In 1968 werd de eerste harttransplantatie met luid trompetgeschal door pers, radio en televisie gevolgd als ware het de herschepping van de mens. De Zuid Afrikaanse hartchirurg Chris Barnard, die de eerste harttransplantatie uitvoerde op de mens, werd in een klap wereldberoemd en een televisiepersoonlijkheid van de eerste orde.

Maar het buitensporig optimisme sloeg weldra om in bittere kritiek. PatiŽnten die in de beginperiode een orgaantransplantatie ontvingen stierven aan allerlei infecties of aan de transplantaatafstoting zelf. Het was duidelijk dat de medische wetenschap een sprong in het diepe had gemaakt. Het vertrouwen van het grote publiek in de medische wetenschap en in artsen werd destijds ernstig aangetast. Men noemde het toen ďeen ongelukkige situatie die het gevolg was van pure en wijdverbreide onwetendheid bij artsen, omtrent de gevaren, de achtergrond, de toenmalige stand van zaken en de toekomstmogelijkheden van de orgaantransplantatieĒ. Deze uitspraak uit 1970 van Roy Calne, een zeer beroemd chirurg van de universiteit van Cambridge, geld eigenlijk nog steeds zo zal blijken.

Criminele medici
Heden ten dage lijkt de orgaantransplantatie een ingeburgerd begrip. Niets is echter minder waar. Afstotingsproblemen en levensbedreigende medicijnen, die soms ook levenslang moeten worden geslikt, eisen nog steeds een zware tol. Daarnaast is ook het verkrijgen van de benodigde donororganen een groot probleem. Chirurgen deinsden er bijvoorbeeld in de zeventiger en tachtiger jaren niet voor terug om elk orgaan dat maar enigszins geschikt was voor transplantatie ook daadwerkelijk te transplanteren. In sommige landen zoals BraziliŽ, China, India en Rusland verkopen ouders met het grootste gemak de nieren van hun kinderen. In enkele landen, waaronder BraziliŽ, vormt zelfs orgaanroof bij straatkinderen een toenemend probleem. Kinderen die even later met een litteken worden teruggevonden in obscure steegjes of stadsparken. Of dood. In Rusland en China worden zelfs criminelen en gevangenen op bestelling terechtgesteld waarna ze worden ontdaan van al hun transpantabele organen.

Blijkbaar gelden daar voor medici hele andere normen en waarden. En deze artsen deden deze lugubere handelwijze vaak met de wetenschap dat het orgaan ernstig besmet was of kon zijn met virussen, schimmels of bacteriŽn. De prijs die voor onze ongebreidelde nieuwsgierigheid, geldingsdrang en soms ook geldzucht van wetenschappers en farmaceuten, betaald moest worden is dus soms ongekend hoog. Zeker in die beginfase, toen het transplanteren van organen duizenden dode patiŽnten opleverde. Zij overleden bij bosjes als gevolg van dodelijke medicijnen, straling en in dieren vervaardigde preparaten tegen afstoting. Of erger nog als proefondervindelijke mensrat.

De dood getransplanteerd
En alle geleerden deden dit met voorkennis van de gevaren. Zo verscheen er reeds in 1969 een publicatie in de chirurgische annalen van dokter T.C. Moore over de enorme gevaren bij het transplanteren van organen. Ook de geleerden M. Ho (1975) en R.F. Betts (1977) deden een duit in het zakje door te wijzen op allerlei virus-, schimmel- en bacteriŽle besmettingen. Maar ondanks deze waarschuwingen zullen over de gehele wereld verspreid wetenschappers onderzoek blijven verrichten dat hun fascineert, ongeacht de morele bedenkingen die ertegen te maken zijn. Volleren op de rand van een vulkaan lijkt het soms. Want juist het enorme tekort aan donororganen zorgt ervoor dat deze vulkaan tot ontploffing komt. Onder het mom van ďwij moeten de patiŽnten op alle mogelijke manieren bijstaanĒ dreigt het tekort opgevuld te worden met varkensnieren. Wie dus op een wachtlijst staat voor een lever-, hart- of niertransplantatie, loopt dus de kans dat plotseling zijn arts bij hem of haar op de stoep of aan het bed staat met een varkenslever. Xenotransplantatie is misschien uiteindelijk vergelijkbaar met een infectueus Tsjernobyl.

