vroeg, soms later en dan mocht ik de les op school verzuimen.

In 1963 overleed mijn vader. Hij kreeg op een woensdagmiddag een hartinfarct. De dokter weigerde eerst om te komen, we moesten maar een paar flesjes sinaasappelsap halen. En toen ie later wel kwam, was het te laat. De flesjes B3 die ik voor vader gehaald had, heeft ie nooit opgedronken. Ik was één van de misdienaars tijdens zijn begrafenis. Ik mocht voor het eerst het kruis dragen vooraan de stoet die de kist naar de begraafplaats begeleidde. Er ontstond een onwezenlijke leegte in huize Marijnissen.

Mijn moeder vond het verstandig mij na de lagere school naar kostschool te sturen. Het werd het gymnasium van de Carmelieten in Oldenzaal. Het was geen leuke tijd: een strak regime, veel eenzaamheid, veel heimwee. Eén dag in de maand mocht ik naar huis. Gelukkig werd de kostschool opgeheven. Heeswijk in Brabant werd mijn nieuwe thuis, bij de Norbertijnen. Maar omdat het gymnasium mij absoluut niet lag, kwam ik na twee jaar weer terug naar Oss.
Daar ging ik naar het Titus Brandsmalyceum, de HBS. Ik ging HBS-A doen, met veel talen en veel boekhouden en handelsrekenen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Want noch met talen, noch met boekhouden had ik iets.

De afdeling Oss, mijn leerschoolIn mijn tijd in Heeswijk begon ik belangstelling te ontwikkelen voor allerlei levensvragen. Het geloof heb ik daar achtergelaten. Terug in Oss kwam daar belangstelling voor filosofie, psychologie en vooral politiek voor in de plaats. Terwijl ik mijn lessen moest leren, was ik meer in de weer met Marx, Freud, Fromm en niet te vergeten Marcuse. Dat kon dus niet goed gaan, te meer daar ik mij ook steeds meer in het actiewezen stortte, waardoor ik nog minder tijd had voor 'de balans', crediteuren en debiteuren, en buitenlandse boeken. We richtten een leerlingenvereniging op. Het door de schooldirectie geformeerde leerlingenparlement vonden we een voorbeeld van repressieve tolerantie. Ik kalkte Nixon met een hakenkruis op de invalswegen van Oss. Als het leger kwam werven, waren wij er bij om jongeren ervan af te houden. We organiseerden Vredesweken in het najaar. We draaiden de film 'Z' en verzamelden handtekeningen tegen het kolonelsregime in Griekenland.

Mari-Anne en LilianHet zoveelste verbaal gevecht met leraren deed voor de conrector de deur dicht en mijn moeder werd dringend verzocht een andere school voor me te zoeken. Dat werd uiteindelijk de Gemeentelijke HBS in Nijmegen. Dat heb ik nog volgehouden tot de vijfde klas, maar nog voor het eindexamen besloot ik het voor gezien te houden. Het feit dat ik over de zaken die mij toen bezig hielden op school niets hoorde, is daar zeker debet aan geweest. Inmiddels was ik ook betrokken geraakt bij de SP.

'Jongen, niet leren? Dan maar werken', zei mijn moeder nadat ze nog lange tijd (met hulp van ooms en andere wijzen) had geprobeerd me op andere gedachten te brengen. Het werd eerst inpakken op een ijsfabriek, toen de worstfabriek van Zwanenberg en daarna de metaal. Ik volgde vele cursussen: Bemetel, gronddiploma NIL Booglassen, MIG-, TIG- en autogeen lassen. Mijn 'metalen' loopbaan begon bij een scheepswerfje en vele andere kleine bazen. Het langst werkte ik voor een constructiebedrijfje vlak bij Oss en daarna lange tijd als uitzendkracht overal in Brabant.

