Geschiedenis van de kat

 

Hoe en wanneer verschillende soorten van de wilde kat precies huisdier werden, is moeilijk te achterhalen. Misschien leefden katten al meer dan 10.000 jaar geleden in landbouwnederzettingen in het Midden-Oosten. Afdoend bewijs is bekend uit het oude Egypte omstreeks 2000 v. Chr.
 

Toen de mens van nomadische jager landbouwer werd, moest hij zijn voedselvoorraden tot de volgende oogst beschermen. Het graan werd opgeslagen in voorraadschuren, die echter niet volledig veilig waren tegen ratten en muizen die door de kleinste kieren kropen. Op zoek naar voedsel moeten wilde katten steeds in de nederzetting zijn beland, op jacht naar de talrijker wordende muizen en ratten. De mensen moeten al snel hebben gemerkt dat katten als knaagdierdoder en beschermers van graanvoorraden uiterst nuttig waren. Anders dan honden, die al veel eerder waren gevonden en gebruikt, waren katten bijzonder bruikbaar omdat ze juist 's nachts op jacht gingen, op het tijdstip waarop ratten en muizen zich aan de voorraden vergrepen. De boeren jaagden de katten niet weg, maar moedigden ze aan te blijven. Zo kwam de band tussen kat en mens tot stand.

De kat paste toch al goed in de Egyptische godenwereld, waarin allerlei dieren werden vereerd. De kat werd het symbool van de vruchtbaarheid, in de persoon van de kattengodin "Bastet". Katten werden aanbeden en vertroeteld en vereeuwigd op fresco's en in beeldhouwwerken. Wie een kat schade toebracht, kreeg een zware straf. Op het doden van een kat stond de doodstraf.
Voor een gestorven kat gingen mensen in de rouw en om hun verdriet te tonen, schoren ze hun wenkbrauwen af. Katten werden gemummificeerd en met veel ceremonieel bijgezet in vaak fraaie omhulsels van brons of hout.

Al die goddelijke verering had echter ook nadelen. Inmiddels is duidelijk dat katten ook in grote getale als offergave werden gedood. Archeologen vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven.

Zeereizen
Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. Daarom namen ze katten aan boord. Verondersteld wordt dat de Grieken en Feniciers zo rond 1000 voor Chr. als eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu ItaliŽ is, brachten. De huiskat verspreidde zich langzamerhand over heel AziŽ en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.

Europa
Aanvankelijk waren katten in Europa zeer geliefd. De Romeinen beschouwden ze als het Symbool van de vrijheid en de beschermer van huis en haard. Als "heidense" vruchtbaarheid symbolen waren ze in het vroegere christendom echter niet populair. Daarom werden huiskatten in Engeland in de 14e eeuw beschouwd als Symbool van het kwaad. Men bracht ze in verband met hekserij en de duivel. Honderdduizenden katten werden levend verbrand, waarbij de kerk dat aanmoedigde en zelf het voorbeeld gaf. Toen katten daardoor zeldzaam werden, nam het aantal ratten explosief toe. Dit vormde een van de oorzaken van de pestepidemie van 1334. De "Zwarte dood" waarde door heel Europa. Mensen werden dodelijk besmet met deze ziekte door rattenvlooien. Het besef groeide dat de kat bij het onderdrukken van knaagdieren een belangrijke factor was, met het gevolg dat het aantal huiskatten weer toenam. Tegen het eind van de 17e eeuw was bijna elk huis in Frankrijk voorzien van een kattenluikje en de geliefde huiskat kon komen en gaan, zoals hem of haar dat uitkwam.

AziŽ
Katten werden ook in heel AziŽ bijzonder gerespecteerd. In sommige streken woonden ze in tempels om heilige geschriften tegen muizen te beschermen. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan. In Siam, dat tegenwoordig Thailand heet, mochten ooit alleen de leden van de koninklijke familie katten bezitten. De Siamees stond dan ook bekend als de koninklijke kat van Siam.

 

 

De aanschhaf van een kat

Voor je een kat aanschaft moet je jezelf een paar vragen stellen. En als je weet wat voor kat er het best bij je past, moet je weten hoe je aan die kat komt. Lees dat hieronder.