Orgaandonor
Toch hoeven we niet alleen met een beschuldigende vinger naar andere landen te wijzen. Een Nederlands voorbeeld is het verhaal over een vijftienjarige jongen die in een sloot was gevallen bij het zoeken naar vogeleieren. De jongen kreeg een hoeveelheid smerig water in de longen en dreigde te verdrinken. Uiteindelijk slaagde hij erin om aan wal te komen. Hij werd naar een ziekenhuis in Groningen vervoerd en daar werd vastgesteld dat hij totaal verward was en veel vocht in de longen had binnen gekregen. Direct werd de jongen onder narcose gebracht en even later volgestopt met antibiotica en corticosteroÔden (ontstekingsremmers). Na een zwaar gevecht overleed de jongen. Na toestemming van de ouders werden beide nieren beschikbaar gesteld voor transplantatie.

De mannelijke nierontvanger
Een vijfentwintig jarige jongeman die aan een ernstige nierziekte leed was de ongelukkige ontvanger van de rechter jongensnier. De man leed aan glomerulonephritis ook wel de ziekte van Bright genoemd, hetgeen een ontsteking is van de bloedvatenkluwtjes in de nierschors. Deze patiŽnt had tevens een ernstige verhoogde bloeddruk. Hij werd voor deze aandoening veertig maanden lang gespoeld aan de dialyse apparatuur vooraleer er een orgaan ter beschikking kwam. Na een aantal dagen echter bleek dat het water dat de jongen in zijn longen had gekregen ernstig was verontreinigd. Beide donornieren waren ernstig met micro-organismen besmet. Zonder enig vooronderzoek naar deze gevaren, bleek de getransplanteerde nier uiteindelijk op de zestiende dag dodelijk voor de mannelijke patiŽnt. Een ernstig bijkomend detail is, dat de man reeds eerder een nier had ontvangen die tien dagen na transplantatie acuut tot afstoting leidde.

De vrouwelijke nierontvangster
De besmette linkernier van de jongen was in het lichaam van een achtenveertigjarige vrouw getransplanteerd. Drie weken na de operatie steeg de lichaamstemperatuur van de vrouw zeer plotseling tot 39.4Ż C. Met de fatale gevolgen van de mannelijke ontvanger in het achterhoofd werd het transplantaat ijlings verwijderd. De verwijdering werd uitgevoerd ondanks het feit dat de nier direct na de operatie goed functioneerde. Evenmin was er sprake van transplantaatafstoting of infectueuze complicaties. Na sectie bleek dat de donornier ernstig was geÔnfecteerd met bacteriŽn en een schimmel. De vrouw overleefde wonderwel de ingreep.

Het is onvoorstelbaar te noemen dat dit soort praktijken meer regel dan uitzondering was. Miljoenen mensen zijn omgekomen als gevolg van medische experimenten of als gevolg van de techniek of medicatieve behandeling. En juist voor alle genoemde problemen denkt men nu een oplossing gevonden te hebben door het transplanteren van dierlijke organen naar de mens.

Historie van de (xeno)transplantatie
De wortels van de moderne orgaan- of weefseltransplantatie dateert reeds van eeuwen geleden. De wetenschap of liever gezegd de kennis over transplantatie is voortgekomen uit mythologische legenden en sages en is vastgelegd in vele kunstwerken.

