IsraŽl

 

Met dank aan landenweb voor tekst en uitleg

en aan travel-images.com voor de foto's.

 

 

Algemeen

 



IsraŽl (Ivriet: Medinat Jisraeel, Arabisch: Dawlat Isra'il = Staat van IsraŽl), is een republiek in het Midden-Oosten in het werelddeel AziŽ. De totale oppervlakte van IsraŽl is officieel 20.770 km2, en het land is daarmee ongeveer half zo groot als Nederland. Dit is volgens de grenzen van 1949, dus exclusief de bezette gebieden en de Palestijnse Autonome Gebieden - Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Golanhoogte die samen 7375 km2 groot zijn. Van noord naar zuid strekt het land zich uit over ca. 420 kilometer, van oost naar west varieert de afstand van 20 tot 160 kilometer. De Middellandse-Zeekust is 230 kilometer lang. IsraŽl grenst in het noorden aan Libanon (79 km), in het noordoosten aan SyriŽ (76 km), in het oosten aan JordaniŽ (238 km) en de West Bank (307 km), in het zuiden aan Egypte (266 km) en in het zuidwesten aan de Gaza Strip (51 km).

 

 

Landschap

 


IsraŽl is een smal, langgerekt land en kent van west naar oost drie landschappen: de kustvlakte, het westelijk bergland en de slenk van el Ghor. Het zuidelijke gedeelte van IsraŽl wordt gevormd door de Negev-woestijn, die de helft van het land beslaat.

De kustvlakte is aaneengesloten en wordt alleen onderbroken door het Karmelgebergte en van zuid naar noord onderscheiden in Sjefťla, de vlakte van Sjaron en het dal van Zevoeloen (Zebulon). De kuststrook is deels een vruchtbare laagvlakte, die in het zuiden steeds breder, droger en onvruchtbaarder wordt. Uiteindelijk gaat dit gebied over in de SinaÔwoestijn. Bij de kustplaats Haifa ligt de berg Carmel (550 m).

 



Het westelijke bergland, 700 tot 1000 m hoog, is onder te verdelen van zuid naar noord in de berglanden van de Negev en van Judea, Samaria en Galilea. De laatste drie gebergten bestaan overwegend uit kalksteen en vertonen karstverschijnselen. De ondergrond van de Negev bestaat uit graniet. In het uiterste noorden gaan de heuvels van Libanon over in de hooglanden van Galilea tot een hoogte van ongeveer 1200 meter, aflopend naar de Jordaanvallei in het oosten, in het westen naar de kustvlakte en in het zuiden naar de vallei van Esdraelon. Ten zuiden van Esdraelon strekt zich een hoogvlakte uit van ca. 150 kilometer.
De hoogste bergen zijn de Hare Meron bij Zefad (1208 m) en de Ramon in het zuidwesten van de Negev (1035 m). Het westelijk bergland wordt ten zuidoosten van Haifa onderbroken door de Vlakte van JizreŽl, die het Jordaandal met de Middellandse Zee verbindt.

De diepe slenk van el Ghor omvat in het noorden het Jordaandal en in het zuiden het dal van Araba. In het noorden ligt het oppervlak van Jam Kinneret op 209 meter beneden de zeespiegel, meer zuidelijk dat van de Dode Zee op 394 meter beneden de zeespiegel. De enige grote rivier is de Jordaan, deels grensrivier met JordaniŽ. De overige rivieren in IsraŽl stromen allemaal naar de Middellandse Zee, zijn kort en voeren onregelmatig water.