Wat voor kat?
Wil je graag naar keuringen, wil je fokken of heb je een favoriet kattenras, dan is een raskat vast wel wat voor jou. Neem je een kat gewoon voor de gezelligheid, dan is een huiskat waarschijnlijk goed genoeg voor jou. Veel mensen hebben liever een kitten dan een volwassen kat, maar in wezen maakt de leeftijd van een kat niet uit. Oudere katten kunnen ook goed wennen in een nieuw huis en hebben minder aandacht nodig dan een kitten. Als je veel weg bent kun je dus beter een oudere kat nemen. Wil je graag samen met je huisdier opgroeien, neem dan een kitten. Of je een kater of een poes neemt maakt niet veel uit. Poezen zijn vaak wat pittiger en eigenwijzer dan katers, die juist een beetje 'sullig' zijn.

Uit het asiel
Een goede daad is het natuurlijk om je kat uit het asiel te halen. Veel mensen nemen liever geen kat uit het asiel. Natuurlijk, sommige van de dieren die er zitten zijn schuw, en krabben en bijten, of vluchten weg, anderen zijn misschien niet zindelijk of bang voor andere katten of kunnen niet goed omgaan met kinderen... Maar het overgrote deel is er beland omdat het baasje 'geen zin meer in ze had' of omdat oude mensen naar een verzorgingshuis moeten waar katten niet zijn toegelaten. Met die katten is dus niets mis en die zijn net zo lief als iedere andere kat.

Uit een nest
Het komt vaak voor dat mensen ongewenst (of gewenst) met een nest kittens zitten waar ze een baasje voor zoeken. De kittens kun je tegen een lage prijs kopen. Dit is een goede manier, maar je moet wel veel thuis zijn en veel aandacht aan de kitten besteden, omdat je hem op moet voeden. Vindt je dit geen probleem, zoek dan naar een advertentie voor het afhalen van een gratis kitten, of plaats er zelf een. Soms zie je ook een bordje staan bij een huis. Je vindt vast wel wat!

Van een fokker
Deze kittens/ katten zijn van een bepaald ras en hebben vaak meer verzorging dan de gewone huiskat. Bovendien moet je betalen voor de dieren. Dit is een goede manier als je fan bent van een bepaald ras, of je wilt gaan fokken, of naar kattenshows. Je kunt fokkers vinden in advertenties, op internet enz. Bedenk voor je een raskat neemt wel goed welk ras je wilt hebben. Ga eens naar een paar kattenshows, speur rond op internet of kijk in boeken, tot je een goede keus kunt maken. Je kunt ook eens een fokker bellen als je vragen hebt of bijvoorbeeld eens langsgaan om kennis te maken met een ras. Een goede fokker zal je graag te woord staan en je zoveel mogelijk vertellen over het ras zodat je zeker weet dat zo'n kat bij je past. Vergeet niet om vragen te stellen over de gezondheid van de moederpoes, de vader en grootouders. Als je bij een fokker thuis bent, moet je er ook op letten dat de kittens gewoon in de huiskamer opgroeien en veel bij mensen in handen zijn geweest. Als je het gevoel hebt dat het geen goede fokker is, gewoon "nee" durven zeggen.

 

 

Voorkomen is altijd beter dan genezen en met wat preventieve zorg blijft een kat gelukkig en gezond. Hieronder komt een beschrijving van de verzorging van de nagels tot en met de verzorging van de vacht.

 

Nagelverzorging:

De nagels van de kat groeien voortdurend. De oude, afgesleten nagelschede wordt verwijderd doordat de kat haar nagels slijt of ze met haar tanden aftrekt; eronder zit een scherpe, nieuwe nagel. Wanneer mensen zich zorgen maken dat hun kat een nagel verloren heeft, hebben ze het waarschijnlijk mis: wat ze gevonden hebben is de nagelschede. Een krab van een kat kan pijnlijk zijn en het meubilair beschadigen. Dat kan echter zonder trauma voor de kat, vermeden worden door de nagels te knippen met een gewoon nagelknippertje voor menselijk gebruik of een nagelschaartje. Houd de kat stevig vast (maakt ze bezwaren, schakel dan de hulp van een vriend in om haar vast te houden, terwijl je knipt), plaats je duim bovenop de poot en je vingers eronder. Haal het uiteinde van de klauw weg, ongeveer 3,5 mm, pas op dat je niet in het levend vlees knipt, want dat heeft een flinke bloeding tot gevolg. Als je, je onzeker voelt, vraag dan of de dierenarts een keer wil voordoen.

