Een stukje geschiedenis

Het konijn wordt in heel West-, Midden- en Zuid-Europa aangetroffen op elk terrein waarin hij holen kan graven. Hij heeft zich van het Middellandse Zeegebied uit verspreid en is in de middeleeuwen in Nederland en BelgiŽ ingevoerd. Het konijn kwam tot 1954 veel voor in zandstreken, bossen en duinen. Een virusziekte is er de oorzaak van dat het dier op vele plaatsen is verdwenen. Later is dat aantal weer toegenomen.

 

 Bekende rassen

- Vlaamse reus

De Vlaamse reus werd in BelgiŽ al in de 19e eeuw raszuiver aangetroffen. Het dier kwam veel voor in BelgiŽ, maar ook in Frankrijk. De Vlaamse reus komt in verschillende kleuren voor. Eerst was hij er alleen in de haaskleur maar later kwam hij ook in het wit voor. Er zijn nog andere kleuren ontstaan door kruisingen met andere rassen.
De Vlaamse reus is heel geliefd bij fokkers en op tentoonstellingen. De Vlaamse reus is minder geliefd als huisdier omdat hij een beetje duur is in het onderhoud. Ze hebben een groot hok nodig en ze eten veel. Een kenmerk van de Vlaamse reus is dat hij betrouwbaar en rustig is.

 

Uiterlijke kenmerken:

De Vlaamse reus is het allergrootste konijnenras ter wereld. Het konijn kan ongeveer 6 kilo wegen als hij volwassen is. De Vlaamse reus heeft een lang lichaam en een brede rug. De lengte van de romp is minimaal 65 cm. De poten zijn gemiddeld van lengte, recht en gespierd. De kop is breed en de wangen zijn vol. Er is een duidelijk verschil tussen de kop van de ram en de voedster. De voedster heeft een iets kleinere kop. De oren van de Vlaamse reus zijn sterk, groot en dik. Ze zijn ongeveer 18 cm lang. Vlaamse reuzen wordenin verschillende kleuren gefokt.

 


- Pooltje

De eerste pooltjes kwamen aan het eind van de 19e eeuw voor het eerst in Duitsland en later in Nederland. Deze pooltjes stammen af van een engels ras. Het ras was in beide landen heel populair. Het ras werd in 1907 in Nederland erkend. Omdat op de tentoonstellingen graag een klein ras werd gezien probeerden de fokkers een zo klein mogelijk pooltje voort te brengen. Er bestaan twee soorten pooltjes. De roodogige en de blauwogige pool. Er is een klein karakterverschil tussen dieren met blauwe en rode ogen. De blauwogige pooltjes zijn wat levendiger. Pooltjes zijn een van de populairste rassen van de wereld. Niet alleen fokkers zijn dol op dit ras maar je kunt een pooltje ook heel goed als huisdier houden.

 

Uiterlijke kenmerken:

Pooltjes hebben een korte nek. De pootjes zijn fijn en recht en de voetjes zijn kort. Het kopje is bolrond, met een breed voorhoofd en brede wangen. De ogen zijn aardig groot en bol. De oren zijn erg smal. Ze staan dicht tegen elkaar aan en hebben een lengte van 5 cm. De pooltjes wegen ongeveer 1 kilo. De beharing van het pooltje is erg kort en glanzend, heeft veel onderwol en voelt zacht aan.

 


- Franse hangoor
De Franse hangoor is een oud Frans ras. Het is ontstaan in het midden van de 19e eeuw. Dit ras is ook erg geliefd op de tentoonstellingen over de hele wereld. De Franse hangoor was vooral in Duitsland heel populair. De Franse hangoor is een goedaardig, rustig ras. Jonge dieren ontwikkelen zich heel snel en zijn in korte tijd volgroeid. Dit dier is minder geschikt om als huisdier te nemen.

