Frankrijk

 

 

 

Frankrijk (La France; officieel: République française) is een republiek in West-Europa. De totale oppervlakte van Frankrijk is 543.965 km2 en is daarmee naar oppervlakte het op een na grootste land van West-Europa en het 37e van de wereld. Frankrijk is dertien maal zo groot als Nederland en ongeveer even groot als Spanje en Portugal samen. In geheel Europa is Frankrijk, na Rusland en de Oekraïne, het grootste land. De grootste afstand van noord naar zuid bedraagt 975 kilometer, ongeveer evenveel als van oost naar west.
De meeste grenzen van Frankrijk zijn natuurlijk. In het westen ligt de Atlantische Oceaan, in het noordwesten het Nauw van Calais en Het Kanaal, in het oosten de Rijn, het Jura-gebergte en de Alpen, in het zuiden de Middellandse Zee en de Pyreneeën.
Verder grenst Frankrijk in het noorden aan België (620 km) en Luxemburg (73 km), in het oosten aan Duitsland (451 km), Zwitserland (573 km), Italië (488 km) en Monaco (4,4 km) en in het zuiden aan Spanje (623 km) en Andorra (57 km).

De Franse staat omvat naast Europees Frankrijk "la Métropole", de overzeese departementen: Guadeloupe, Frans Guyana, Martinique en La Réunion, de "collectivités territoriales" Îles Saint-Pierre et Miquelon en Mayotte, en vier overzeese territoria: Nieuw-Caledonië, Vanuatu, Frans Polynesië en Wallis en Futuna. Verder maakt Frankrijk ook nog aanspraak op een deel van Antarctica: Adélieland. Ook Nieuw-Caledonië heeft sinds 1 januari 2000 een nieuwe status. De overzeese departementen (DOM) tellen ca. 1,7 miljoen inwoners en de overzeese territoria (TOM) en Nieuw-Caledonië telden in 1996 iets meer dan 430.000 inwoners. Tegenwoordig zijn al deze gebieden vertegenwoordigd in de Franse Nationale Vergadering.

Voor meer informatie over het grootste eiland van Frankrijk, Corsica, verwijzen wij u naar de speciale Corsica.pagina.



Het Franse landschap bestaat uit laagvlakten, kusten en oude en jonge gebergten. De gebergten bevinden zich in het zuiden en oosten van Frankrijk en beslaan ca. 25% van de totale oppervlakte van Frankrijk. Het laagland en het heuvelland, beneden de hoogste lijn van 500 meter, beslaan het grootste deel van het land. Tot de oude gebergten behoren het Armoricaans Massief in Bretagne, dat tot 400 meter hoog is, de heuvelachtige uitlopers van de Belgische Ardennen, de Vogezen in het noordoosten, die tot 1400 meter reiken, en het Centraal Massief, dat tot 1800 meter hoog is. De vormen van deze in het Carboon ontstane plooiingsgebergten zijn sterk afgesleten doordat ze ongeveer 300 miljoen jaar aan weer en wind hebben blootgestaan.

 

 

caracabane

 

 

Caracabane met laan

 

Uitzicht vanuit Caracabane


In het Centraal Massief hebben rivieren zich diep ingesneden, o.a het kloofdal of "gorge" van de rivier de Ardèche. Het gebied ten westen van Clermont Ferrand is een vulkanische landschap waarvan de Monts Dômes een van noord naar zuid lopende keten vormt. De oude vulkanen steken over het algemeen maar een paar honderd meter boven het vruchtbare land uit. De Puy de Dôme, de hoogste berg van de keten, en andere kegelvormige bergen zijn voorbeelden van dode vulkanen. In dit gebied ontspringen veel grote rivieren: Loire, Dordogne, Tarn, Ardèche en Hérault. In de Auvergne zijn vele heetwaterbronnen te vinden waarvan het bronwater van Chaudes Aigues het warmste van Europa is. Jonge gebergten zijn in het zuiden de Pyreneeën en in het oosten de Alpen en de Jura. Deze zogenaamde plooiingsgebergten zijn deels erg hoog met de op de grens met Italië liggende Mont Blanc (4807 meter) als de hoogste berg van Europa. Deze "jonge" gebergten zijn veelal gevormd in het tertiair in de periode van 65 miljoen tot 2,5 miljoen jaar geleden. De verwering heeft hier nog niet zo toegeslagen, en daardoor hebben deze bergen nog scherp getekende vormen. De Alpen zijn door het voorkomen van lange en grote rivierdalen goed toegankelijk. Dit is een belangrijk verschil met de Pyreneeën die meer een gesloten blok en een barrière vormen. De Pyreneeën bestaan uit twee bergketens die elkaar overlappen op de plaats waar de Garonne ontspringt in de Valle d'Aran, een hoekje Spanje ten noorden van de waterscheiding in de Pyreneeën. Er is een duidelijk verschil tussen de bossen en weiden van de vochtige en frisse Atlantische Pyreneeën en de wijn- en boomgaarden van de zonovergoten flank aan de kant van de Middellandse Zee, een van de droogste gebieden van Frankrijk. De hoogste waterval van Europa (422 meter), de Grande Cascade de Gavarnie, is te vinden in de Cirque de Gavarnie, een rotsachtig amfitheater, uitgeslepen door rivieren en gletsjers en omrand met tot 3000 meter hoge bergtoppen. De noordelijke Alpen (Alpes du Nord) omvatten het stroomgebied van de Isère met zijn zijrivieren. Het klimaat is hier wat kouder en vochtiger met veel sneeuw. Er komen talrijke gletsjers voor die in de zomer veel smeltwater leveren. Door het grote verval zijn de riviertjes erg geschikt voor de aanleg van stuwdammen en de opwekking van elektriciteit. De zuidelijke Alpen (Alpes du Sud) omvatten het stroomgebied van de Durance en de Verdon. Het reliëf is hier wat minder indrukwekkend. Het klimaat is er warmer, droger en zonniger. In het noorden ligt een grote schotelvormige laagvlakte met Parijs ongeveer in het midden, het zogenaamde Bekken van Parijs. Deze laagvlakte is ongeveer vijf keer zo groot als Nederland en heeft een golvend landschap met in het oosten beboste heuvelruggen. Dit zijn steilranden of cuesta's, harde restanten van een weggesleten gesteentelaag. De kalksteenlagen van het Bekken van Parijs bereiken de kust bij Het Kanaal en vormen daar een steile krijt- of falaisekust. De begrenzing van het Bekken van Parijs wordt gevormd door het Armoricaans Massief, het Centraal Massief, de Vogezen en de Ardennen.