 

Oogverzorging:

De kat heeft soms een derde ooglid (knipvlies), dat is soms te zien is in de ooghoek. Dat kan een eerste teken zijn van ziekte of oogletsel. Maar het kan ook alleen maar betekenen dat de kat wat magerder is geworden: het oog rudt op een vetkussentje dat kleiner kan worden waardoor het derde ooglid over het oog kan schuiven. Gezonde ogen hoeven alleen maar zo af en toe schoongeveegd te worden met vochtige watten. Valt je iets ongewoons op rond, vertroebeling, afscheiding, scheelzien of het derde ooglid, ga dan direct naar de dierenarts. Is een oog uit de kas geraakt, probeer het dan niet terug te plaatsen. Houd het oog nat met lauwwarm water en breng de kat met spoed naar de dierenarts.

 

Oorverzorging:

De oren van sommige katten hoeven nooit schoongemaakt te worden, die van andere katten, vooral sommige raskatten, moeten op zijn minst elke paar dagen worden schoongemaakt. Maak de oren schoon met een wattenstaafje, maar pas op dat je het oorkanaal niet dichdrukt.Of gebruik wat met plantaardige olie bevochtigde watten, waarmee je de kat geen pijn kunt doen, maar die de oren niet zo goed schoonmaken als een wattenstaafje. Schudt de kat constant met haar hoofd en krabt zij zich, dan heeft ze misschien oor mijten. Behandel deze niet zelf, maar ga naar de dierenarts.
Raadpleeg ook de dierenarts wanneer de oren ruiken, van binnen rood zijn, als er een bruin wasachtige afscheiding uitkomt of als de kat haar oren in de zon verbrand heeft (vooral bij witte katten).

 

Mondverzorging:

Katten krijgen net zoals mensen maar twee stel tanden, dus de verzorging daarvan is heel belangrijk. Hoewel sommige dierenartsen tegenwoordig vullingen aanbrengen in kattentanden en er kapjes bestaan voor op de tanden, is mondverzorging voor onze huisdieren geen zaak van deze tijd.
Voor de meeste kattenbezitters is de beste en goedkoopste mondverzorging nog altijd gewoon poetsen om aanslag te voorkomen, al denken vele van hen daar niet aan. De melktandjes van een kat breken tijdens de eerste vier levensweken door het tandvlees heen en met zes tot acht weken heeft het dier een volledig gebit van 25 tanden. Er kunnen zich problemen voordoen wanneer tussen de derde en zevende maand het blijvend gebit doorkomt en de melktandjes worden weggedrukt. In de meeste gevallen worden ze dan zonder dat er ieman erg in heeft doorgeslikt. Voordat je gat proberen om de tanden van je kat te poetsen, moet je je kat eraan laten wennen dat je met je vingers in haar mond komt. Probeer enkele weken lang op een vaste dag simpelweg de lippen van je kat op te tillen door je vinger en duim aan beide kanten van de mond te plaatsen en deze op te tillen. Maakt je kat hiertegen geen bezwaar meer, ga dan met je vingers langs haar tanden. Pas dan is het tijd om de tandenborstel tevoorschijn te halen (gebruik hierbij een kindertandenborstel), gebruik geen tandpasta voor menselijk gebruik, maar tandpasta met bijvoorbeeld een soort vleessmaakje.

 

Borstelen en vachtverzorging:

Op de buik van een kat staan wel 18.000 haren per cm2 en op de rug 9000 per cm2. Ze zijn te verdelen in drie soorten; de dikke bovenvachtharen, die relatief weerbestendig zijn, de donzige ondervachtharen, die zorgen voor isolatie en de spaarzame, borstelige tussenvachtharen. De vacht is het dikste in de winter, wanneer de spieren bij de haarwortels zich samentrekken om de vacht te laten uitstaan. De verzorging van de vacht moet niet helemaal aan de kat worden overgelaten. Het enigste instrument waarmee een kat haar vacht kan verzorgen is haar tong die, hoewel ze effectief als kam functineert, een ingebouwd afvoerprobleem heeft. Alle vacht die blijft hangen aan de stekeltjes op de tong kan niet worden uitgespuugd en moet worden doorgeslikt. Als de kat deze haren niet kan uitscheiden, kunnen er haarballen in de ingewanden komen te zitten. Door je kat regelmatig, bij voorkeur dagelijks te kammen, zorg je er niet alleen voor dat ze er mooi uitziet, maar bevorder je ook haar gezondheid en welzijn. Jonge katjes worden eerst door hun moeder verzorgd als ze nog te jong zijn om zichzelf te verzorgen.

