ItaliŽ

 

 

 

 

ItaliŽ, officieel de Italiaanse Republiek, is een land in Zuid-Europa, behorend tot de Europese Unie. Aan de noordelijke grenzen liggen Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en SloveniŽ. De rest van de "laars", zoals het land vanwege de vorm wordt genoemd, wordt omringd door de Tyrreense Zee, de Middellandse Zee, de Ionische Zee en de Adriatische Zee. De eilanden SiciliŽ, SardiniŽ en Elba en een reeks kleinere eilanden behoren eveneens tot ItaliŽ.

De hoofdstad van ItaliŽ is Rome (Roma). Daarin bevindt zich het onafhankelijke Vaticaanstad waarvan de paus het hoofd is. Een tweede onafhankelijke enclave binnen de Italiaanse grenzen is San Marino, vlakbij de badplaats Rimini aan de oostkust. Andere belangrijke steden zijn Milaan (Milano), Turijn (Torino), Genua (Genova), VenetiŽ (Venezia), Florence (Firenze), Bologna, Verona, Napels (Napoli), Ancona, Bari, Messina en Palermo (de hoofdstad van SiciliŽ).


Geografie
Ongeveer 75% van ItaliŽ is bergachtig of heuvelachtig en ruwweg 20% van het land is bebost. Er zijn smalle stroken van laagland langs de Adriatische kust en de delen van de Tyrreense kust.

In het noorden van het land liggen de Alpen en de Dolomieten en verder strekken de Apennijnen zich uit van Genua (Genova) in het noorden tot voorbij Napels (Napoli) in het zuiden. In het noorden liggen de grote meren: het Lago Maggiore, het Comomeer (Lago di Como), het Lago d'Iseo en het Gardameer (Lago di Garda). In het midden van ItaliŽ ligt nog een aantal meren, waarvan het Bolsenameer het grootste is. Belangrijke rivieren zijn de Tiber, de Arno en de Po; De Po is veruit de belangrijkste: de meeste Alpenrivieren (wel: Ticino, Oglio, Noce, enz. - maar niet de Adige) monden hierin uit en het is de slagader van de laagvlakte van de Po, ItaliŽs grootste agrarische gebied en graanschuur.

Noordelijk ItaliŽ, dat grotendeels uit een enorme vlakte bestaat die door de Alpen in het noorden wordt omvat en door de Po-rivier en zijn zijrivieren wordt afgevoerd, bestaat uit de gebieden van LiguriŽ, PiŽmont, Valle d'Aosta, Lombardije, Veneto, en een deel van Emilia-Romagna (dat zich in Centraal-ItaliŽ uitbreidt). Gran Paradiso (4.061 m), de hoogste berg die geheel binnen ItaliŽ ligt, ligt in Valle d'Aosta.

Het Italiaanse schiereiland bestaat uit Centraal-ItaliŽ (Marken, Toscane, UmbriŽ en Latium) en zuidelijk ItaliŽ (CampaniŽ, Basilicata, Abruzzen, Molise, CalabriŽ en ApuliŽ).

Het grootste deel van ItaliŽ heeft een Mediterraan klimaat; nochtans is dat van SiciliŽ subtropisch, en in de Alpen zijn er de lange en strenge winters.

Het land is rijk aan natuurschoonheid: de majestueuze Alpen in het noorden, de glooiende heuvels van UmbriŽ en Toscane, en het ruwe landschap van Zuid-Apennijnen. De baai van Napels, die door de Vesuvius wordt overheerst, is ťťn van de beroemdste baaien van de wereld. Naast de beroemde vulkaan de Vesuvius, die in 79 voor Christus verwoestend uitbarstte, heeft ItaliŽ nog een aantal actieve vulkanen: de Etna op SiciliŽ, Stromboli, Vulcano en andere.


Bevolking
Een aantal jaren stagneerde de bevolking, inmiddels is er weer van enige groei sprake. Behalve Rome en Palermo kennen de grote steden een dalend aantal inwoners.