Mijn betrokkenheid bij de SP maakte dat ik langzamerhand in Oss 'een naam' had gekregen. Ik zat vanaf 1975 in de gemeenteraad, voerde acties bij allerlei bedrijven en klaagde fabrieken aan die naar mijn mening onverantwoord omgingen met het milieu. Zo iemand had men liever niet 'op de plaats'. Via een uitzendbureau was het bezwaar blijkbaar minder. Men kon mij immers meteen buiten zetten als ik niet beviel. Gelukkig verstond ik mijn vak goed en de wisselingen bleven dus nog redelijk binnen de perken. Desalniettemin heb ik veel bedrijven van binnen kunnen bekijken. Dat heeft mij veel ervaring opgeleverd en veel kennis over hoe het op de werkvloer toegaat. De mensenkennis die ik daar heb opgedaan, is me later nog erg van pas gekomen.

1975, GemeenteraadIn 1975 kwam ik in de gemeenteraad. Ik was op dat moment 23 jaar en het jongste raadslid van het land. Zeventien jaar zou ik er blijven. Veel, heel veel felle debatten heb ik daar gevoerd. In de beginjaren waren wij niet te beroerd om in de raad bij de algemene beschouwingen zelfs de wereldpolitiek te betrekken.

Zonder actie geen fractieDat waren niet onze sterkste momenten. Krediet behaalden we vooral door onze koppeling van 'parlementaire' actie in de raad met onze acties buiten de raad. Het is een prima leerschool geweest. Daar heb ik geleerd dat voorbereiden álles is. Ga niet (alleen) af op de door het college beschikbaar gestelde (en door de ambtenaren geschreven) informatie, maar trek er zelf op uit. Vertrouwen is goed, maar controle is beter.

Maar ik heb er ook geleerd in het openbaar te spreken en te debatteren. Ik weet nog dat ik bij een verkiezing op school een toespraak moest houden. Ik had een vriend gevraagd die toespraak voor me te schrijven. Maar toen het moest trilden mijn handen zo van de zenuwen dat ik het briefje niet kon lezen. Het werd een afgang. Een leerzame ervaring, in de gemeenteraad heb ik nog veel meer ervaring opgedaan.

In 1987 werd ik – als eerste SP'er – gekozen in de Provinciale Staten van Brabant. Het werd geen succes. Ik heb het zo'n twee jaar gedaan, maar er is geen moment dat ik me herinner en dat me met enige trots vervult; of het moet zijn het moment dat een lid van Gedeputeerde Staten kwaad wegliep tijdens één van mijn toespraken. Daar, in de Provinciale Staten, kwam ik tot de conclusie dat dit bestuursorgaan beter kan worden opgeheven. De provincie is vlees noch vis. Het zou beter zijn kleinere regio's te maken die dichter bij de mensen staan en behulpzaam kunnen zijn bij de intergemeentelijke samenwerking die soms echt nodig is.

In 1989 werd ik voor de eerste maal de lijsttrekker voor de landelijke SP. Onder de leuze 'eerlijk en aktief' voerden we campagne. Helaas hadden er nog te weinig mensen vertrouwen in. Ze dachten dat we het toch wel niet zouden halen, of misschien dachten ze wel 'ze hebben te weinig toe te voegen'. Vanaf toen ging de SP in plaats van als federatie van afdelingen meer optreden als een landelijke partij. We speelden een belangrijke rol in de strijd tegen de onzalige WAO-plannen van Lubbers en Kok en in de strijd tegen de Golfoorlog. Op alle belangrijke terreinen manifesteerden we ons nu, terwijl we op lokaal niveau sterker en sterker werden.

Op een mooie mei-avond in de Meervaart in Amsterdam in 1994 kon ik samen met Remi Poppe en alle andere aanwezigen een echt feest vieren. Eindelijk was de partij volwassen geworden, we zaten in het parlement! Ik weet nog dat ik achter de coulissen een moment gedacht heb: deze mensen hebben dit resultaat echt verdíend. Zóveel mensen hebben er zóveel voor gedaan!

Wie veel reist…Zo ongeveer halverwege de jaren tachtig werd mij gevraagd in dienst te treden van de SP. Eigenlijk had ik daar helemaal niet zo veel zin in. Het druiste in tegen mijn opvatting dat politici midden in het leven horen te staan en dat – anderzijds – álle mensen politici (behoren te) zijn. Maar de druk werd groot: 'Jouw ervaringen in Oss kunnen prima bruikbaar zijn voor de rest van de partij.' En, eerlijk gezegd, de partij stond er in die tijd niet zo goed voor: afdelingen die het elan verloren hadden, ideologische verwarring en veel twijfel over de toekomst van ons 'socialisme op klompen'. Samen met Tiny Kox en anderen heb ik de uitdaging aanvaard: ik zei 'ja'.