 

Voeding

Een kat moet ten minste twee maal per dag gevoerd worden. Als je je kat twee keer per dag voert in plaats van een keer, geef haar dan bij elke maaltijd de helft van haar dagelijks eten en niet telkens zoveel als ze nodig heeft. Katten hebben ongeveer 80 tot 90 calorieŽn per dag nodig per kilo lichaamsgewicht. Verminder deze hoeveelheid als je kat te dik wordt en geef wat meer als je kat probeert je goudvis op te eten. Op verschillende momenten in haar leven heeft een kat grotere behoefte aan voedsel. Tijdens de zwangerschap of zoogperiode moet zij zoveel kunne eten als zij wil, waarschijnlijk eet ze drie tot vier keer zoveel als normaal. Jonge katjes eten ook meer dan een volwassen kat, omdat zij extra energie nodig hebben om te groeien. De grootste invloed op het dieet van een huiskat heeft ongetwijfeld haar baasje. Omdat katten worden beschouwd als kieskeurige eters, kan het een uitdaging worden om voedsel te vinden dat je kat lekker vindt. Een kat die honger heeft, eet praktisch alles wat eetbaar is; zo stom is ze niet. Het belnagrijkste waar je aan moet denken bij het kiezen van kattevoedsel is dat de keuze aan jouw is en niet aan de kat. Zorg goed voor je kat: lees de produktinformatie en beslis wat het beste voer voor je kat is.
Drinken is essentieel voor een kat, maar melk is niet nodig. Veel katten reageren allergisch op melk. Een zoogdier met een goed afgewogen dieet heeft na de zoogperiode geen melk meer nodig. Water is echt essentieel voor katten. In feite drinken de meeste katten meer water dan hun baasjes zich realiseren, ook al is het uit een modderpoel. Wil je kat aanmoedigen om te drinken, geef haar dan een ruime drinkbak. Goede voeding is belangrijk voor uw kat omdat hij daar zijn energie uithaalt. Daarnaast is goede voeding belangrijk voor de conditie van zijn organen, zijn vacht,  zijn tanden en botten. En willen we niet allemaal dat onze kat zich lekker voelt en fit  in een mooi sterk en lenig lichaam?

Katten zijn van nature vleeseters. Vandaar dat het zaak is dat zij eiwitrijk voedsel voorgezet krijgen. Omdat hun lichamen bepaalde noodzakelijke eiwitten niet zelf kunnen opbouwen, moet het voedsel relatief veel dierlijke eiwitten bevatten. Ook voor de voedingsstoffen arachidonzuur en taurine is de kat aangewezen op dierlijke grondstoffen. Eigenlijk kun je zeggen dat al het kant-en-klare voedsel dat u in de winkel koopt voor uw kat deze benodigde voedingsstoffen bevat in de juiste verhoudingen. Dat geldt zowel voor de droge brokken als voor het blikvoer. Maar zŤlf met vers voedsel een voor de kat goede maaltijd samenstellen is heel moeilijk en houdt het gevaar in van ziektes door gebreken.

 

Gevaren van verkeerd voedsel

Wist u dat droog voer voor de tanden (tandsteen) van uw kat beter is dan blikvoer? Van belang om te weten is verder dat katten geen enzym hebben om koeienmelk te verteren. Wilt u uw kat melk geven dan moet u dus speciale kattenmelk kopen. Verder is het belangrijk dat uw kat niet te dik wordt. Dit in verband met zijn lichaamsconditie, zijn hart en leverfunctie. Naarmate een kat ouder wordt, is de kans op overgewicht groter. Eigenlijk net als bij ons mensen. Minder (zwaar) eten en meer bewegen is dan de oplossing om uw kat weer fit en gezond te krijgen. Voor oudere katten is er speciaal licht voedsel in de handel. Wat in ieder geval uit den boze is voor katten is chocolade of andere stimulerende middelen. Daar kunnen ze echt heel ziek van worden.

Sommige katten zijn allergisch voor bepaalde voedingsstoffen. Als u de indruk hebt dat uw kat problemen heeft met zijn gezondheid door voeding, kunt u bij de dierenarts informeren naar geschikte dieetvoeding. Tot slot: vergeet niet dagelijks een vers bakje water voor uw kat klaar te zetten.