 

 

Klimaat

 

 

IsraŽls ligging tussen de Middellandse Zee en de woestijn bepaalt voor een groot gedeelte het weer. IsraŽl kent maar liefst vier klimaatzones, van mediterraan tot woestijnklimaat. Het grootste deel van IsraŽl is in twee seizoenen te verdelen, de hete, droge zomer en de koude, natte winter. Zo kunnen de temperaturen in Jeruzalem dalen tot 5įC (laagste temperatuur ooit gemeten in IsraŽl: -7įC) met soms zelfs sneeuw, terwijl in het gebied rond de Dode Zee de temperatuur tot 45įC kan oplopen. Ook in de berggebieden van Noord-Galilea kent valt regelmatig sneeuw.
West-IsraŽl bezit een mediterraan klimaat met droge, hete zomers en zachte, vochtige winters. De in het oosten gelegen slenk van el Ghor ontvangt minder dan 200 mm regen per jaar en kent daardoor een woestijnklimaat. In de zomer lopen de temperaturen plaatselijk vaak op tot meer dan 40įC, met name als uit het oosten de Ďhamsiní (Hebreeuws: sharav), een woestijnwind, waait. De zomerwarmte wordt overdag getemperd door de dagelijkse zeewind vanuit het westen; de afkoeling 's nachts is vaak zo sterk dat er dichte nevels en zware dauw optreden. De warmste gebieden van IsraŽl zijn Eilat, het Aravadal in de Negev-woestijn, de laagst gelegen gebieden van de Jordaanvallei (hoogst gemeten temperatuur ooit: 54įC), het dal van Bet Shean de oevers van het Meer van Tiberias in de zomer en de Dode Zee. De winterregen valt gewoonlijk in drie perioden: de vroege regen na de droge zomer in oktober en november, de winterregen, in hevige buien, afgewisseld door perioden met zonneschijn en de late regen in maart en april. De gemiddelde regenval per jaar bedraagt ca. 600 mm en neemt van noord naar zuid en van west naar oost af. De meeste regen valt tussen november en april; in het gebied rond de berg Hermon valt tot 1000 mm per jaar, terwijl er in Eilat, in het zuiden, meestal minder dan 50 mm neerslag per jaar valt. Noord-Galilea kent ongeveer 70 dagen regen per jaar, in Jeruzalem en in de bergen van Judea regent het jaarlijks ongeveer 50 dagen en in de Negev-woestijn valt ongeveer 10 dagen lang regen.


 

 

 

Planten en dieren

 


Het westen van IsraŽl behoort nog tot de mediterrane regio, met nog behoorlijk wat altijdgroene bossen. Een van de grootste bossen in het land is het 2000 ha grote gebied rond Baríam, Ein Zeitim en Biriya, dat door het Jewish National Fund in de jaren vijftig geplant werd op de boomloze bergkammen rond de stad Tsefat. In de laagvlakte en op de duinen groeit onder andere de Johannesbroodboom. In het kustgebergte en tot Jeruzalem en Galilea, groeit op krijtgrond naaldbos van Aleppo-den. Op zandgronden in deze streken groeien eikenbossen die tot in Galilea gemengd zijn met Styrax officinalis en Pistacia atlantica. De Pistacia atlantica behoort tot de oudste bomen die men in de Negev of in Galilea vinden kan. Van zijn alles overheersende verschijning wordt in verschillende bijbelse verhalen verteld. Landinwaarts is in het gebergte vooral struikgewas te vinden dat men in kalkrijke gebieden Ďgarrigueí noemt, en op meer zure grond Ďmaquisí. Dit milieu kent een groot aantal plantengemeenschappen, waarvan sommige nergens anders in het Middellandse-Zeegebied voorkomen. Enkele bijzondere soorten zijn vlinderorchis, Calycotome villosa, Italiaanse gladiool, Cistus salviaefolius, Aziatische ranonkel, wilde tarwe, Galilea-orchis en Helichrysum sanguineum. Overal treft men in het mediterrane gebied, aangeplant en verwilderd, de oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige Barbarijse vijg aan (ook wel vijgcactus genoemd, in IsraŽl 'sabra' geheten).
Naar het oosten gaat de vegetatie over in die van het steppegebied, en hier groeit het steppedoornstruweel van onder andere de Zizyphus lotus, Zizyphus spina-Christi of jujubeboom en Acacia arabica, allemaal zeer taaie planten die maar weinig water nodig hebben. De oever van de Jordaan is vrijwel zonder vegetatie. De woestijn van Judea is in de zomer kaal en dor, in de winter groen, en in het voorjaar bij voldoende neerslag ťťn grote wilde bloementuin, met onder andere rode anemonen, gele mosterdplanten, roze cyclamen, blauwe orchideeŽn en bruine en paarse irissen. De ca. 160 natuurreservaten in IsraŽl beslaan in totaal 400.000 ha en herbergen meer dan 3000 plantensoorten, waarvan er ca. 150 alleen in IsraŽl voorkomen.