Mijn eerst grote klus werd het doorbreken van de gegroeide gedachte dat we in de grote steden niets klaar konden maken. Ik hielp de Amsterdamse afdeling om in Noord onze eerste deelraadszetel in de wacht te slepen. Het werd het begin van de victorie. Veel vertwijfelde afdelingen putten uit dit succes moed en de trend van steeds verder groeiend pessimisme werd gekeerd.

De daarop volgende raadsverkiezingen in 1986 werden een groot succes. Net als alle daarop volgende verkiezingen, zowel voor de raden, als de Kamer, het Europees Parlement, en de Provinciale Staten.
Het is een buitengewoon leerzame tijd geweest, daar op het hoofdkantoor in de Agniesebuurt van Rotterdam. Ik maakte kennis met het offsetdrukken, ik leerde inkopen en administratie doen, ik moest nu echt besturen en leiding geven. Ik werd gekozen tot voorzitter van de SP.

Sinds 1994 ben ik voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de SP. Graag verwijs ik voor de eerste ervaringen in de Kamer naar het boekje ‘Effe Dimmen’, dat je ook op deze site kunt vinden. Het is uitgebracht in het voorjaar van 1998 en beoogt een verantwoording te zijn over onze eerste jaren in de volksvertegenwoordiging. De fractie groeide van 2 zetels in 1994 naar 5 in 1998 naar 9 in 2002. Bij de laatste verkiezingen op 22 januari 2003 groeide de SP opnieuw, dit keer van 5,9 naar 6,3 procent. Dat was net niet genoeg om de winst ook om te zetten in meer zetels. Inmiddels zijn we uitgegroeid tot de vierde partij van het land qua zetelaantal. De verkiezingen van november 2006 werden uiteindelijk een historische doorbraak voor de SP met maar liefst 25 zetels. Tegelijk schreef de SP in 2006 haar 50.000ste lid in, waardoor we nu definitief de derde partij van het land zijn geworden.

 


Sharon Dijksma

 

 

Sharon Alida Maria Dijksma is geboren in Groningen op 16 april 1971 en is de staatssecretaris van Onderwijs in het Kabinet-Balkenende IV. Namens de Partij van de Arbeid was zij sinds 23 mei 1994 lid van de Tweede Kamer. Sinds 26 oktober 2004 was Dijksma vicevoorzitter van de fractie van de PvdA.

Dijksma begon haar politieke carrière bij de Jonge Socialisten, waar ze van 1991 tot 1992 als algemeen secretaris in het bestuur zat, en vervolgens tot 1994 voorzitter was. Ze studeerde achtereenvolgens rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen en bestuurskunde aan de Universiteit Twente, maar voltooide beide opleidingen niet. In 1994 werd zij als drieëntwintigjarige gekozen als het jongste Kamerlid ooit. In de Tweede Kamer hield ze zich bezig met Onderwijs en Sociale Zaken. Vanaf 2003 is zij woordvoerster Verkeer en Ontwikkelingssamenwerking.

Na het vertrek van Marijke van Hees als voorzitter van de PvdA, probeerden Wim Kok en Ad Melkert in 2001 Dijksma naar voren te schuiven als nieuwe partijvoorzitster. De leden van de PvdA kozen evenwel voor Ruud Koole.

Sinds 26 oktober 2004 is Dijksma de vicefractievoorzitter van de PvdA, als opvolgster van Jeltje van Nieuwenhoven. In 2005 bracht ze een initiatief-notitie uit over de invoering van gratis openbaar vervoer. In maart 2006 kwam ze in het nieuws toen ze het thuisblijven van een hoogopgeleide vrouw 'kapitaalvernietiging' noemde en ervoor pleitte om deze vrouwen een deel van de kosten van hun opleiding te laten terugbetalen. Nadat hierop kritiek kwam stelde ze in een reactie dat het haar er vooral om ging dat deze vrouwen hun studieschuld aflossen. In hetzelfde interview sprak ze de ambitie uit om na nieuwe verkiezingen een plek in het kabinet te krijgen.
 