De grote meerderheid van de bevolking spreekt Italiaans (waaronder verscheidene dialecten); er zijn Duits-, Frans-, Sloveens-, Friulaans- en Kroatisch-sprekende minderheden. Bijna alle Italianen zijn rooms-katholiek. Er zijn talrijke universiteiten in ItaliŽ, waaronder die in Bari, Bologna, Genua, Milaan, Napels, Turijn, Padua, Palermo en Rome.


Geschiedenis

Voor de opkomst van de stadsstaat Rome was ItaliŽ bevolkt met een groot aantal volken: naast de Romeinen waren er de Etrusken, ApuliŽrs, LiguriŽrs, Sabijnen, Samnieten, Bretii en in de Povlakte de Kelten.

Rome breidde zich uit ten koste van haar buurvolken, zo ontstond het Romeinse Rijk. In deze vorm beheerste ItaliŽ eeuwenlang het Middellandse Zee gebied. De Romeinen namen de theoretische kennis van de Grieken over, en pasten deze praktisch toe. Hun aquaducten en de restanten van de wegen die zij in hun hele rijk aanlegden, zijn nog op veel plaatsen te vinden.

Na de ondergang van het Romeinse Rijk raakte ItaliŽ in verval. ItaliŽ kenden een veelheid aan vreemde overheersers: Ostrogoten, het Oost-Romeinse Rijk, de Lombarden. In midden ItaliŽ ontstond de Pauselijke Staat. In noord ItaliŽ kwamen de Franken onder Karel de Grote.

In 900 veroverden de Arabieren SiciliŽ. De NoormandiŽrs werden tegen hen te hulp geroepen. Deze stichtten op SiciliŽ hun eigen koninkrijk.

In de 11e eeuw trok de handel langzaam weer aan. Vooral de handel overzee bloeide met handelssteden als Amalfi, Pisa, Genua en VenetiŽ. De Renaissance brak hier aan, met grote kunstenaars als Michelangelo, Leonardo da Vinci en Rafael. Deze gouden eeuw eindigde in de 16e eeuw.

Aan het begin van de 16e eeuw verplaatste de handel zich van het Middellandse-Zeegebied naar de Atlantische Oceaan: een gevolg van de ontdekkingsreizen en de nieuwe zeeroutes met de Nieuwe Wereld, India, China en IndonesiŽ. Het directe gevolg was een afname van de macht van de Italiaanse staatjes. ItaliŽ kwam onder invloed van Spanje, Frankrijk en Oostenrijk.

Het pauselijke gezag en de pauselijke invloed namen sterk af door de reformatie.

De Italiaanse vereniging was een langdurig proces, politiek gezien beginnend bij het Congres van Wenen en eindigend bij het eind van de Eerste Wereldoorlog, waar bij het Verdrag van Saint-Germain de laatste onafhankelijke steden in het Koninkrijk ItaliŽ werden opgenomen.

De Italianen kregen VenetiŽ in handen door zich in 1866 met Pruisen te verbinden tegen Oostenrijk. De verhouding met de Pauselijke Staat bleef moeilijk tot het concordaat van 1929.

ItaliŽ kreeg een tweekamerstelsel met een door de koning benoemde Senaat en een gekozen Kamer. Gedurende de eerste decennia werd het gezag van de regering ondermijnd door de twisten tussen de politieke partijen - de liberalen en de radicalen - en persoonlijke schandalen van politici.

De belangrijkste politieke figuren in deze tijd waren Agostino Depretis en Francesco Crispi.