 

 

Enkele bijzondere biotopen:

 

  

 


De Arava-vallei maakt deel uit van de grote Syrisch-Afrikaanse slenk, die van Oost-Afrika tot het zuiden van Turkije loopt. De temperatuur kan in dit gebied oplopen tot boven de 40įC en de van oorsprong Afrikaanse flora voelt zich in deze omstandigheden dan ook goed thuis. In sommige wadiís groeit de Acacia raddiana, een boomsoort die ook op de Afrikaanse savannen voorkomt. De Loranthus acaciae groeit als een parasiet op acaciaís en haar honing is een belangrijke voedselbron voor sommige vogelsoorten. De uit Zuid-Afrika afkomstige Mesembryanthemum heeft succulente bladeren die veel water kunnen opnemen.
De Negev-woestijn gaat in het noordwesten over in een halfwoestijn met een opmerkelijke flora. Tussen Beershaba en Sede Boker groeien vooral eenjarige planten; de meest voorkomende zijn grassen, zoals Stipa capensis. De terpentijnboom of terebint groeit al duizenden jaren in de Negev. De zwarte iris is tussen maart en mei te zien in de kalkrijke gebieden van de Negev en de woestijn van Judea. De affodil bloeit van januari tot april

 

Dieren

 

              

 


In de loop der tijd is de soortenrijkdom in IsraŽl sterk verminderd, onder andere door het op grote schaal kappen van bossen met als gevolg erosie. Pas de laatste tijd worden er veel bossen weer aangeplant. Op dit moment telt IsraŽl ongeveer tachtig reptielsoorten en tweehonderd zoogdiersoorten. De panter komt nog in zeer kleine aantallen voor, evenals de Syrische bruine beer. Van de andere recente soorten zijn te noemen de gestreepte hyena, de gewone jakhals, de gewone ichneumon of faraorat, de egel, de klipdas en een blinde muis (Spalax microphthalmus).
Tot de ca. 400 soorten tellende vogelwereld behoren onder meer de raaf, de kerkuil, de vale gier, de witte kwikstaart, een mus (Passer biblicus), patrijzen en kwartels, de kokmeeuw en de gewone pelikaan. Onder de ongewervelde dieren zijn vooral de insecten en woestijnslakken opvallend. In de Negev-woestijn is het Hai-Barreservaat voor de bijbelse fauna ingericht, onder meer door import van onagers, Arabische oryxen en struisvogels. In dit reservaat leven verder nog Somalische ezels, caracals, jakhalzen en wolven.


Enkele bijzondere biotopen:

 


 


De Arava-vallei maakt deel uit van de grote Syrisch-Afrikaanse slenk, die van Oost-Afrika tot het zuiden van Turkije loopt. De temperatuur kan in dit gebied oplopen tot boven de 40įC en de gedeeltelijk van oorsprong Afrikaanse fauna, voelt zich in deze omstandigheden dan ook goed thuis.
De Arabische gazelle dreigt uit te sterven op het Arabische schiereiland; ten zuiden van Yotvata ligt een reservaat waar dit dier beschermd wordt. Verder leven hier de gestreepte hyena, de wilde kat, de zandrat, de springmuis en de gerbil. De groene bijeneter is een vogel die alleen in deze vallei voorkomt; andere bijzondere vogels zijn de rosse woestijnleeuwerik, de woestijnvink, de Palestijnse honingvogel en de gewone woestijnleeuwerik. In het noordwesten van de Negev maakt de woestijn plaats voor halfwoestijn, waar nog diersoorten voorkomen die zeldzaam zijn geworden in IsraŽl. Meest opvallende dier is de wolf, die verder nog voorkomt in de woestijn van Judea en de Arava-vallei. Doordat het dier beschermd wordt, komt de Dorcas-gazelle nog veel voor in IsraŽl, evenals de bruine haas en de vos. De volgende vogelsoorten bevolken de Negev: bonte kraai, griel, gevlekt zandhoen, de beschermde kraagtrap en de kuifleeuwerik.
 