 

De heiligen Cosmas en Damianus transplanteren een been van een overleden donor die aan een gezwel aan zijn been lijdt. Reproductie van een schilderij toegeschreven aan Girolamo da Cremona (ca. 1464).bron: Brooke Antiphonal, Society of Antiquaries

 

Zo gaat het verhaal dat in de middeleeuwen door de twee heiligen Cosmas en Damianus een volledig been van een overleden donor naar een patiŽnt werd getransplanteerd die aan een ernstig gezwel leed. Aangezien men toen niet de beschikking had over de nu ons bekende audiovisuele middelen, werd deze gebeurtenis vastgelegd middels een schilderij dat eerst werd toegeschreven aan Girolama da Cremona (Ī1464) en later aan Mantegna (Ī1428-1506). Een schilderij dat tot op de dag van vandaag tot de verbeelding spreekt. De gebeurtenis werd eveneens vastgelegd door de kunstenaar Donatello (Ī1386-1466). Weliswaar spreken we hier niet over een xenotransplantatie, maar een detail is wel dat het hier om een blanke patiŽnt ging die het been ontving van een donkerkleurige donor. Een eeuw later beschreef de fameuze Italiaanse chirurg Gaspare Tagliacozzi (1545-1599) een succesvolle operatie waarin hij een stuk huid van de voorarm naar de neus van een man transplanteerde. De patiŽnt bleek een ernstig neusletsel te hebben als gevolg van een geslachtsziekte.

De techniek die hij gebruikte was op niets minder gebaseerd dan op de beroemde rollen van Sushruta Samhita daterend van Ī 450 voor Christus. In deze rollen werd gewag gemaakt van een technische beschrijving van een plastische chirurgische methode die door een Indische chirurg was aangewend. Vooral het transplanteren van huid was toen, en is nu nog, een bittere noodzaak. Zweren, verbranding, ziektes en ondervoeding leiden aan de lopende band tot ernstige huid defecten of open wonden. Rond 1900 experimenteerden ďwetenschappersĒ op menselijke en dierlijke proefkonijnen alsof het een lieve lust was. Voornamelijk gevangenen, negers, kinderen in weeshuizen en geestelijk gehandicapte kinderen werden het slachtoffer.

De eerste niertransplantaties
Toen onderzoekers op deze gruwelijke wijze hun handvaardigheid hadden opgekrikt, transplanteerden ze begin 1900 de eerste varkensnier naar de mens. Hoewel men uitgebreid geŽxperimenteerd had bleek de transplantatie niet erg succesvol. Dat zal overigens geen verwondering wekken. De betreffende patiŽnt overleed vrijwel onmiddellijk. Aan een griep naar men zei! Even later, in 1902 om precies te zijn, probeerde de chirurg Ullmann een nieuwe techniek. Het zal u wellicht verbazen, maar hij transplanteerde een varkensnier naar de elleboog van een vrouw. Ziet u het al voor zich, een uit haar elleboog plassende vrouw? Gelukkig mislukte deze poging. Vier jaar later presteerde dokter Jaboulay het om een geitennier en een varkensnier naar twee vrouwen te transplanteren. In 1910 volgde dan de eerste getransplanteerde apennier naar de mens gevolgd door een techniek van de chirurg H. Neuhof die hetzelfde deed, maar hiervoor nieren van lammeren gebruikte.

De eerste harttransplantatie
Uiteraard heeft men ook in de eerste decennia na 1900 pogingen gewaagd om harten te transplanteren. Echter door de absentie van onder andere de hart-long machine, een apparaat dat de werking van het hart tijdelijk overneemt, faalden deze pogingen jammerlijk. In 1961 werd de techniek van Carrel en Guthrie voor de harttransplantatie geperfectioneerd door Shumway en Lower eveneens in de hond. Het is deze techniek die door Chris Barnard in het ďGroote SchuurziekenhuisĒ te Kaapstad werd gebruikt, voor het eerst op de mens! In de hype die toen losbarstte gingen voor- en tegenstanders elkaar te lijf toen de patiŽnt kort na de geslaagde operatie overleed. Er is dus nog weinig veranderd. Want nog steeds overlijden veel patiŽnten binnen vijf jaar en ontvangen sommigen zelfs drie of meerdere keren een nieuwe nier. Oorzaak? Virale-, schimmel- en/of bacteriŽle infecties en kwaadaardige vormen van kanker veelal door medicijnen veroorzaakt. Aandoeningen waartegen geen enkel antibiotisch kruid op is gewassen.