In dit tijdperk verwierf ItaliŽ ook enkele koloniale bezittingen: Eritrea (1882-1890), Italiaans Somaliland (1899-1905) en na een oorlog tegen Turkije, die het land tevens de Dodekanesos opleverde, LibiŽ.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef ItaliŽ aanvankelijk neutraal. Nadat de geallieerde mogendheden bij het verdrag van Londen royale gebiedsuitbreiding hadden toegezegd, verklaarde ItaliŽ in mei 1915 de oorlog aan Oostenrijk en in augustus 1916 ook aan Duitsland. In militair opzicht was de oorlog geen succes, maar bij de vrede werd ItaliŽ beloond met IstriŽ en TriŽst, Zadar (Zara) in DalmatiŽ en geheel Zuid-Tirol. De kwestie Zuid-Tirol bleef vervolgens de Italiaans-Oostenrijkse betrekkingen belasten. Fiume (Rijeka), dat aanvankelijk tot vrijstaat was verklaard, werd in 1919-1920 eigenmachtig door de dichter-politicus Gabriele d'Annunzio voor ItaliŽ bezet.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog bleef ItaliŽ neutraal. Op 10 juni 1940 verklaarde het de oorlog aan Frankrijk en Engeland. Benito Mussolini geloofde dat Engeland snel om genade zou smeken, maar dat bleek een misrekening. De Italiaanse strijd te land was een mislukking, Duitsland moest ItaliŽ zowel in Griekenland als in Noord-Afrika te hulp komen.

Na het vastlopen van de invasie in de Sovjet-Unie en de Amerikaanse deelname aan de oorlog keerde het tij. In mei 1943 werden de Italianen en de Duitsers uit Noord-Afrika verdreven. In juli 1943 volgde de landing op SiciliŽ. Koning Victor Emanuel III reageerde door Mussolini te laten arresteren. Hij benoemde maarschalk Badoglio als premier. De Duitsers bezetten snel grote delen van ItaliŽ. Zij bevrijden Mussolini die de Italiaanse Sociale Republiek oprichtte.

Terwijl de geallieerden moeizaam door ItaliŽ naar het noorden oprukten (Rome, juni 1944, Milaan, april 1945), verklaarde de Italiaanse monarchistische regering Duitsland de oorlog.

Sinds 2 juni 1946 is ItaliŽ door een volksraadpleging een republiek. De republikeinse grondwet trad op 1 januari 1948 in werking.

ItaliŽ is sinds de jaren vijftig lid van de NAVO, ze is vanaf de oprichting lid van de Europese Gemeenschap.

De Italiaanse politiek werd gedomineerd door twee partijen, de PCI met in het begin jaren '70 een 34% van de kiezers, en de 5% grotere Democrazia Cristiana. De angst voor de communistische partij was een van de factoren die de DC hielp van 1947-1992 in het zadel te blijven.

Aldo Moro, die probeerde de ItaliŽ een stabiele regering te bezorgen, werd door de Rode Brigades ontvoerd en vermoord. In 1984 werd de socialist Bettino Craxi premier. Na een serie corruptieschandalen, die alle partijen troffen, raakte vooral de DC in een diepe crisis.

In 1994 won Silvio Berlusconi de verkiezingen met zijn Forza Italia, samen met Lega Nord en Alleanza Nazionale.



Klimaat
ItaliŽ kent overwegend een Middellandse-zeeklimaat (mediterraan klimaat). Het is een gematigd klimaat met droge warme zomers. In het zuiden heersen hete zomers. In de Alpen heerst een hooggebergteklimaat met eeuwige sneeuw op de bergtoppen. Voor ItaliŽ geldt de regel dat hoe noordelijker je komt, des te koeler en natter het wordt. ItaliŽ is globaal te onderscheiden in drie gebieden; Het noorden met de Alpen, de gehele kuststrook en de eilanden en het zuidelijk deel.

Alpen/Po-vlakte

In de Alpen heerst een hooggebergteklimaat. Het is hier vooral in de winter erg koud. In januari is de temperatuur op 2000 meter hoogte gemiddeld tien graden onder nul.

De Alpen zijn het wintersportgebied van Europa, waar vooral Zwitserland en Oostenrijk van bekend zijn. In ItaliŽ komen deze temperaturen ook voor. Zowel in de Alpen als in de Dolomieten is het op de hogere berggedeeltes is koud. In het hooggebergte valt op meer dan 180 dagen per jaar sneeuw, die blijft liggen. Lage temperaturen komen ook in de dalen voor. In de zomer lopen de temperaturen met name in de dalen flink op.