De Rode Zee is beroemd om haar kleurige vissen, koralen en ongewervelde dieren, die deel uitmaken van de Indisch-Pacifische fauna. In de directe nabijheid van koraalriffen vindt men de grootste diversiteit aan vissen, die daar voedsel en beschutting vinden. Het zogenaamde franjerif bezit de grootste soortenrijkdom. Bij het hoger gelegen plaatrif en het lager gelegen diep rif is dat wat minder. De volgende opsomming is slechts een kleine greep uit de vele soorten: vierooggoochelaar, blauwe papegaaivis, gemaskerde kogelvis, lipvis, grijze murene, goudstaartgoochelaar, chirurgvis, blauwe doktersvis, anemoonvisje, rotsvis, koffervis en tandbaars. Bijzondere levensvormen zijn: zachtkoraal, rode spons, zee-egel, zeeanemoon, kokerspons, naaktslak, zandkokerworm, brandkoraal en kappersgarnaal.

 

 

 

 


De mediterrane zone is al in de steentijd door de mens ontbost, maar er komen nog voldoende bijzondere dieren voor, zoals de Moorse landschildpad en de mangoest. Veel voorkomende vogels zijn de kleine torenvalk, roodstuitzwaluw, grauwe buulbuul, distelvink, kleine zwartkop en palmtortel.

 

 

 

Bethlehem

 

 

Met dank aan Hr. Schouwstra

 

Bethlehem (in het Hebreeuws: 'broodhuis', in het Arabisch: 'vleeshuis') is gelegen op verscheidene heuvels ongeveer 11 km ten zuiden van Jeruzalem en ligt 850 m. boven de zeespiegel. In deze plaats zijn koning David en Jezus Christus geboren. Tegenwoordig wonen er overwegend Arabische christenen. Het toeristische centrum van de stad is de Geboortekerk, die door keizer Constantijn is gebouwd. Jaarlijks hoogtepunt in Bethlehem zijn de feestelijkheden rond Kerst. Op beide kerstdagen is de stad feestelijk versierd en vol drukte. De cafťs en restaurants zijn dan tot diep in de nacht geopend. Aan de rand van de stad ligt het graf van Rachel, de vrouw van Jakob. De christenen die in wonderen geloven, bezoeken graag de Kerk van de Melkgrot. Deze staat op de plaats waar Maria bij het voeden een druppel melk zou hebben verloren, waarna de rotsen stralend wit werden.