 

 

Ziektes

 

Kattenziekte
Kattenziekte is wereldwijd de meest bekende infectieuse aandoening van de kat. Het virus komt overal op de wereld voor, is zeer besmettelijk en zieke katten gaan er bijna altijd aan dood. Het kattenziekte-virus blijft buiten het lichaam er lang besmettelijk, in tegenstelling tot het leukosevirus en de virussen die niesziekte veroorzaken. Katten kunnen hierdoor op allerlei manieren besmet raken: via de handen of schoenzolen van een bezoeker, vlooien van een kat of de kleding van een persoon. Virussen zijn zeer klein en met het blote oog niet te zien. Bij niet beschermende katten tast het virus voornamelijk het maagdarmkanaal aan. Daarnaast worden ook de lymfeklieren en het beenmerg aangetast. Hierdoor daalt de weerstand van de kat dramatisch en krijgen andere ziekteverwekkers een kans het ziektebeeld sterk te verergeren. meestal overlijdt de kat aan de gevolgen van deze ziekte. Gelukkig kunnen onze katten worden ingeent voor de kattenziekte. Dat gebeurt 1x per jaar.

Niesziekte
Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Bij de volwassen dieren is de ziekte meestal dodelijk en bij de jonge kat kan het een dodelijke afloop hebben, vooral waneer door verzwakking andere aandoeningen een kans krijgen. Niesziekte is geen ziekte die door een enkel virus word veroorzaakt. Deze infectie van de luchtwegen word veroorzaakt door verschillende virussen en bacterien. De belangrijkste virussen zijn Calicivirus (FCV) en het Rhinotracheitis-virus (FVR). De symptomen, die deze twee virussen geven, lijken sterk op elkaar. Hierdoor is het moeilijk om te bepalen welke van de virussen er in het spel is. Een bacterie die ook een rol kan spelen in het niesziekte complex is Chlamidia. Bacteriele infecties van de luchtwegen kunnen in de meeste gevallen afdoende behandeld worden met antibiotica. Dit geld echter niet voor virusinfecties. Katten kunnen worden gevaccineerd tegen de belangrijkste virussen die infecties van de luchtwegen kunnen veroorzaken. Het is zeker niet zo dat een kat die tegen niesziekte is gevaccineerd nooit meer verkouden kan worden. Wel is het zo dat een regelmatige gevaccineerde kat beter bestand zal zijn tegen vitale infecties van de luchtwegen. Tevens is het mogenlijk tegen Chlamidia te vaccineren.

FIP
FIP (Feline Infectieuze Peritonitis) is een door coronavirussen overgebrachte ziekte. Infectie treedt op via mond of neus,
direct van kat tot kat of via verontreinigde oppervlakken. Hoewel het virus in de omgeving enkele weken kan overleven, wordt het goed geÔnactiveerd door de meeste huishoudelijke schoonmaakmiddelen. Coronavirussen zijn veel voorkomende virussen, welke niet allen tot FIP leiden. De verschillende ondersoorten van het virus noemt men stammen. Veel van deze stammen veroorzaken weinig of geen ziekte-verschijnselen. Het voorkomen van verschillende
virusstammen binnen de coronavirussen gecombineerd met het feit dat niet alle stammen even sterk ziekteverwekkend zijn, maakt dat FIP via bloedonderzoek moeilijk te diagnosticeren is. Coronavirussen die FIP veroorzaken infecteren en vermeerderen zich in witte bloedcellen (afweercellen). In reactie hierop treedt een sterke ontstekingsreactie op. Op het ogenblik denkt men dat het FIP-virus ontstaat door een kleine verandering in een goedaardig coronavirus.

FELV
FELV (Feline Leukemie Virus) is een door (retro)virussen overgebrachte vorm van kanker van het bloed- en immuunsysteem. Besmetting treedt op door directe overdracht van het virus via het speeksel bij onderling likken, blazen of bijten. Daarnaast kunnen kittens via de placenta en de moedermelk geÔnfecteerd worden. Ongeveer 40% van de geÔnfecteerde katten reageert met een effectieve afweerreactie, het virus wordt verwijderd en het dier
is weer genezen. 30% van de geÔnfecteerde dieren wordt latente drager; dieren die drager van 'slapende' virussen (meestal in het beenmerg) zijn. Deze dieren kunnen bij verminderde weerstand of bij ziekte door andere oorzaak wel ziek worden. In de latentietijd worden ze niet gezien als een ernstig besmettingsgevaar voor andere katten. De laatste 30% van de katten wordt ziek met virusuitscheiding ůf kan een persisterende drager worden: hierbij is het virus in het bloed aanwezig. Deze dieren hebben een zeer grote kans aan het virus te overlijden. Dit zijn ook de dieren die de infectie
kunnen overbrengen, gedurende (meestal) 1 tot 16 weken nadat ze zelf zijn geÔnfecteerd.