Aan de zuidkant van de Alpen valt ook de meeste neerslag. In Lugano valt jaarlijks 1726 millimeter regen, waarvan het meeste in het zomerhalfjaar. Elders in het land valt tussen de 500 en 1000 millimeter per jaar.

In de Po-vlakte van Noord-ItaliŽ heerst een Mediterraanklimaat met koude winters en warme zomers. Het lijkt wel een landklimaat, maar volgens KŲppen is het een gematigd klimaat. In de zomer is het overdag met gemiddeld 29 graden heet. Vooral in het zuiden van de Po-vlakte is het droog. In de winternachten vriest het gemiddeld 2 graden. De winters gaan gepaard met nevel en mist. Vooral in het zuiden dor en droog. De winters zijn koud met soms tamelijk veel sneeuwval. In voor- en najaar valt de meeste neerslag. Hierdoor kunnen de rivieren de wateraanvoer niet verwerken, waardoor overstromingen het gevolg zijn.

In het noorden komt het soms tot flinke onweersbuien. Een enkele keer gaan die samen met een windhoos. In het noordoosten komt de Bora voor. Dit is een valwind die veel lijkt op de Mistral en bereikt regelmatig stormkracht. De Bora is verraderlijk omdat deze vaak zonder aankondiging vooraf opsteekt.

De Mistral uit het Centraal Massief van Frankrijk doet het noordwesten bij Genua aan. Boven het warmere zeewater van de Golf van Genua ontstaat dan een actieve depressie. Op zee loopt de windkracht soms oplopen tot windkracht 10.

De Alpen in het westen tegen Frankrijk zijn ook onweersachtig. Ook het gebied rond Milaan en een smalle strook door de noordelijke Po-vlakte kent veel onweersdagen. De andere berggebieden zijn doorgaans onweersarm.

Onweersdagen in ItaliŽ.Midden/kust
ItaliŽ heeft vooral in het midden en zuiden een mediterraan klimaat. De gemiddelde temperatuur is in Rome in de zomer zo'n 25 graden en in de winter rond de 7 graden. In de omgeving van Rome worden hoge zomertemperaturen getemperd door wind van zee.

In de Apennijnen is het koeler en sneeuw het in de winter. In het berggebied tussen Rome en Napels zelfs op meer dan 90 dagen per jaar. De sneeuw blijft vaak liggen. Het noordelijk deel van de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden in Toscane en UmbriŽ zijn in de winter maandenlang met sneeuw bedekt. Alleen de kuststreek kent weinig sneeuw.

De bergen zijn ook regenrijk. Op de hogere toppen van de Apennijnen valt in heel ItaliŽ jaarlijkse meer dan 1200 millimeter regen.

Bekend hier is de Tramontana. Dit is een droge noordoostenwind die vooral in de winter waait in ItaliŽ. Vooral aan de westkust van ItaliŽ is deze merkbaar. Het is een frisse valwind. De lucht wordt aangevoerd uit de Alpen en de Apennijnen. Deze wind hangt samen met een depressie boven de Adriatische zee en een hogedrukgebied ten oosten van Spanje. De wind kan een windkracht 8 halen en is vooral sterk aanwezig vlak voor zonsopkomst. In de middag zakt de windsnelheid naar windkracht 4. Een andere naam voor deze wind is Garigliano.

Zuiden en de eilanden

Ten zuiden van Rome kan het in de zomer flink heet zijn, vooral als de sirocco waait. Deze wind ontstaat doordat een lagedrukgebied boven de Middellandse Zee naar het oosten trekt. De depressie heeft een aanzuigende werking op lucht uit een groot gebied van de noordelijke Sahara en voert deze hete warme vochtige lucht naar ItaliŽ. De lucht is ongeveer tien graden warmer dan normaal. De temperatuur kan dan oplopen naar 45 graden. Vooral is SiciliŽ is dit goed te merken.

