Egypte

 

 

Geschiedenis

 

Hoofdartikel: Geschiedenis van Egypte

De jaarlijkse overstromingen van de Nijl zorgden voor vruchtbare grond waarop landbouw mogelijk was en ťťn van 's werelds grootste oude beschavingen kon floreren. Het eerste verenigde koninkrijk werd gesticht rond 3200 v. Chr. door koning Menes. Verschillende dynastieŽn regeerden over Egypte voor de daaropvolgende drie millenia. De laatste 'Egyptische' dynastie, de dertigste dynastie, werd in 341 v. Chr. door de Perzische Achaemeniden verslagen. Later werd Egypte door diverse buitenlandse (Griekse, Romeinse, Byzantijnse en Turkse) dynastieŽn geregeerd.

Het waren de islamitische Arabieren die in de zevende eeuw de islam en het Arabisch in het land introduceerden. Het land viel in eerste instantie onder het Arabische Rijk geregeerd door de Kalief, maar werd eerst min of meer zelfstandig en later overheerst door de Fatimiden, die een tegen-kaliefaat stichtten. Na de kruistochten, waarbij de christelijke ridders nooit echt voet aan de grond kregen in Egypte, was het de Turkse slavenklasse van Mamelukken die een dynastie stichtten in Egypte. In 1517 veroverde het Osmaanse Rijk Egypte en vanaf toen regeerden de Mamelukken in naam van de Osmanen.

In 1798 werd het land voor een periode van negen maanden bezet door Franse expeditietroepen onder leiding van generaal Napoleon Bonaparte. Nadat de Britten onder leiding van admiraal Horatio Nelson een kustblokkade instelden, ontvluchtte Napoleon het land met achterlating van zijn leger.

In de negentiende eeuw werd Egypte een belangrijk land voor de Europese kolonialisten. Met name de aanleg (gefinancierd met Brits en Frans kapitaal) van het Suezkanaal maakte het land strategisch zeer belangrijk. De Britten waren zeer royaal met het verstrekken van leningen en spoedig zat Egypte zo diep in de schulden dat het compleet afhankelijk was van de Britten. In 1882 namen de Britten Egypte over, maar de khedive (onderkoning) zwoer officieel zijn trouw aan de Osmaanse sultan.

In de Eerste Wereldoorlog werd Egypte een Brits protectoraat. In 1922 werd het land gedeeltelijk onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk en werd in naam geŽxperimenteerd met democratie, maar achter de schermen hielden de Britten het land stevig in hun greep.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Britten bijgestaan door ANZAC-troepen in het behouden van het strategisch gelegen land. Tegelijk werden vanuit Egypte de offensieven tegen de As-mogendheden gelanceerd, eerst in 1941 in AbessyniŽ en in LibiŽ (tegen de Italianen) en op Kreta (tegen de Duitsers), in 1942 tegen het Afrika-korps van Erwin Rommel dat bij het in het westen gelegen El Alamein teruggeslagen werd en in 1944 richting Griekenland en JoegoslaviŽ. Gedurende de gehele Wereldoorlog vertrokken er konvooien van en naar Gibraltar om Malta te bevoorraden. Het Suezkanaal diende als doorvoer van troepen van en naar Brits IndiŽ, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland en naar de troepen die tegen de Japanners vochten.

In 1952 werd een staatsgreep gepleegd waarbij koning Farouk I werd afgezet en generaal Mohammed Naguib als president benoemd werd. In 1954 werd Gamal Abdel Nasser, de werkelijke architect van de revolutie, president. Zijn politiek van het nasserisme, een combinatie van Arabisch nationalisme en socialisme, was bijzonder populair in het land en de verdere Arabische regio.

Door Nassers nationalisatie van het Suezkanaal werd de woede van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gewekt. Deze landen vormden met IsraŽl een complot, wat leidde tot de Suezcrisis van 1956.

Tussen 1958 en 1961 vormden Egypte en SyriŽ een unie, de Verenigde Arabische Republiek (VAR) en een confederatie met Noord-Jemen onder de naam Verenigde Arabische Staten (VAS). Zowel de VAR als de VAS viel voor eind 1961 uiteen over de kwestie van het leiderschap.