FIV OF KATTENAIDS
FIV (Feline ImmunodeficiŽntie Virus) is een door (lenti)virussen overgebrachte virusziekte. Besmetting treedt op door directe overdracht van het virus via bijtwonden. Dit houdt in dat vooral katers risico lopen omdat ze vaak meer territoriale agressie vertonen. Ook het in de nek bijten bij de dekking kan overdracht van het virus bewerkstelligen. Vooral in cattery's is dit de manier van overdracht. Daarnaast kunnen kittens in principe via de placenta en de moedermelk geÔnfecteerd worden, dit gebeurt echter (bijna) alleen als de moeder besmet wordt terwijl ze dragend of lacterend is.

Polycystic Kidney Disease (PKD)
PKD is een autosomaal dominante erfelijke afwijking van de nieren die vooral voorkomt in Perzen en met Perzen verwante rassen (dus ook de britten). De ziekte is al ruim 30 jaar bekend, maar wordt slechts sporadisch in de veterinaire literatuur besproken. De laatste 10 jaar kreeg het pas de slechte naam van een erfelijk, langzaam verergerend en onomkeerbaar ziekteproces.

De ziekte laat op ongeveer zevenjarige leeftijd een nierfalen zien dat veroorzaakt wordt door groeiende cysten (met vocht gevulde blaasjes) in de nieren, waardoor deze enorm vergroot kunnen worden en langzamerhand het normale nierweefsel verdringen De nieren raken hierdoor zo beschadigd dat ze hun functie niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen. Het laat zich raden dat de dood het gevolg is. Vanaf de geboorte zijn in beide nieren kleine cysten waar te nemen. De cysten kunnen variŽren in grootte van minder dan 1 mm tot groter dan 1 cm. Oudere dieren hebben meestal meer en grotere cysten. Ook in andere organen zoals de lever en de baarmoeder zijn cysten waargenomen. Doordat de ziekte slechts langzaam voortschrijdt, zullen niet alle katten de klinische symptomen in zodanige mate krijgen dat ze eraan sterven.
Sommige Perzische katten met ADPKD hebben levercysten en een kat die bij de spreker bekend is, had verwijding van lymfevaten en cystenvorming in de uterus. Katten met ADPKD kunnen al overlijden aan nierfalen voor er ontdekt is dat er sprake is van veel cysten in de lever.
Ruwweg wordt ADPKD bij katten gekarakteriseerd door cysten waarbij door de nier heen slechts een klein percentage van de nefrons (functionele nier eenheid, bestaande uit glomerulus en het aansluitende tubulussysteem) betrokken is. De grootte van de cysten neemt toe met de leeftijd. De plek waar de cysten ontstaan, varieert. Uitzonderlijke cystenvorming, hoewel niet karakteristiek voor specifieke nefronsgedeelten, zijn opvallend variabel.

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een ziekte van de hartspier waarbij de hartspier plaatselijk sterk verdikt is (vaak de linker boezem) en daardoor minder goed kan functioneren. Symptomen kunnen zijn: ademhalingsproblemen, stolsels in het hart door zeer slechte doorstroming van het bloed en plotselinge dood door een ernstige hartritmestoornis of een attaque. Bij mensen is sinds 1952 een ziekte bekend die zich fenotypisch uit door verdikking van de wand van de linkerboezem. Deze afwijking blijkt familiair en wordt autosomaal dominant overgeŽrfd. Een mutatie is in 1989 gevonden (in de heavy chain van het spiereiwit, beta myosine). Dit is een structureel eiwit waarbij een enkelvoudig defect gen (afkomstig van een der ouders) al kan leiden tot klachten. Sedertdien zijn er 125 mutaties geÔdentificeerd van 8 verschillende genen die elk voor zich een vorm van hyperytrofe cardiomyopathie kunnen veroorzaken. Dus hoewel een DNA test binnen een familie vaak wel mogelijk is, is "de" test voor HCM niet zo eenvoudig. Het bewijs dat in elk geval een gemuteerd Beta myosine heavy chain gen cardiomyopathie veroorzaakt is geleverd door dit gen in te brengen in transgene muizen, die dan ook HCM ontwikkelden.

 

 

Fotogalerij