 


In het zuidwesten bevindt zich ook een uitgestrekte laagvlakte, waarin onder andere Bordeaux ligt, het Aquitaans Bekken. Ten zuiden van Bordeaux ligt een duinenkust met uitgebreide stranden en strandmeren. Het gebied achter de duinen, Les Landes, was vanwege de slechte afwatering altijd moerassig, maar sinds de 19e eeuw zijn hier veel bossen aangeplant. Het Centraal Massief bestaat niet uit één bergketen maar is een enorme hoogvlakte tussen de Loire en de Middellandse Zee en bedekt een zesde deel van Frankrijk (91.000 km2). De hoogste toppen liggen in de Auvergne in het noorden. De Causses en Cevennen verder zuidwaarts zijn minder hoogmaar ruiger met kolkende riviertjes en rotskloven. Tussen het Centraal Massief en de Alpen loopt het Rhônedal, dat naar het zuiden uitwaaiert in een uit rivierklei opgebouwde delta. Ook hier liggen meren achter de strandwal en is de afwatering slecht. In dit gebied ligt de Camargue, een woest en beschermd gebied. Ten westen van de Rhône-delta ligt een vrij brede kustvlakte met een uitgestrekt strand en ten oosten van deze delta is de kustvlakte heel smal en rijst de rotsachtige kust soms steil uit de zee omhoog, terwijl de stranden vooral te vinden zijn in baaien.

 


In Normandië ligt voor de monding van de rivier de Couesnon de beroemde Mont-Saint-Michel, een 80 meter hoog rotseiland. Voor de kust van Bretagne liggen vele eilanden. Sein is niet hoger dan een flinke golf en produceert St.-Jacobsschelpen, kreeft en langoest. Oessant is een belangrijk punt op de zeekaart en berucht om zijn scheepswrakken. Voor de beschutte zuidkust liggen Belle-Ile, Hoëdic en Houat, met uitstekende stranden. Groix is een kleinere uitvoering van Belle-Ile, met rotskust en strand. Bij Concarneau liggend de negen onbewoonde Glénan-eilanden, nu een natuurreservaat. Bréhat heeft een mild klimaat en exotische vegetatie. De kust van Frankrijk is erg lang, 6200 kilometer, en gevarieerd. Waar een oud of jong gebergte voorkomt is er een rotskust met vaak diepe inhammen. Het betreft de kust van Bretagne, Normandië, de Provence en het eiland Corsica. Ten noorden van Cap Gris-Nez en ten zuiden van de monding van de Gironde vinden we en duinkust. Noordelijk van de Seinemonding bestaat de kust uit steile kalkkliffen of falaises. In het zuidwesten zijn de duinen erg hoog en breed. De hoogste zandduin van Europa is de "Dune du Pilat", aan de kust van Aquitanië. Het is bijna 3 kilometer lang, 115 meter hoog en 500 meter breed. Bij de groei van de duinen werden soms kleine riviertjes afgedamd en ontstonden er meren. Zo'n van de zee afgesloten meer in de omgeving van de kust heet een "étang". Deze meren komen ook aan de Middellandse Zeekust voor.
De Middellandse Zee heeft een echte aanslibbingskust door de grote toevoer van zand en klei via de rivieren en de geringe eb- en vloedstroming. Hierdoor kan het slib vrij rustig bezinken.

Landschap

 

 

De langste rivier van Frankrijk is de Loire met een totale lengte van 1006 kilometer. Hij stroomt van zijn bron in de Ardèche tot zijn trechtermonding bij St.-Nazaire aan de Atlantische kust. De Rhône, die in Zwitserland ontspringt, wordt gevoed met smeltwater van de rivieren Isère, Drôme en Durance. De Garonne stroomt vanuit de Pyreneeën via Toulouse en Bordeaux naar de Atlantische Oceaan. Vanuit het Centraal Massief voegen de Tarn en de Lot zich daarbij. De Dordogne ontspringt in het Centraal Massief en heeft een totale lengte van 490 kilometer. Vlak ten noorden van Bordeaux vloeit hij samen met de Garonne, en tezamen vormen ze de Gironde, die in de Atlantische Oceaan uitmondt. Andere belangrijke rivieren zijn de Rijn, de Garonne en de dwars door Parijs stromende Seine (775 km).