Gemiddeld is het zomers overdag rond de 30 graden en in de winter 's nachts 10 graden. ItaliŽ is een zonnig land, maar het zuiden is nog zonniger. Met jaarlijks bijna 2500 uur zon in Palermo komt de toerist niets tekort. De zeewatertemperatuur is in heel ItaliŽ langs de kust in de zomer 25 tot 26 graden. In het zuiden soms iets warmer.

De bergtoppen in het zuiden van het land zijn goed voor ruim 1200 millimeter neerslag per jaar. Het meeste valt in de winter, wat samen gaat met sneeuwval. Op de Etna valt op meer dan 30 dagen per jaar enige sneeuw. Ook elders in Zuid-ItaliŽ valt sneeuw, alleen aan de kust en het zuiden van SiciliŽ is sneeuwvrij. Onweer komt niet veel voor. Gemiddeld wordt per jaar op een dag of 10 onweer waargenomen.

SardiniŽ heeft eveneens zachte regenrijke winters en droge en vaak zeer warme zomers. De gemiddelde temperatuur ligt in de zomer aan de kust tussen de 25įC en 30įC. In de bergen liggen de temperaturen rond de 20įC.

De Mistral en de Sirocco hebben ook hun invloed op SardiniŽ. Het eiland is een stuk droger dan ItalÔe zelf. Cagliari aan de zuidpunt is met 427 millimeter per jaar de droogste plek van ItaliŽ. in de bergen valt op meer dan 30 dagen per jaar sneeuw. Aan de kust komt sneeuw zelden voor.

 

Click for Rome, Italy Forecast

 

Vulkanisme
Van grote betekenis voor het landschap zijn de vulkanen. Tussen een miljoen en 500 duizend jaar geleden, het midden-Pleistoceen, ontstond in het gebied tussen het zuiden van Toscane tot aan de Albaanse heuvels de 'slinger van vuur': een aantal vulkanen die met enorme uitbarstingen de hele streek bedekten met een dikke laag tufsteen (samengekitte vulkanische as). De meren in het gebied zijn volgelopen vulkaankraters en de bergen de voormalige kraterranden. De grote meren bestaan niet uit een enkele vulkaankrater, maar zijn het gevolg van verzakkingen die optraden na verscheidene vulkaanuitbarstingen. De Monte Vulture, in Basilicata, is een vulkaan uit dezelfde tijd. ItaliŽ heeft verschillende actieve vulkanen, de Etna op SiciliŽ, de Vesuvius bij Napels en de Stromboli in de zee. De vulkaanuitbarsting die het meest tot de verbeelding spreekt, is die van de Vesuvius in 79 n.C., waardoor onder andere de steden Pompeji en Herculaneum onder as en lava zijn bedolven en goed zijn geconserveerd.

 

 

Rome

 

Rome (Italiaans: Roma) is de hoofdstad van ItaliŽ en tevens hoofdstad van de regio Latium en de provincie Rome.

Door Rome stromen de rivieren de Tiber en de Aniene. Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels: Palatijn, Aventijn, Capitool, Quirinaal, Viminaal, Esquilijn, Coelius.



Rome werd volgens een beroemde legende gesticht door de tweeling Romulus en Remus, op 21 april 753 v. Chr. tussen 8 en 9 uur 's morgens. De legende is oorspronkelijk afkomstig van de Romeinse schrijver Marcus Terentius Varro (116-27 v. Chr.). De vroegste geschiedenis is voor een deel in nevelen gehuld. In navolging van de Ilias en Odyssee werd er in opdracht van Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus) door de dichter Vergilius en de historicus Livius een epos over geschreven.