In de Zesdaagse Oorlog werd de SinaÔ door IsraŽl bezet, maar erger was nog dat de samenwerkende legers van SyriŽ, JordaniŽ en Egypte zo snel en eenvoudig door de IsraŽliers verslagen werden; president Nasser trad daarop af.

Tijdens de Jom Kippoer-oorlog in oktober 1973 namen SyriŽ en Egypte wraak, maar ook dat mislukte. In 1978 werden tussen Egypte en IsraŽl de Camp David-akkoorden getekend, wat tot betere onderlinge betrekkingen leidde.

In 1981 werd president Anwar Sadat onder andere wegens deze toenadering door islamitische extremisten vermoord.

De toenmalige vice-president Hosni Moebarak regeert het land sindsdien praktisch als dictator. Op 7 september 2005 vonden de eerste verkiezingen plaats waar meerdere door Moebarak uitverkoren kandidaten aan mee mochten doen. Moebarak won met 88% van de stemmen. Voor november 2005 staan parlementsverkiezingen gepland.

Zie ook: Geschiedenis van het oude Egypte en Geschiedenis van modern Egypte

 

 

 

 

Politiek systeem

Het land kent een ťťnkamerparlement met 454 leden (444 elke 5 jaar gekozen, 10 door de president benoemd) en daarnaast een raadgevend orgaan met 210 leden (140 gekozen, 70 door de president benoemd). De president werd tot 7 september 2005 elke 6 jaar door het parlement genomineerd en daarna in een referendum door het volk gekozen.

De president heeft aanzienlijke macht en hij kiest zelf de regering en de opvulling van diverse hoge posten.

  • President: Hosni Moebarak (sinds 1981)
  • Premier: Atif Obaid (sinds oktober 1999)
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Ahmed Maher (sinds mei 2001)

 

Politiek partijen

  • Nationaal-democratische partij (NDP) 388 zetels (van 444)(de NDP won eigenlijk maar 175 zetels, echter de overige 213 zetels gingen naar onafhankelijke kandidaten die zich na de verkiezingen meteen bij de NDP aansloten)
  • Wafd-partij 7 zetels (liberaal)
  • Progressieve Nationaal Unionistische Partij 6 zetels
  • Overige partijen 4 zetels
  • Onafhankelijken 20 zetels
  • 17 zetels zijn voor parlementariŽrs die officieel onafhankelijk zijn, maar in nauw contact met de Moslimbroederschap staan.
  • Vacant 2 zetels

Politieke partijen op basis van religie, zoals de Moslimbroederschap, zijn in Egypte verboden.

 

Huidige politieke situatie

Vanuit de andere partijen is zware kritiek op het autocratische bewind van president Moebarak. Sedert de moord op president Anwar Sadat door moslimextremisten in 1981 geldt in Egypte de noodtoestand (in 2003 opnieuw voor 3 jaar verlengd), wat onder meer inhoudt dat Moebarak naar eigen goeddunken verordeningen kan treffen. De hoop van de oppositiegroeperingen gaat nu uit naar Moebaraks zoon Gamal Moebarak, leider van het politiek secretariaat van de regerende NDP.

De mensenrechtensituatie in Egypte is precair. Weliswaar zijn in 2003 de staatszekerheidsrechtbanken, waar personen in snelrecht zonder voldoende bewijs veroordeeld werden en de dwangarbeid afgeschaft, maar er wordt nog steeds rechtgesproken door speciale militaire en noodtoestandstribunalen.

Economisch verkeert Egypte in een moeilijke positie. Na de aanslagen op toeristen in Luxor in 1997 liep het toerisme terug, en ook de Golfoorlog en het oplaaiende conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen deed de toeristensector geen goed. Daarnaast viel de handel met Irak in het kader van het 'olie voor voedsel'-programma van de Verenigde Naties weg.

In de buitenlandse politiek probeert Egypte zich tussen het Westen en de Arabische wereld in te houden. Bij de bevolking is deze politiek niet erg populair, zoals bleek uit grootscheepse protesten tegen de Golfoorlog. Ook de vrede met IsraŽl is in eigen land niet populair.

 

 

Geografie

 

Het belangrijkste bewoonde deel wordt gevormd door de oevers en de delta van de rivier de Nijl. Dit gebied is zeer dichtbevolkt. Grote delen van het land behoren tot de Saharawoestijn en zijn zeer dunbevolkt. In het westen ligt echter een aantal oases. In totaal bedraagt de oppervlakte van Egypte 1.001.450 km≤.