 

 

Het klimaat van Frankrijk

 

Inleiding
Frankrijk is een van de grootste landen van West Europa. Het landschap en het klimaat is behoorlijk verschillend. Frankrijk is verdeeld in drie klimaatzones:

- Vochtig zeeklimaat met vaak frisse zomers ten westen van de lijn Bayonne-Lille.
- Semi-landklimaat of tussenliggend klimaat met strenge winters en warme zomers in de 
  Elzas, Lotharingen, langs het Rhônedal en in de gebergten (Alpen, Pyreneeën, Centraal
  Massief). Enigzins in mildere vorm voorkomend in de Parijse regio en in de regio Centre.
- Middellandse-Zeeklimaat met zachte winters en hete zomers in het zuiden van Frankrijk.



Klimaat
Frankrijk heeft grote verschillen in het klimaat. Langs de westkust is het klimaat gematigder dan in Midden-Frankrijk. In het westen zijn de zomers koeler en de winters zachter. Het koudst wordt het in de Alpen en het warmst in Toulon aan de Middellandse Zee. Deze verschillen hebben te maken met een afnemende invloed van de Atlantische Oceaan en een stijging van het landschap. In het zuidoosten neemt de invloed van de Middellandse Zee toe.

Globaal gesproken zijn er drie klimaatgebieden in Frankrijk. Het Zuidoosten heeft een mediterraan klimaat, de Pyreneeën en de Alpen hebben op grotere hoogtes een bergklimaat en het overgrote deel van Frankrijk heeft een zeeklimaat

Temperatuur in Frankrijk.Temperatuur
De kust van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee beleven doorgaans een milde winter. Het warme zeewater tempert de ergste kou. In januari vriest het vooral in de bergen en in het Noordoosten. Terwijl het in januari in Straatsburg slechts 3,5 graad boven nul is, hebben Toulon en Nice overdag gemiddeld een temperatuur van 12,5 graden.

In de zomer is het in Marseille zelfs gemiddeld 29,0 graden en moet Cherbourg (Bretagne) het met 19,0 graden doen. In de nacht is in Marseille redelijk te slapen, want het gemiddelde minimum ligt op 18 graden. Ook Ajaccio in Corsica heeft dit soort temperaturen.

In grote delen van het Franse binnenland is het in juli overdag met meer dan 24 graden Celsius goed uit te houden. Maar de temperatuur kan zomers flink pieken. Marseille heeft geen moeite met 35 graden te halen. Ook niet op momenten dat het in Parijs slechts 18 graden is. Tijdens een hittgolf zijn vooral de lagere delen heet. Met name het Rhonedal, Bourgogne en het Zuidwesten hebben een naam hoog te houden. De allerhoogste temperatuur die in Frankrijk is gemeten, kwam voor in Toulouse. In augustus 1923 steeg hier het maximum naar 44 graden. In de hete zomer van 2003 bleken vooral de Dordogne, het gebied rond Orange en Auxerre de hoogste temperaturen mee te maken.

De Riviéra telt jaarlijks gemiddeld honderd dagen met temperaturen van boven de 25 graden. Aan de noordelijke westkust is zo'n dag zeldzamer, de frisse oceaanwind houdt hier het aantal warme dagen beperkt tot slechts tien dagen per jaar.

Neerslag
De hoeveelheid neerslag in Frankrijk hangt samen met het landschap. In de Pyreneeën, het Centraal Massief, de Vogezen, de Jura en de Alpen valt met meer dan 1200 millimeter per jaar de meeste neerslag.

Deze valt uit zware buien die door het landschap worden opgestuwd. Vooral de westelijke berghellingen zijn regenvangers, waarbij hoeveelheden van meer dan 2400 millimeter (Epinal) mogelijk zijn. De zware buien zorgen soms voor veel overlast zoals aardverschuivingen, overstromingen van rivieren en modderstromen. Het is het gevaar voor elke camping in de bergen die is gelegen aan een rustige beek. Deze beek kan ineens in een wilde rivier veranderen en veel schade veroorzaken.

Bijzonder is de hoeveelheid regen die in oktober 1940 viel in de Roussillon. Toen werd 1000 mm in 24 uur tijd afgetapt en dat is ook het neerslagrecord van Frankrijk. Droog is het in de zomer aan de Middellandse Zee. In Toulon valt in juli gemiddeld maar 8,5 millimeter en dat is dan meestal op één regenachtige dag in de maand. De rest van de maand valt geen druppel.

In Marseille valt jaarlijks 545 millimeter regen. Relatief droog is het in het gebied ten zuiden van Parijs. In Chartres valt jaarlijks 565 millimeter. Regenval in het noordwesten van het land hangt vaak samen met depressies en regenstoringen. Deze geven gelijkmatigere hoeveelheden over grotere gebieden van het Noord-Franse land.

Sneeuw

In Frankrijk valt regelmatig sneeuw. Vooral in de bergen is dit het geval. Het aantal sneeuwdagen loopt langzaam van west naar oost op. Aan de kust met de Atlantische Oceaan sneeuwt het zelden. Dit gebied staat onder invloed van de warme golfstroom in de oceaan. In Parijs valt op gemiddeld 20 dagen per jaar sneeuw. In het Centraal Massief en de oostelijke provincies sneeuwt het jaarlijks op meer dan 30 dagen per jaar.