De legende begint bij de Trojaanse oorlog. Aeneas en zijn zoon vluchtten weg uit het brandende Troje om, zoals de goden hem op hadden gedragen, een nieuw rijk te stichten. Na jarenlang rondzwerven op zee kwamen ze aan in Carthago. Aeneas werd verliefd op Dido, de koningin van Carthago. De goden werden woedend toen ze hoorden dat Aeneas in Carthago bij Dido wilde blijven. Uiteindelijk vertrokken Aeneas en zijn zoon en stichtten de stad Alba Longa. Aeneas kreeg hier ook een paar zonen. Een jongere broer kwam aan de macht. Deze kreeg een dochter, Rhea Silvia. Zij wordt verkracht door de oorlogsgod Mars. Dit is voor haar een doodzonde omdat ze een Vestaalse maagd is (Vestaalse maagden moesten maagd blijven). Ze baarde een tweeling en legde die in een rieten mandje in de rivier. De tweeling werd gevonden door een wolvin, die hen zoogde. Na enige tijd werden ze gevonden door een herder, die hen verder opvoedde alsof het zijn eigen zonen waren. Wanneer ze volwassen waren geworden, trokken ze naar zeven heuvelen bij de Tiber. Samen stichtten zij een stad. Om te weten welke naam de stad moest dragen en of het wel de juiste plaats was, ging elk, samen met een priester, een eigen heuvel op om een teken van de goden te krijgen. Remus zag zes raven en vond dit een geweldig teken. Hij rende naar beneden om tegen iedereen te zeggen wat hij had gezien. Volgens hem moest de stad Reme worden genoemd.

Romulus kwam weliswaar later naar beneden, maar hij had wel twaalf raven gezien. Hij vond daarom dat de stad Rome genoemd moest worden. Ze begonnen een heftige ruzie. Romulus sloeg Remus dood. Rome werd de naam en Romulus de eerste koning. Volgens de legende zouden er nog zes volgen. Tarquinius Superbus zou hiervan de laatste zijn.

Een andere mogelijkheid wordt geboden in een artikel uit het Romeinse dagblad Il Messaggero van 5 mei 2003: In een teruggevonden fragment van de hand van Stesichorus van Himnera (638-555 v. Chr.) beschrijft deze Grieks-Siciliaanse dichter-schrijver hoe een vrouw, Roma genoemd, met haar Trojaanse vloot en een groep metgezellen uit haar door oorlog verscheurde Troje wegvlucht. Na omzwervingen bereiken zij een plek die zo aangenaam is, dat zij besluiten te blijven. Roma laat de schepen verbranden en de groep sticht een stad, die zij naar hun aanvoerster noemen. De Griekse schrijver en historicus Dionysius van Halicarnassus, die omstreeks de tweede helft van de 1ste eeuw v. Chr. leefde, schreef ook over deze historische vrouw, maar noemde haar Rhome hetgeen macht betekent.

Er waren mogelijk meerdere koningen (Reges) aan het begin van de Romeinse geschiedenis, maar waarschijnlijk waren dit zetbazen van de naburige Etrusken, die de bewoners van Latium overheersten. De Romeinen verjoegen deze overheersers (en leermeesters) en stichtten een staat die zij zelf een Res Publica (zaak van het volk) noemden. In plaats van een koning kregen twee jaarlijks gekozen consuls de macht.

Verder was er een raad, de Senaat, waar de belangrijke beslissingen genomen werden en een aantal andere belangrijke hoge ambtenaren, zoals censors en volkstribunen, ieder met hun eigen rechten en plichten die vastgelegd waren in de wet(Lex).



Bevolking
Het aantal inwoners binnen de stadsgrenzen van Rome omvat ongeveer 2,6 miljoen, maar de agglomeratie Rome telt maar liefst 4 miljoen inwoners. Volgens inofficiŽle cijfers zelfs 5 miljoen. Rome en Milaan zijn daarmee qua bevolkingsaantal de grootste steden van ItaliŽ.




In Rome is het Vaticaan gevestigd. Het Vaticaan is een onafhankelijke ministaat waar het hoofdkwartier van de Rooms-katholieke Kerk van de Paus gehuisvest is. De huidige Paus is Paus Benedictus XVI uit Duitsland.