Bethlehem was ook de achtergrond van de geschiedenis van Ruth, de Moabitische en Boaz. Elimelech en zijn vrouw Naomi vertrokken uit Bethlehem ten tijde van een hongersnood en gingen met hun twee zonen naar de velden van Moab (Ruth 1: 1 -4). Na de dood van haar man en haar twee zonen keerde Naomi met haar schoonmoeder Ruth naar BethIehem terug (Ruth 1:19-22). In Bethlehem ontmoette Ruth Boaz en trouwde met hem. Ruth is de overgrootmoeder van David en Bethlehem was dus de stamplaats van het huis van David. Om deze reden ging dan ook Jozef, die voortkwam uit een tak van het huis van David, naar Bethlehem voor de volkstelling. David is in Bethlehem geboren en bracht zijn jeugd door met het hoeden van de schapen van zijn vader lsaÔ op de heuvelachtige velden van Efratha. Hier werd David uitverkoren door God en tot koning over IsraŽl gezalfd door de profeet SamuŽl. (1 SamuŽl 16: 1-4). De gebeurtenis die echter de kleine stad Bethlehem onvergetelijk maken zou, was de geboorte van de Heer Jezus in ťťn van haar grotten, in een beestenstal. Reeds 750 jaar voor de geboorte van Christus schreef de profeet Micha: "En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over IsraŽl (Micha 5:1)." Deze profetie ging in vervulling toen keizer Augustus een bevel uitvaardigde tot het houden van een volkstelling in alle provincies van het Romeinse Rijk, en daar Jozef uit het geslacht van David was, vertrok ook hij uit Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar de stad van David, BethIehem geheten, om zich te laten inschrijven met Maria zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was. 'Terwijl zij daar waren, werden de dagen vervuld dat ze baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon, wikkelde hem in doeken en legde hem neder in een kribbe, omdat er geen plaats voor hen was in de herberg (Lukas 21-20).í In Bethlehem zijn nog steeds een aantal oude huizen die gebouwd zijn over kalksteengrotten. Deze grotten zijn zeer oud en gelijk aan de geboortegrot. Vermoedelijk is Jezus geboren in ťťn van deze oude grotten en niet zoals de westerse traditie aangeeft in een stal. Hadrianus, na het verslaan van de tweede joodse opstand in 135 na Chr., ontheiligde Bethlehem zowel als Jeruzalem, door er de afgodendienst in te stellen. Hadrianus heeft op de plaats van de geboortegrot een tempel gebouwd ter ere van Adonis, de god van schoonheid en liefde. Zijn zorgvuldige ontheiliging van de grot heeft er voor gezorgd dat de plaats voor de toekomst geheel bewaard gebleven is. Hadrianus' tempel stond boven de geboortegrot gedurende twee eeuwen, tot deze door koningin Helena vernietigd werd. Koningin Helena, de moeder van keizer Constantijn, bekeerde zich tot het christendom in 313 en maakte het christendom tot officiŽle staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. In 325 bezocht Helena het Heilige Land en bouwde drie kerken, de eerste over Calvarie en het graf van Christus, de tweede over de geboortegrot in Bethlehem en de derde op de top van de Olijfberg. In Bethlehem, zowel als in Jeruzalem, was het geen probleem om de juiste plaats vast te stellen. De vaststelling vond plaats op grond van geschreven documenten en tevens naar de mondelinge overlevering van vader op zoon. Christelijke overlevering gaf aan dat de geboortegrot van Jezus zich moest bevinden aan de oostkant van het dorp onder de tempel van Hadrianus. De tempel werd afgebroken en men vond inderdaad de geboortegrot volledig intact. Toen bouwde Constantijn er zijn schitterende basiliek, rijk versiert met marmer, fresco's en mozaÔeken. Hij eerde de kerk met koninklijke giften, goud, zilver, geborduurde wandtapijten, omdat hij er in het bijzonder in geÔnteresseerd was dat de geboortekerk een gedenkteken van de vroomheid van zijn moeder zou zijn. In 529 kwamen de Samaritanen van Nabloes in opstand tegen de christelijke Byzantijnse regering en plunderden het platteland en Bethlehem. Door brand en plundering werd de Geboortekerk zwaar beschadigd. De mozaÔekvloer van Constantijn's kerk werd gevonden onder een laag verbrande tegels en een dikke laag as. De Patriarch van Jeruzalem stuurde St. Sabbas naar keizer Justinianus om zijn hulp te vragen voor het herstel van de kerk. De keizer stuurde een afgezant met een reusachtig bedrag aan geld en schreef naar zijn vertegenwoordiger in Palestina om de inkomsten van het land aan zijn afgevaardigde over te geven, zodat hij een nog grotere en nog mooiere kerk kon bouwen dan die van keizer Constantijn. De keizer was niet tevreden met de uitvoering van het werk. Hij beschuldigde zijn afgevaardigde ervan geld in eigen zak gestoken te hebben en liet hem onthoofden. De kerk van Justinianus staat er nog steeds. Hoewel het gehele prachtige binnengedeelte in de loop van de eeuwen beschadigd werd, is de wezenlijke vorm niet gewijzigd. In 614 vielen de Perzen het Heilige Land binnen. Hoewel zij volgens sommige geschiedkundigen meer dan 3000 kerken en kloosters volledig verwoestten, was de geboortekerk de enige kerk die voor vernietiging gespaard gebleven is. Dit kwam omdat zij in de Geboortekerk een mozaÔek zagen, voorstellend de drie wijzen uit het oosten in Perzische kledij, die het Christuskind aanbaden. Het zien van dit mozaÔek heeft hen er van weerhouden hun vandalistische praktijken ook hier uit te voeren. Gedurende de tijd van de Kruisvaarders had de kerk dringend herstel nodig. De oude marmeren stenen vloer werd vervangen, het oude dak van cederhout werd bedekt met lood, de zijmuren bedekt met marmer en in het bovenste gedeelte van het schip bracht men schitterende mozaÔeken aan.