In de Vogezen, Pyreneeën en de Alpen valt op meer dan 90 dagen per jaar sneeuw. Hier is wintersport zoals langlaufen mogelijk. Op de hogere Alpentoppen valt uitsluitend sneeuw en ligt ook eeuwige sneeuw. Eens in de tien jaar komt de Tour de France midden in juli in een sneeuwweertype terecht.

Onweerdagen in FrankrijkOnweer
In een strook van het uiterste zuidwesten naar Zwitserland komt het meeste onweer voor. Op meer dan 30 dagen per jaar dondert het in de lucht. In het oosten hebben de buien relatie met de onweersrijke Jura en de Alpen bij Italië. Buien ontstaan hier gemakkelijk en regenen soms ter plekke uit.
In het westen is vooral het gebied ten zuiden van Bordeaux berucht vanwege de zware buien.In dit gebied komen zomers buien tot ontwikkeling die met grote hagelstenen gepaard gaan. Hier in Zuidwest-Frankrijk ontstaan thermische onweersbuien die later als een zwaar onweercomplex naar de Benelux of Duitsland trekken. De onweerscomplexen ontstaan op de grens van de vochtige lucht uit de Atlantische Oceaan en het hete binnenland. Aan de Middellandse Zee en de kust van Het Kanaal komt relatief weinig onweer voor.

Op zee ten noorden van Brest is onweer een zeldzaamheid. Daar onweert het op minder dan vijf dagen per jaar. Op Corsica piekt het aantal onweersdagen vooral in de bergen rond Ajaccio.

Zonneschijn
De zonneschijn neemt in Frankrijk toe van het noorden naar het zuidoosten. Boven de lijn Le Havre-Mulhouse is het minste aantal uren zonneschijn. In Nancy in het Noordoosten schijnt de zon 1651 uur per jaar. Depressies hebben in dit gebied van Frankrijk veel invloed.

De kuststreek tussen Nantes en Bordeaux heeft door de invloed van de Atlantische Oceaan veel zon met meer dan 2000 uur per jaar. In Bordeaux schijnt de zon jaarlijks 2083 uur.

De Alpen zijn iets minder zonniger dan het Rhônedal en hebben nog wel eens een wolkenpakket in de hogere gedeeltes. Het zuidoosten van het land is helemaal zonnig. Vooral het gebied ten zuiden van de lijn Toulouse-Grenoble heeft veel uren zonneschijn, met als hoogtepunt Toulon waar deze gemiddeld 2898 uur per jaar zichtbaar is.

Zomaar een dorp ten noorden van Amiens.Wind
In Frankrijk komt ook een aantal speciale winden voor zoals de Lombarde, Labbe en de Vent Du Midi. Vaak zijn dit locale winden die zijn verbonden met zee of bergen. De Mistral is een van de bekendste wind. Verder zijn er de Marin en de Bise.
 

Mistral
De Mistral is een koude noordelijke valwind in Zuid-Frankrijk die een hoge windsnelheid heeft en soms in de winter de temperatuur tot onder nul brengt in de Franse Riviera. De lucht komt vanuit het Centraal Massief, is droog en zorgt voor heldere luchten.

De Mistral ontstaat wanneer koude uit de poolstreken afkomstige lucht ver zuidwaarts Europa in trekt. De lucht trekt langs de Alpen en boven het warmere zeewater van de Golf van Genua ontstaat een actieve depressie. Deze depressie versterkt het heersende windveld en het Rhônedal fungeert als een soort windtunnel, waardoor de windkracht soms oploopt tot windkracht 10.

Op zee gaan bij het uitbreken van een Mistral de golven plotseling hevig tekeer. Boven zee wordt contact gemaakt met het warme zeewater en vooral verder op zee ontstaan nieuwe buien. Gemiddeld waait de Mistral vier dagen lang onafgebroken. Ook 's nachts kan de Mistral flink blijven doorbulderen. De wind verplaatst veel stof en maakt mensen en dieren zenuwachtig. Sommigen worden door de wind ontregeld.

Marin
Dit is een sterke zuidoostenwind in de Golf van Lion. Deze wind is na de Mistral de belangrijkste wind in Zuidoost Frankrijk. Het is een warme vochtige wind, die bewolkt weer geeft. Vaak gaat deze samen met regen en hoort bij depressies in Zuid-Frankrijk of Noord-Spanje.

Bise
De Bise is aanwezig in de buurt van Genève in het Franse gebied. Onder sturing van een hogedrukgebied boven Midden-Europa wordt vanaf het meer van Genève wind aangevoerd door het dal waar de Rhône stroomt. Door de steile wanden van de bergen ontstaat een tunneleffect en wordt een windkracht 7 bereikt. De wind is droog en in de winter koud. Deze noordoostenwind waait vooral in de winter en lente.

Autan
Dit is een valwind aan de noordzijde van de Pyreneeën. Wind uit Spanje wordt de bergen overgetild en veroorzaakt aan Spaanse zijde stijgingsregens. De wind valt vervolgens aan Franse zijde omlaag en wordt warmer. Het is een droge warme valwind die vergelijkbaar is met de föhn in Zwitserland.