Egypte grenst in het noorden aan de Middellandse Zee, in het oosten aan de Gazastrook, IsraŽl en de Rode Zee, in het zuiden aan Soedan en in het westen aan LibiŽ. In het oosten van Egypte ligt het SinaÔschiereiland dat behoort tot het Aziatische continent. Dit schiereiland is door middel van de Landengte van Suez verbonden met de rest van het land.

De hoofdstad is CaÔro (القاهرة - stad 6.801.000, agglomeratie ca. 15 miljoen inwoners).

Andere steden: AlexandriŽ (3.339.100), Gizeh (2.221.900), Shubra-El-Khema (870.700), Port SaÔd (472.300), Suez (417.500), El-Mahalla El-Kubra (395.400), Tanta (371.000), al-Mansurah (370.000), Luxor (360.500), Assioet (343.500), Assoean, Hurghada, Kom Ombo, Port Safaga, Port SaÔd, Sharm el Sheikh, Zagazig.

Inwoneraantallen zijn tellingen van 1996, behalve voor CaÔro (schatting 2001).

 

 

 

Klimaat

 

Egypte heeft een woestijnklimaat met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht en tussen zomer en winter.
Het weer is erg standvastig; er zijn twee duidelijk te onderscheiden seizoenen: de hete zomer van mei tot oktober en de koelere winter van november tot april. In de woestijn overschrijdt de temperatuur in de zomer overdag gemakkelijk de 38įC in de schaduw, met uitlopers tot 50įC. Deze hitte ontsnapt 's nachts in de wolkenloze hemel, waarbij de temperatuur met 10 ŗ 17įC daalt. De temperatuur in de winter ligt aanzienlijk lager: het gemiddelde in januari is 12 ŗ 16įC. De berggebieden in de SinaÔ kunnen in december en januari vrij koud zijn, en in de bergen valt bijna iedere winter sneeuw. De neerslag is zeer gering, CaÔro heeft gemiddeld zes regendagen per jaar, AlexandriŽ dertig. In het zuiden van het land regent het bijna nooit. In de lente trekken nu en dan depressies over Egypte, die de khamseen, een droge verzengende wind, bekend door zijn zandstormen, met zich meebrengen. Vijftig dagen lang (khamseen = 50), van maart tot in mei, kunnen de gevaarlijke zandstormen de kop opsteken (windsnelheden tot 150 km pr uur). In tegenstelling tot het binnenland kent de Middellandse-Zeekust regenval in de winter (100 ŗ 200 mm). De kust heeft bovendien zachtere winters en lagere zomertemperaturen dan het binnenland, door het matigende effect van de Middellandse Zee. Ook de temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn lang niet zo groot. AlexandriŽ is de koelste plaats van het land. De gemiddelde temperaturen in januari schommelen tussen de 10,5 en 18įC, in juli tussen de 23 en 29įC. AlexandriŽ en de westelijke kuststrook van de Delta gelden met meer dan honderd millimeter regen per jaar ook als het natste gebied van Egypte.

 

Linken 

                                                  

 

Naqada

Predynastische tijd   

Vereniging der Beide Landen

Thinitische tijd

Oude Rijk        

Eerste tussentijd (ca 2200 -2050 v. Chr.)

Middenrijk

Tweede tussentijd

Nieuwe Rijk


 

 

Ramses II     

Derde tussentijd

Het Amon-pontificaat            

De LibiŽrs   

De natijd

 

 

De AssyriŽrs

Perzen

Tweede Perzische tijd

Griekse tijd

Romeinse tijd

                                                               

                                                  

Byzantijnse tijd

Komst van de moslims

Turkse Rijk

Europa

Onafhankelijkheid

                                                             

 

http://www.sunpoint-travel.com/egypt/index.php

http://reizen.egyptevakantie.nl/

http://www.sunpoint-travel.com/egypt/index.php

http://members.brabant.chello.nl/~e.huggers/

http://egypte.boogolinks.nl/

http://egypte.verzamelgids.nl/

http://www.travelmarker.nl/bestemmingen/afrika/egypte/reizen/reis.htm

http://egypte.lookup.nl/

http://egypte-oudheid.startkabel.nl/