 

 

 

 

 

Napels

 

Napels (Italiaans: Napoli; Napolitaans: Napule) is de derde stad van ItaliŽ, en de grootste van de Mezzogiorno (Zuid-ItaliŽ). Napels is tevens hoofdstad van de regio CampaniŽ (Campania) en van de provincie Napels. De Napolitaanse agglomeratie heeft ruim 3 miljoen inwoners.

Napels heeft een rijke geschiedenis, kunst en cultuur, wereldberoemde gastronomie en een eigen dialect, het Napolitaans, dat zover afwijkt van het Italiaans dat men het met meer recht een taal zou kunnen noemen (vergelijkbaar met de positie van het Catalaans in Spanje).



Napels ligt aan zee, aan de Golf van Napels. Vanaf de stad ziet men over het water de vulkaan Vesuvius, waar aan de voet de ruÔnes van Pompei en Herculaneum liggen.



De historische stad is gesticht door inwoners van de Griekse kolonie Cumae, rond de achtste eeuw voor Christus. Daarom werd de nieuwe stad Νέα Πόλις - Nťa Půlis (nieuwe stad) genoemd. Neapolis werd een van de belangrijkste steden van Magna Graecia, het Griekstalige zuiden van ItaliŽ en daarmee een van de culturele vormers van het vroege Rome.

Napels werd in de 4e eeuw v. Chr. min of meer gedwongen een bondgenoot van het republikeinse Rome. Gedurende de periode van het Romeinse rijk bleef Napels een belangrijke stad maar werd langzamerhand het Grieks verdrongen door het Latijn, mede door de vele Romeinse koloniŽn bewoond door veteranen die rond de stad gesticht werden. Door de uitbarsting van de Vesuvius in de 1ste eeuw die PompeÔ verwoest wordt ook Napels flink beschadigd.

In Napels, in het Castel dell'Ovo, werd Romulus Augustulus, de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk gevangengehouden, nadat hij in 476 was afgezet.


Napels herbergt de San Carlo, het oudste nog steeds actieve operatheater van Europa, dat zijn hoogtijdagen beleefde voor 1861, de val van de Bourbons.

De opening van de kabelspoorweg op de helling van de Vesuvius was de inspiratie voor het schrijven van het beroemde lied Funiculž Funiculŗ. Dit lied zou het begin worden van een traditie van vele beroemde Napolitaanse liederen, waaronder O Sole Mio, Santa Lucia en Torna a Surriento.

Qua cultuur heeft Napels nog steeds nauwe banden met SiciliŽ, en in het bijzonder Palermo


Op het gebied van eten en drinken neemt Napels een vooraanstaande positie in. Veel typisch Italiaanse gerechten zijn uit deze stad afkomstig, of zijn via Napels bekend geworden, zoals pizza, Italiaans ijs, espresso en spaghetti.
 

 

VenetiŽ

VenetiŽ (Italiaans Venezia), is een stad in het noordoosten van ItaliŽ, ten oosten van Verona, ten westen van TriŽst en ten noordoosten van Bologna, aan de noordwestoever van de Adriatische Zee. Het is hoofdstad van de regio Veneto, en van de provincie VenetiŽ. Volgens cijfers van de gemeente zelf woonden er in 2001 271.003 mensen.



VenetiŽ ligt op een groep kleine eilanden midden in een lagune (de Laguna Veneta) die al in de tijd van het Romeinse Rijk Venetia werd genoemd. Er woonden al eeuwen mensen, maar de eerste grotere nederzettingen kwamen er pas als gevolg van de toestroom van vluchtelingen na de invallen van Attila rond 453 en van de Longobarden in 568.

In het midden van de 7e eeuw was de strijd min of meer beslist, maar het Byzantijnse Rijk behield in ItaliŽ onder meer de regio VenetiŽ. Omdat de dreiging bleef, kreeg het gebied een eigen, voor het leven gekozen leider, de zogeheten doge (naar dux, het Latijnse woord voor leider).