 

 

Parijs

 

Parijs is de stad van het Franse erfgoed en vooral de broedplaats voor kunst en cultuur. Veel mensen zijn in het verleden naar de 'lichtstad' getrokken om inspiratie op te doen, of om hun geliefde eindelijk ten huwelijk te vragen. Parijs geeft een mens nieuwe inzichten. Haar monumenten en kunstschatten zijn in betere staat dan die van veel andere steden. Maar Parijs is meer; het is een internationale stad die het grootste deel van Frankrijks economie beheerst, een economie die zich tot ver buiten Europa uitstrekt en in Europa zelf alleen door de Duitse overtroffen wordt. Parijs, al meer dan duizend jaar hoofdstad, speelde een centrale rol in de vestiging van de moderne staat Frankrijk, dat zich in de loop van ongeveer zes eeuwen ontwikkelde uit het oorspronkelijke gebied van de Capetingische koningen (ruwweg tussen Parijs en Orléans). De stad is de administratieve, economische en culturele as waaromheen de Franse maatschappij draait, vooral na de Franse Revolutie. Recente economische . decentralisatiemaatregelen hebben deze tendens enigszins getemperd, maar wat daarvan ook terechtkomt, Frankrijk blijft de creatie van een hoofdstad waarvan het dikwijls niet meer dan een verlengstuk was -of, zoals het gezegde luidt: wanneer Parijs niest, vat Frankrijk kou.

 

 

Bezienswaardigheden
 


Louvre


Toen Philippe-Auguste in 1200 een fort bouwde om de stad Parijs te verdedigen, vermoedde hij waarschijnlijk niet dat het uit zou groeien tot één van ’s werelds meest gezaghebbende en omvangrijke musea. Na Philippe hebben Francois I, Catherine de Médicis, Lodewijk XIV en Napoléon stuk voor stuk een deel aan het Louvre bijgebouwd. In 1989 opende Francois Mitterand het nieuwe en verbouwde Grand Louvre , waarvan vooral de glazen piramide in het oog springt. Het Louvre is opgebouwd uit vier musea: het Musée du Louvre, het Musée de la Mode et de la Textile, het Musée des Arts Décoratifs het Musée de la Publicité. Natuurlijk wil je een glimlach wisselen met de mysterieus kijkende Mona Lisa. Wees voorbereid, want het wereldberoemde schilderij is kleiner dan je denkt. Wegens de drukte is het verstandig óf vroeg op de dag, óf juist laat te gaan. Het Louvre heeft een indrukwekkende collectie schilderijen. Van Giotto tot Boticcelli (de Venus van… inderdaad, Botticelli), en van Rubens tot Delacroix. A-ha-Erlebnissen gegarandeerd, je zult meer (her)kennen dan je vooraf dacht

 

 

Eiffeltoren

 

 

Parijzenaars begroeten elk nieuw monumentaal werk in hun stad altijd met een mengeling van afgrijzen, kritiek en ontsteltenis die een paar jaar duurt, waarna het een dierbaar nationaal symbool wordt -de Eiffeltoren (Tour Eiffel) is daarvan een perfect voorbeeld. In 1887 werd Gustave Eiffels ontwerp voor een gietijzeren monument gekozen om de wereldtentoonstelling van 1889 op te luisteren. Eiffel paste dezelfde techniek toe die hij ook voor bruggen in Frankrijk en daarbuiten had gebruikt: alle 15.000 ijzeren delen werden vooraf gegoten en op volgorde genummerd; de meeste van de 2,5 miljoen klinknagels zaten al op hun plaats voordat de bouw begon. Zijn uitgekiende plannen en technologische duivelskunstenarij zorgden ervoor dat 300 ijzerwerkers, 26 maanden lang 7 dagen per week zwoegend (en zonder ook maar één fataal ongeluk) dit hoogste gebouw ter wereld precies 7 dagen voor de opening van de tentoonstelling voltooiden. De Eiffeltoren was, behalve de hoogste, ook de vernieuwendste constructie ter wereld; een duidelijke boodschap dat Frankrijk en de Franse ingenieurs de pretentie hadden de wereld de 20e eeuw binnen te leiden. Niet iedereen was geestdriftig. Men noemde het ‘de holle kaars’ en ‘een walgelijke zuil van bouten en ijzerplaten’. Guy de Maupassant vond het gezicht erop zo erg dat hij in het restaurant Jules Verne op de tweede verdieping at, ‘de enige plek in de stad waar hij het ding niet hoefde te zien’. De toren zou eigenlijk twintig jaar na de wereldtentoonstelling worden gesloopt, maar werd onverwacht gered door de uitvinding van de draadloze radio: zijn hoogte maakte hem namelijk tot de best mogelijke antenne. De toren biedt een magnifiek uitzicht: op een heldere dag tot meer dan 70 km. De toegangsprijzen hangen af van hoe hoog u wenst te gaan en of u de trap of de lift wilt nemen: trappenlopen kan tot de tweede verdieping.