Femke Halsema

 

 

Femke Halsema (Haarlem, 25 april 1966) is een Nederlandse politica. Zij is politiek leider van GroenLinks.

Halsema werd geboren in een sociaal-democratische familie. Haar moeder was lange tijd wethouder sociale zaken en werkgelegenheid voor de Partij van de Arbeid in Enschede.

In 1984 slaagde Halsema voor haar HAVO-examen in Enschede. Tussen 1984 en 1985 ging Halsema er een jaar tussenuit en ging ze werken in een kroeg, ook nam ze enkele cursussen aan de Vrije School in Driebergen. In 1985 begon ze aan de lerarenopleiding Nederlands en Geschiedenis in Utrecht. In 1988 verliet ze de opleiding zonder te slagen en begon ze Algemene Sociale Wetenschappen te studeren aan de Universiteit Utrecht. Ze specialiseerde zich in criminologie. Ze nam tijdens haar studie enkele bijbaantjes die aan haar opleiding waren gerelateerd: tussen 1991 en 1993 was ze stagiaire bij de werkgroep Politie en Allochtonen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en student-assistent. In 1992 was ze "toegevoegd docent wetenschappelijke methoden en technieken" aan de Faculteit Sociale Wetenschappen, ze doceerde werkgroepen statistiek aan lagerejaars studenten.

Vanaf 1993 begon haar carrière zich te ontwikkelen. Ze werd een opkomend talent binnen de Partij van de Arbeid. Ze werkte voor de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau gelieerd aan de PvdA. In 1995 schreef ze het boek "Ontspoord. Opstellen over criminaliteit & rechtshandhaving" voor de WBS. In 1996 was ze korte tijd fellow bij het Duitse Marshall Fonds, waarvoor zij onder andere twee maanden door de Verenigde Staten reisde. In 1996 werd ze redacteur van de Helling, het blad van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Sinds dat jaar werkte ze ook voor De Balie, een Amsterdams politiek-cultureel centrum, waar op dat moment ook Kees Vendrik werkte. Voor de Balie leidde ze in 1997 het project Res Publica over de rol van de Nederlandse grondwet in de moderne samenleving. In datzelfde jaar werd ze lid van de program-commissie van de PvdA voor de verkiezingen van 1998. Ze schreef samen met Maarten Hajer voor de WBS het boek "Land in zicht. Een cultuurpolitieke benadering van de Ruimtelijke Ordening". Ze werd gevraagd om kandidaat te staan voor de PvdA in de verkiezingen van 1998.[1]

In de herfst van 1997 verliet ze de PvdA. De aanleiding hiervoor was de rigoureuze manier waarop de politie omging met de protesten tegen het Europese Top in Amsterdam. De sociaal-democratische burgemeester Schelto Patijn liet 500 mensen preventief oppakken.[2] Ze was echter al langer ontevreden met de koers van de Partij van de Arbeid, die volgens haar niet in staat was geweest om haar sociaal-democratische programma te vernieuwen en het economische tij te gebruiken om in te investeren in de publieke sector. Ze nam enkele kleinere baantjes: ze werd columnist bij Het Parool en in het IKON-radioprogramma De Andere Wereld alsmede redacteur van de serie "Kennis, Politiek en Publieke Opinie" van uitgever Van Gennip.

In 1998 kandideerde ze zich nadat ze gevraagd was door toenmalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller voor de lijst van GroenLinks voor de verkiezingen van dat jaar.[3] Ze werd de derde kandidaat op de lijst. Het zetelaantal van de partij steeg van 5 naar 11. In haar eerste periode in de Kamer was Halsema woordvoerder op het gebied van justitie. Ze kreeg bekendheid door haar inzet voor asielzoekers en haar oppositie tegen de nieuwe migratiewet van Job Cohen.