 

Uiterlijke kenmerken:

Een volwassen hangoor weegt tussen de 4,5 en 6 kilo. De dieren hebben een gespierd lichaam met een brede borst. Het ras heeft korte en forse poten. De Franse hangoor heeft een flinke, brede kop met goed ontwikkelde wangen. De kop is vooral breed tussen de ogen. De oren zijn dik en hangen naar beneden. Franse hangoren hebben een glanzende, dikke vacht met veel onderwol. De vacht hoort zacht aan te voelen.
De Franse hangoor komt voor in verschillende kleuren. De jongen van de Franse hangoor hebben bij de geboorte staande oren. Pas na vier weken beginnen ze te hangen.

 

Voedsel

Konijnen eten alleen plantaardig voedsel. Het zijn herbivoren. Je kunt ook veel kant-en-klare voedselpakketten kopen in de winkel. Een nadeel van het gemengde voer uit de winkel is dat het konijn er de lekkerste dingen uithaalt en de rest laat staan. Hierdoor eet het konijn erg eenzijdig. Konijnen die zwanger zijn hebben minimaal twee keer zoveel eten nodig als normaal. Je moet ze altijd zoveel geven als ze willen. Naast droge brokjes vindt een konijn hooi ook erg lekker. Niet alleen hooi is belangrijk maar ook water heeft een konijn heel veel nodig. Gemiddeld drinkt een konijn een tiende van zijn lichaamsgewicht per dag. Verder vinden konijnen vers groenvoer erg lekker. Bijvoorbeeld: peentjes, andijvie, boerenkool, peer en appel.

 

Ram of voedster

De mannelijke konijnen worden ram genoemd en de vrouwelijke konijnen heten voedster. Het uiterlijke verschil tussen beide konijnen ligt in de vorm van de kop en de rest van het lichaam. Bij de meeste rassen is de vorm van de kop iets breder en hij heeft iets dikkere wangen. De kop van de voedster is minder ontwikkeld en het lichaam van het vrouwtje is vaak wat langer. Verder zijn er ook nog wat karakterverschillen tussen beide konijnen. Normaal gesproken zijn de rammen wat feller. De voedsters zijn wat minder gauw boos. Alleen als ze drachtig (zwanger) zijn kunnen ze soms hard uitvallen.

 

Verzorging

Konijnen kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok. Konijnen kunnen wel tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid, felle zon en vrieskou. Je kunt dus beter je konijn in de winter in een schuur zetten waar het niet zo koud is. Je moet het konijn nooit vanuit een koude schuur zo bij de warme kachel zetten want de kans is groot dat hij het dan niet overleeft.
Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. De dieren zijn erg schoon en verspreiden geen nare luchtjes. Als je de kooi maar op tijd schoon maakt. Je kunt het konijn zelfs los laten lopen in de kamer als je de kamer maar konijnvriendelijk maakt. Dus elektriciteitsdraden en giftige kamerplanten aan de kant!
Konijnen zijn uitzonderlijk zindelijke dieren. Het is overbodig om ze in bad te doen. Je moet je konijn iedere week even borstelen. Dit is goed voor de bloedsomloop van het konijn en de oude haren worden verwijderd. De tanden van het konijn groeien altijd door en ze moeten dus af kunnen slijten. Het beste is veel hooi, hard brood en takken waarop ze kunnen knagen. Te lange tanden hinderen het konijn bij het eten. De nagels van het konijn moet je elke 2 a 3 maanden laten knippen door de dierenarts.

 

Hoe moet ik mijn konijn optillen en dragen?

Heel vaak als mensen een konijn optillen doen ze dat verkeerd. De goede manier is het konijn met de rechterhand stevig vastpakken aan het rugvel achter de schouderbladen, tegelijkertijd met de linkerhand ondersteunen. Je moet het dan zo op je arm zetten dat een hand op de nek blijft rusten. Zo kun je een konijn altijd vastpakken. De foute manier is het konijn als een teddybeer onder de arm vast te klemmen. Het is heel gevaarlijk om het op deze manier te doen omdat je zo de ribben en de ingewanden van het dier in kan drukken. Als het konijn dan ook nog gaat spartelen, kan het uit je arm glijden en op de grond vallen.

 

Fotogalerij