 

 

Sacré-Coeur

 


Als een enorme bruidstaart rijst de basiliek van de Sacré-Coeur op het hoogste punt van de stad op, daarmee het meest zichtbare monument van Montmartre. Een van de opvallendste aspecten van de Sacré-Coeur is de stralende witheid van zijn stenen, ondanks het vuil en het roet van de stad. De steensoort, uit het département Seine-et-Marne, produceert bij regen een witkalklaagje; daarom zijn alleen de beschutte delen donkerder geworden. De reden voor de bouw van deze Romaans-byzantijnse kerk ligt in de eed die de Franse katholieken zwoeren om na het vernederende verlies in de Frans-Duitse Oorlog van 1870 een aan het Heilige Hart van Jezus gewijde basiliek te bouwen. Het werk begon in 1876. Architect Paul Abadie (een leerling van Eugène Violet-le-Duc) overleed in 1884 en het project werd voortgezet door Lucien Magne die er de 84 meter hoge vrijstaande klokkentoren aan toevoegde. Alleen de voorbereiding voor het leggen van de fundering was al een geweldig technisch hoogstandje: er werden 83 putten van 45 meter diep gegraven en volgestort met stenen. Vervolgens werden deze ‘pilaren’ met ondergrondse bogen aan elkaar verbonden om de ondergrond te verstevigen. Er waren achtentwintig paarden nodig om de kar met de Savooiaardse klok tegen de Montmartreheuvel op te trekken. Deze klok, een van de grootste ter wereld, resoneert bij een hoge C-toon. Vanaf de glas-in-loodgalerij in de koepel heeft u een mooi zicht op het kerkinterieur

 

 

Champs-Élysées

 


Toen André Le Nôtre in 1667 de Champs-Élysées voor Lodewijk XIV creëerde, had hij de bedoeling een visueel vervolg van de Tuilerieën te maken. Tot dan toe was het gebied bepaald niet zo keurig als het later zou worden. In de velden en het struikgewas kwam het schuim van de stad bij elkaar. De Champs-Élysées vallen uiteen in twee delen: de aardige, door tuinen omgeven avenue die van de Place de la Concorde naar de Rond-Point loopt en het zakengebied van de Rond-Point naar de Arc de Triomphe. In de jaren 1830 begon de architect Jacques Hittorff dit onbewoonde deel van Parijs te veranderen. Er werden meer dan 1200 gaslampen geïnstalleerd en het terrein werd een uitgaansgebied met tuinen, fonteinen, restaurants en muziekcafés. Al wat over is van die ontspanningspaviljoens zijn twee dure restaurants, Ledoyen en Laurent. Aan de noordzijde van de Avenue Gabriel liggen de tuinen van het Élysées-paleis (de presidentiële residentie). Westelijk van de Rond-Point strekt zich uit wat de Fransen de mooiste avenue van de wereld vinden en nog altijd de verplichte route is voor alle grote manifestaties. Zo vindt hier op 14 juli, de nationale feestdag, de militaire parade plaats (compleet met laag overvliegende straaljagers) en liggen hier de finish van de Ronde van Frankrijk en de start van de marathon van Parijs. Maar de reputatie van de Champs-Élysées is mooier dan de werkelijkheid; ondanks een recente opknapbeurt, waarbij de parkeerplaatsen werden verwijderd en de toch al reusachtige trottoirs verbreed, blijkt de invasie van schreeuwerige autozaken, fastfoodrestaurants en gigantische bioscoopcomplexen niet te stoppen.

 

 

Arc de Triomphe

 


De Arc de Triomphe wordt door veel Parijzenaars gezien als het middelpunt van Parijs. Deze overwinningsboog staat in een rechte lijn die loopt over de Champs Élysées en begint bij het Musée du Louvre en eindigt bij de Grande Arche (een andere boog) in de moderne wijk La Défense. Het eerste deel heet La Voie Triomphale. Het is een indrukwekkend gezicht, de Arc de Triomphe, met daaromheen een plein dat in Nederland tot overspannen verkeersagenten zou leiden. Er staan geen strepen op 's werelds eerste rotonde, die soms vierbaans, maar soms ook tienbaans lijkt te zijn. Toch vinden de meeste crossende Parijzenaars hun weg op en af de rotonde zonder al te veel kleerscheuren. Ga niet zelf met de auto rondjes rijden, tenzij je het als kick wilt doen. Het risico dat je met een authentiek Frans gedeukte voiture thuiskomt, is hier beduidend groter dan elders. De Arc de Triomphe is Napoléons hommage aan zowel zichzelf als aan zijn legers. Het bouwwerk, waaronder het symbolische graf voor de onbekende soldaat met de eeuwig brandende vlam, kostte tien miljoen Franse francs. Elke avond om half zeven is er een kleine ceremonie van oud-veteranen om het vuur aan te houden. Omdat het een overwinningsboog is voor het Franse leger (zoek op de plaatsen die op de Arc geschreven staan eens een Nederlandse naam), werd het bouwwerk ook nog wel eens door binnenvallende legers als spotobject gebruikt. De eigenwijze Françozen hadden ook daar weer een antwoord op: zo werden in 1871 vreugdevuren aangestoken onder de Arc de Triomphe, om de 'afdruk' van Duitse laarzen (Pruisen had Frankrijk kort tevoren belegerd) uit te wissen.

 


Place Charles de Gaulle

De Luchthaven Roissy-Charles de Gaulle ligt ongeveer 25 km ten noorden van Parijs en er zijn goede verbindingen aangelegd met de stad. Zo rijden er elke 15 minuten RER-treinen naar Gare du Nord. De RER-treinen rijden van 05.30 tot 23.00.

Er rijden ook bussen van Air France en rijden elke 12 minuten van 05.45 tot 23.00. Mocht je met deze bus mee willen, dan word je opgehaald bij de verschillende terminals waaronder A-5 en B-6. Je bent ongeveer 40 minuten onderweg en arriveert op de Place de l'Etoile.