Pas in de 9e eeuw was er sprake van een stad als echte eenheid, wat kwam door de gemeenschappelijke vijanden en door de bouw van meer bruggen tussen de eilandjes, en tevens doordat de stad een beschermheilige kreeg. In 828 werd de Heilige Marcus van AlexandriŽ, die door de traditie wordt geÔdentificeerd met de schrijver van het Evangelie naar Marcus, begraven op de plek waar zich nu de Basilica di San Marco bevindt (zie onder). De op zee sterke Venetianen, die de Adriatische Zee domineerden, moesten met hun vloot vaak Byzantijnse belangen verdedigen en kregen in ruil hiervoor meer onafhankelijkheid en handelsprivileges.

In de 12e eeuw werd de stadsstaat VenetiŽ een steeds grotere economische bedreiging voor de concurrerende steden Genua en Pisa en tevens machtiger ten opzichte van Byzantium. In 1204, tijdens de Vierde Kruistocht, plunderde de Repubblica Marinara zelfs Constantinopel, en kreeg het een groot gedeelte van het Byzantijnse Rijk in handen.

Hierop volgde een meer dan honderd jaar durende bittere strijd om de macht in de oostelijke Middellandse Zee met concurrent Genua (de zogeheten Chioggia-oorlogen), dat op 13 augustus 1380 uiteindelijk verslagen werd. In de 12e, 13e en 14e eeuw was de stad op het hoogtepunt van zijn macht. Echter, in 1453 namen de Turken Constantinopel in, waarmee het tij voor de republiek VenetiŽ definitief keerde. Het verloor veel havens en eilanden en raakte daardoor in financiŽle moeilijkheden.

In het begin van de 16e eeuw sloeg VenetiŽ nog een aanval af van de Liga van Kamerijk, gevormd door de paus, Frankrijk, Spanje en Duitsland, maar op de lange duur bleek de republiek te klein ten opzichte van de Europese grootmachten. Ook van belang was de ontdekking van het Amerikaanse continent in 1492, waar VenetiŽ geen rol speelde.

De 18e eeuw was de laatste eeuw waarin de stad onafhankelijk was, maar wordt wel gezien als de meest fascinerende van zijn bestaan. Gedurende dit Settecento


ReliŽfkaart van VenetiŽwerd de stad misschien wel de meest elegante en verfijnde stad van Europa en had het grote invloed op kunst, architectuur en literatuur. Vele rijke jongeren deden de stad aan als onderdeel van hun Grand Tour.

Op 12 mei 1797 veroverde Napoleon de stad, waardoor VenetiŽ na meer dan duizend jaar zijn onafhankelijkheid verloor, maar al op 12 oktober van hetzelfde jaar tekende hij het Verdrag van Campo Formio, waarmee de stad onderdeel werd van het door de Oostenrijkers gecontroleerde koninkrijk Lombardije-VenetiŽ. Op 18 januari 1798 namen zij de stad over. Tijdens het Wener Congres van 1814-1815 werd deze beslissing bekrachtigd. In 1861 ontstond het Italiaanse koninkrijk, maar pas in oktober 1866 kwam ook VenetiŽ daarbij.



VenetiŽ bestaat uit meer dan honderd eilanden. In het centrum fungeren de beroemde kanalen als wegen. Behalve een spoorlijn, is er slechts ťťn autoweg vanaf het vasteland; in de stad zelf zijn geen auto's. De klassieke Venetiaanse gondel wordt vooral gebruikt door toeristen en voor speciale gebeurtenissen als bruiloften en begrafenissen; de inwoners van de stad maken vooral gebruik van "waterbussen" (vaporetti) of van privť-boten.


LuchtfotoDe stad bestaat uit zes wijken, die sestiere (van sesto, ťťn-zesde) heten, te weten Santa Croce, San Polo, Cannaregio, Dorsoduro, Castello en het centrale San Marco. Dwars door de stad slingert het Canal Grande ("Grote Kanaal"). De Piazza San Marco ("het plein van de Heilige Marcus", zie boven) is het centrum van de stad. Dichtbij de stad, op het vasteland, ligt het vliegveld Marco Polo.