Bij de verkiezingen van 2002 was Halsema weer derde kandidaat. De partij verloor een zetel. Halsema werd vice-fractievoorzitter en ze voerde onder andere het woord bij het eerste debat met het eerste kabinet Balkenende. In november kondigde Paul Rosenmöller onverwacht aan de politiek te zullen verlaten. Halsema werd tien dagen voor het partijcongres naar voren geschoven als kandidaat-lijsttrekker.[4] Als partijleider nam Halsema een meer prominente rol in. Ze stelde enkele initiatiefwetten voor, een over gerechtelijke toetsing van de grondwettelijke rechten en een tweede, samen met D66 leider Boris Dittrich, over de vaste boekenprijs.

Halsema was lijsttrekker van haar partij tijdens de verkiezingen van 2003. De partij verloor twee zetels. Ze bleef fractievoorzitter en werd woordvoerder op het gebied van cultuur en media. Tussen oktober 2003 en januari 2004 was Halsema op zwangerschapsverlof: ze kreeg een tweeling. Marijke Vos, vice-fractievoorzitter, verving haar tijdelijk. Na haar terugkeer in de Tweede Kamer startte Halsema een ideologische discussie over de koers van links in het algemeen en GroenLinks in het bijzonder. Ze claimde dat haar partij de laatste "linkse liberale partij van Nederland is"[5] en leek volgens sommigen zo te breken met de socialistische wortels van haar partij. Ze riep op tot sterke samenwerking tussen de Socialistische Partij, de Partij van de Arbeid en GroenLinks. Dit zou moeten leiden tot een linkse regering na de verkiezingen van 2007, wat in haar ogen een "linkse lente" zou inluiden. Ze vroeg PvdA-leider Wouter Bos zich uit te spreken voor zo'n kabinet. Maar deze weigerde, want hij wilde ook de mogelijkheid van een kabinet met het CDA niet uitsluiten. In januari 2006 werd ze verkozen tot "Liberaal van het Jaar" door de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD, vanwege haar nieuwe politieke koers, met name waar het gaat om de hervorming van de verzorgingsstaat.[6] In juni 2006 sloot de nominatie voor het lijsttrekkerschap en Halsema bleek de enige kandidaat. In oktober 2006 werd ze naar eigen zeggen "Albanees"[7] verkozen. In de campagne brengt ze samen met Michael Zonneveld, een bevriend journalist, een persoonlijk getint boek uit "Over de Linkse Lente".

 


Maxime Verhagen

 

 

Maxime Jacques Marcel Verhagen is geboren in Maastricht op 14 september 1956 en is een Nederlandse politicus voor het CDA. Hij is sinds 22 februari 2007 minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Balkenende IV en volgde daarmee partijgenoot Ben Bot op. Daarvoor was Verhagen lid van de Tweede Kamer, waar hij namens zijn partij fractievoorzitter was. In deze functie is Verhagen opgevolgd door eerst Jan Peter Balkenende en later Pieter van Geel.

In zijn geboorteplaats volgde hij het atheneum en studeerde vervolgens geschiedenis (contemporaine geschiedenis) aan de Rijksuniversiteit Leiden (doctoraalexamen 1986). Aanvankelijk was hij fractiemedewerker bij de Tweede Kamerfractie van het CDA en gemeenteraadslid in Oegstgeest. Van 1989 tot 1994 was hij lid van het Europees Parlement, waarna hij op 17 mei 1994 Tweede Kamerlid werd.

Vanaf 11 juli 2002 was hij fractievoorzitter van de CDA-Tweede Kamerfractie, met een korte onderbreking in 2003 toen hij lid was van het onderhandelingsteam voor het kabinet-Balkenende II. Ook na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2006 droeg hij het voorzitterschap weer over aan Jan Peter Balkenende.

Tijdens de kabinetsformatie Nederland 2006-2007 was Verhagen wederom secondant van Jan Peter Balkenende. Hij was vanaf 3 januari 2007 aanwezig bij de 'geheime' besprekingen op het landgoed Lauswolt in het Friese Beetsterzwaag.[1]

Verhagen won in zowel 2004 als 2006 de 'zwetsprijs'.[2] Deze prijs voor het meest 'zwetsende' Kamerlid en haar tegenhanger, de 'klare taalprijs', worden jaarlijks uitgereikt door de Jargonbrigade van de Nationale Jeugdraad.

Op 9 juni 2006 was hij aanwezig bij een Bilderbergconferentie.


 

Pagina 1     Pagina 2

 

 

 

.