Er rijden ook Roissy-bussen van 05.45 tot 23.00, maar om met deze bussen mee te rijden moet je rekening houden met ongeveer €8,-. Deze bussen brengen je dan naar Place de l'Opera. Als je dus buiten deze tijden naar Parijs wilt reizen, ben je aangewezen op een taxi. Pas wel op, want de tarieven liggen behoorlijk hoog en er worden veel mensen afgezet.

Er zijn veel faciliteiten op de luchthaven aanwezig. Zo zijn er in terminal 1 en 2 geldautomaten te vinden en ook wisselkantoren. Er is een postkantoor dat geopend is van 08.30 tot 18.00. Er is een medische kliniek waar men vaccinatieprikken kan halen en er is ook een kleine apotheek.

Natuurlijk zijn er vele kleine barretjes en restaurants en zijn er veel winkels waar men belastingvrij kunt winkelen. Er zijn ook uitstekende voorzieningen voor gehandicapten, zo zijn er veel rolstoelen en aangepaste toiletten.

Er zijn ook schitterende faciliteiten voor zakenmensen en congressen. Zo zijn er in terminal 1 en 8 compleet ingerichte vergaderruimtes, drie complete kantoren en een vip-lounge. Overal zijn telefoons, faxmachines en videovoorzieningen aanwezig.

Er is ruim voldoende parkeergelegenheid. Elke terminal heeft een eigen parkeerterrein dat overdekt is en wordt bewaakt. Vanuit de parkeergarage kan men door middel van een lift direct in de terminal komen. Er is een terrein voor lang parkeren waar men tegen gereduceerd tarief de auto kwijt kan. Dit terrein is gelinkt aan alle terminals. Mindervaliden kunnen met bewijs tegen gereduceerd tarief de auto kwijt op gereserveerde plaatsen.
 

Parijs - Luchthaven Charles de Gaulle plattegrond


 

Place de la Concorde


Aan de Place de la Concorde, waar ooit revolutionaire bloedbaden plaatsvonden, staan nu de Amerikaanse ambassade en het luxueuze hotel Crillon, terwijl men er een adembenemend uitzicht heeft over de Champs-Élysées, afgesloten door de Arc de Triomphe. De Place de la Concorde werd in 1757 door de hofarchitect Jacques-Ange Gabriel aangelegd als achtergrond voor een ruiterstandbeeld van Lodewijk XV. In tegenstelling tot de andere koninklijke pleinen (bijvoorbeeld de Place des Victoires en de Place Dauphine) die met bebouwing omsloten waren, bebouwde Gabriel slechts één zijde, waardoor het uitzicht vanaf het Tuilerieën-paleis over de Champs-Élysées tot aan het Rond-Point behouden bleef. Zijn van twee zuilenrijen voorziene gebouwen -nu het Crillon-hotel en het ministerie van Marine (waar Marie-Antoinette ooit een geheim appartement had)- weerspiegelen de gevels van de Nationale Assemblée op de andere rivieroever. Het beeld van Lodewijk werd in de Revolutie omver getrokken en de Place Louis-XV werd omgedoopt tot Place de la Révolution. Tijdens de Terreur werden hier meer dan 1200 personen geguillotineerd, onder wie Lodewijk XVI, Robespierre en Marie-Antoinette.

Na nog wat naamsveranderingen werd het plein in 1795 Place de la Concorde genoemd. Lodewijk-Filips zette standbeelden en fonteinen neer die de beroemde steden van Frankrijk vertegenwoordigen en plaatste een centraal monument op het plein -een 3300 jaar oude obelisk. Deze zuil uit de tempel van Luxor werd in 1829 aan Frankrijk geschonken door de Egyptische onderkoning Mohammed Ali. Zo’n 200.000 Parijzenaars juichten toen ingenieur Le Bras en zijn 120 man sterke ploeg de obelisk in 1836 overeind zetten. Hun wapenfeit is opgetekend in de voet van de obelisk, trouwens ook de beste plek om te genieten van het uitzicht op de piramide van het Louvre en de Champs-Élysées, die zich in westelijke richting uitstrekt naar La Défense.

 

 

Uitgaan

 

               


Elke wereldstad biedt natuurlijk een overvloed aan amusement en cultuur, maar Parijs biedt net iets meer. Parijzenaars vinden het heerlijk om uit te gaan en veel evenementen zijn dan ook van tevoren uitverkocht -probeer dus voor theater-, dans-, muziek- en opera-uitvoeringen ruim van tevoren kaarten te bespreken. Voor details en een complete filmlijst koopt u een nummer van de wekelijks -op woensdag- verschijnende Pariscope (met een Engelstalig katern) of l’Officiel des Spectacle, beide verkrijgbaar bij elke kiosk. U vindt er toegangsprijzen, evenals een lijst met restaurants waar u na middernacht nog kunt eten. Een bezoek aan een Parijse schouwburg geeft u de gelegenheid de ambiance op u te laten inwerken, maar voor het overige heeft het weinig zin, tenzij u het Frans tot in detail beheerst. Wel zijn er enkele theaters waar af en toe Engelstalige stukken worden uitgevoerd. Reserveren kan in het algemeen vanaf twee weken voor de voorstelling.

Café-théâtres zijn kleine theaters (geen cafés) buiten het grote toneelcircuit, waar onder andere ‘stand-up comedians’ van wisselende leukheid optreden, maar tenzij uw Frans echt goed is zult u daarvan nauwelijks genieten. Op de Champs-Élysées is het Lido met zijn flonkerende Bluebell Girls, buitensporige megaproducties met lasershows, video, fonteinen en vuurspuwende draken, de Europese tegenhanger van etablissementen in Las Vegas. Het Paradis Latin, gevestigd in een door Gustave Eiffel ontworpen theater, dient zich aan als traditioneel Parijs’ cabaret, begeleid door een Latijns-Amerikaanse band.