 

 

De geboortekerk

De basiliek heeft de vorm van een kruis, 60 meter lang en 30 meter breed. Ze is verdeeld in 5 galerijen door de 4 rijen pilaren, die gemaakt zijn van de rode steen uit het land zelf. In 1936 werden gedeelten van oude 4de-eeuwse mozaÔeken ontdekt. Zij worden nu bedekt door een houten vloer. Op het bovengedeelte van de kerk en de muren van het dwarsschip zijn gedeelten van mozaÔeken te zien, het enige dat overgebleven is van de decoratie van de Kruisvaarders. Het prachtige Grieks-orthodoxe koor, direct boven de geboortegrot, is handgesneden houtwerk van de ceders van Libanon. De buitenkant van de kerk is zeer sober en ziet er uit als een middeleeuwse vesting. De gevel is nu omringd door de muren van drie kloosters. Oorspronkelijk waren er drie deuren, twee zijn er echter dichtgemetseld, in het midden is een lage nauwe deur die toegang geeft tot de kerk. De toegangsdeur is verlaagd om te verhinderen, dat plunderaars met hun paarden naar binnen zouden komen. Twee ingangen leiden naar de grot, waar de Heer Jezus geboren zou zijn. Deze heeft een rechthoekige vorm (12 bij 3 meter). De grot wordt door 48 lampen verlicht. Een zilveren ster met de Latijnse inscriptie: "Hic de Maria Virgine Jesus Christus natus est" (Hier is Jezus Christus geboren uit de maagd Maria!), geeft de plaats aan waar Christus geboren zou zijn. De heilige kribbe staat er rechts van. De primitieve rots, zwart geblakerd door de rook van lampen en kaarsen, kan men boven de kribbe zien. Het oorspronkelijke dak van de grot is in de 4e eeuw vervangen door metselwerk. De muren van de grot zijn met asbest bedekt ter bescherming tegen brandgevaar, een geschenk van de Franse president MacMahon in 1874.

 

Binnen in de grot, onder het middelste altaar, bevindt zich een zilveren ster, ter herinnering aan de geboorte van Christus. Traditie en kunst zijn met deze ster sterk verbonden. Het MatheŁs Evangelie spreekt over het bezoek van de wijzen: 'Wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten en zijn gekomen, om Hem te aanbidden... En ziet, de ster ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was'. (2: 1-12).

 

 

Oorlogskind

 

 

Uit de bundel " een herinnering aan jou " van Ans de Laat. voor bestellen en informatie even een mailtje

 

Geboren,

in een wereld van angst en beven,

een oorlogskind.

Hoe lang zul jij het overleven.

tussen bommen en granaten,

vechtende soldaten,

tussen dit geweld,

werd er niet op jou geteld,

jij liefelijk oorlogskind.

 

Símorgens in het ochtendgloren,

in een land hier ver vandaan,

bij het wisselen van zon en maan.

is jou leventje begonnen,

daar beslisten boze tongen,

over het leven van een kind.

Zul jij het ooit begrijpen,

waarom mensen strijden,

kinderen in een oorlog moeten lijden,

jij liefelijk oorlogskind.

 

Zul jij het ooit begrijpen,

zal dit jou toekomst zal zijn,

waar je niets mee zult bereiken,

dit verdriet en deze pijn.

Altijd oorlog op volle toeren,

waar de vijand ligt te loeren,

zonder kansen, een oorlogskind.

dit is voor jou een hel,

jij kind van IsraŽl.

 

 

IsraŽl links

Fotoreportage IsraŽl (N)
Israel Start Nu (E+N)
IsraŽl Startnederland (N)
Startkabel Israel (N)
Startpagina Israel (N)
Telefoongids IsraŽl