 

 

Winkelen

 


Het uitgeven van geld is niet moeilijk in dit winkelparadijs, waar de ene verleidelijke etalage na de andere opdoemt. De winkeliers zijn verplicht hun geëtaleerde artikelen van prijsstickers te voorzien, zodat u weet waar u aan toe bent. Op sommige duurdere artikelen kunt u bij thuiskomst BTW terugkrijgen. Vraag de winkelier om nadere details.

 

Foto: Kim Wildschut


Eenvoudiger warenhuizen zijn BHV en Samaritaine. De ketens van voordelige warenhuizen Monoprix en Prisunic hebben in de hele stad vestigingen en zijn vooral interessant voor kinderkleding, cosmetica en accessoires. De goedkoopste winkelketen is Tati, die populair is geworden onder mensen met gevoel voor modetrends. Aantrekkelijke, redelijk geprijsde kleding voor de jonge vrouw vindt u in specialistische winkelketens als Kookaï, Naf Naf, Promod, Zara en H&M. Warenhuizen zijn op zondag gesloten.

 

 

Van de (weinige) grote winkelcentra noemen we de Forum des Halles (metro: Les Halles) een nogal onaangenaam ondergronds gebied dat volgepropt is met ketenwinkels. De mooie, 19e-eeuwse Galerie Vivienne (metro: Bourse) en de 18e-eeuwse arcades van het Palais-Royal (metro: Palais-Royal) zouden voorlopers van de winkelcentra genoemd kunnen worden, maar ze staan heel ver af van de winkelcentra zoals we die tegenwoordig, vooral uit Amerika, kennen. Antiekhandelaars vindt u aan de Quai Voltaire, de Rue de Beaune en omliggende straten waar in exclusieve winkels antiek van museumkwaliteit verhandeld wordt; het Louvres des Antiquaires bezit 250 winkels en voor de Villa St.-Paul lijken de jaren vijftig het meest geliefde tijdperk te zijn.

 

Het leukst winkelt u in Parijs echter in boetieks. Zwerf maar door de Marais, Montmartre, St.-Germain-des-Prés, Sèvres-Babylone of de Place des Victoires en u zult uw eigen favoriete boetiek ontdekken.

 

 

Openbaar vervoer

 

 


De Parijse ondergrondse wordt beheerd door de Regie Autonome des Transports Parisiens (RATP). Een overzicht van de lijnen vindt u in elk station, of vraag anders een gratis Plan du Métro wanneer u een plaatsbewijs koopt. De lijnen zijn genummerd en kunt u herkennen aan de stationsnamen aan begin en eind: de oost-westlijn 1 bijvoorbeeld loopt van La Défense naar Château de Vincennes. U kunt kaartjes voor een enkele reis kopen, maar beter is het een carnet van 10 tickets te kopen wanneer u van plan bent regelmatig gebruik te maken van de metro. Er zijn ook week- en maandkaarten te koop waarmee u onbeperkt kunt reizen met metro, trein en bus (Carte Orange). Hiervoor heeft u een pasfoto nodig. Met een kaart Paris Visite, te koop bij de metrostations, kunt u een, twee, drie of vijf dagen onbeperkt gebruikmaken van het openbaar vervoer in Parijs en Île de France en krijgt u korting op sommige attracties. De Formule I-kaart, ook te koop bij de metrostations, geeft recht op een dag vrij vervoer. Ook in de stadsbus is uw metrokaartje geldig (afstempelen in de automaat achter de chauffeur, die ook kaartjes verkoopt). Bij de bushalte vindt u een overzicht van het netwerk. De meeste bussen rijden niet na 19.30 uur, op zondag en tijdens de vakantie.
De Parijse SNCF-stations (altijd met een metrostation met dezelfde naam) zijn het Gare de Lyon (voor de verbinding met Zuidoost-Frankrijk en Italië), Gare du Nord (Brussel, Amsterdam, Londen en andere noordelijk gelegen bestemmingen), Gare de l’Est (naar het noordwesten, inclusief Normandië), Gare Austerlitz (Zuidwest-Frankrijk en Spanje) en Gare Montparnasse (West-Frankrijk, inclusief Bretagne). Bel voor vertrektijden en reserveringen, maar beter nog, ga naar het station voor plaatskaarten, want telefonisch is duurder en inefficiënt.

 

 

Taxi’s


Taxi’s vindt u op de taxistandplaatsen en kunt u ook straat aanhouden. Een vol verlichte lichtbak betekent ‘vrij’. Voor vervoer vanaf stations en voor bagage zwaarder dan 5 kg, alsmede voor de vierde passagier (kan geweigerd worden) en dieren (behalve geleidehond) wordt een toeslag op het tarief gevraagd. Een tip van 10% is gebruikelijk.

 

 

Parijse taxi’s zijn niet goedkoop. Als u een taxi telefonisch bestelt, begint de meter vanaf dat moment te lopen. Vraag om een kwitantie, bijvoorbeeld voor het geval u iets in de wagen zou laten liggen. ’s Nachts, en ook wanneer de rit voorbij de stadsgrenzen voert, stijgen de tarieven.