De eerste longtransplantatie
Toen J.D. Hardy in 1963 zijn eerste longtransplantatie beschreef, volgde er een storm van protest in zowel de media als bij vakgenoten. De long was in die tijd namelijk buitengewoon moeilijk te transplanteren. Het orgaan is sterker onderhevig aan afstoting. Toch werd toen besloten om bij een 58-jarige man die aan een longcarcinoom leed de eerste poging te wagen. Na een werkelijk rampzalige post-operatieve behandeling overleed de man achttien dagen na de operatie. Als je de normen van die tijd buiten beschouwing laat, dan kun je nu niet anders zeggen dan dat patiŽnten als proefdieren werden gebruikt. Een constatering die tegenwoordig veelvuldiger in de kranten verschijnt. Nog steeds is het transplanteren van een long een hachelijke onderneming.

De eerste levertransplantatie
Frappant is te noemen dat ook in 1963 de eerste levertransplantatie werd uitgevoerd. Het was met name de onderzoeker T.E. Starzl die in dat jaar uitgebreid gefÍteerd werd in de Daily Telegraph. Bekend is dat de heer G.K. die het transplantaat ontving tenminste nog ťťn jaar heeft geleefd. Datzelfde overkwam mevrouw Winnifred Smith, die indien ze geen lever had ontvangen binnen enkele weken zou zijn overleden. Ook zij heeft iets meer dan een jaar voor haar man en vijf kinderen kunnen zorgen toen de afstoting haar fataal werd.

De eerste beenmergtransplantatie
Toen G. Mathť in 1958 met een revolutionaire techniek beenmergtransplantaties uitvoerde, dacht men hiermee het ei van Colombus te hebben gevonden. En inderdaad beenmerg transplantaties worden op dit moment aan de lopende band uitgevoerd. In 1995 heeft men het beenmerg van een baviaan getransplanteerd naar de 38-jarige aidspatiŽnt Jeff Getty. Door de hernieuwde aanmaak van T-cellen kon zijn afweer worden versterkt. De artsen benadrukten dat Getty niet door deze xenotransplantatie kon genezen en dat hij HIV-geÔnfecteerd blijft. In theorie zou hij beter bestand zijn tegen de aan aids-gerelateerde infectieziekten.

Transplantatietechnieken
Xenotransplantatie, met als synoniem heterotransplantatie, komt voort uit het woord xenos of in dit geval xenobiotisch, hetgeen lichaamsvreemd betekent. Erg moeilijk allemaal, maar er wordt gewoon bedoeld dat een chirurg het hart van een varken of aap in een mens transplanteert. Of zoals in de wetenschap voor harttransplantatie onderzoek gebruikelijk is, voornamelijk tussen de cavia en de rat. De harttransplantatie techniek is op twee manieren uit te voeren namelijk het orthotope model, op de oorspronkelijke plaats in de borstkas, en het heterotope model (Gr. Heteros topos = andere plaats) bijvoorbeeld in de buikholte of in de nek. Uiteraard zijn er vele andere weefselsoort combinaties mogelijk, maar dat voert in deze context te ver.

 

 

 

De orthotope harttransplantatie techniek zoals gebruikt in honden, ontwikkeld door Lower, Stofer en Shumway (1961). Uiteindelijk is de eerste menselijke hartoperatie door Barnard volgens dit principe uitgevoerd.

 

 

 

Orthotope harttransplantatie model
In het orthotope geval worden de respectievelijke bloedvaten aangehecht aan de corresponderende bloedvaten. Dat wil zeggen dat de rechterboezem van het hart aan de grote onderste holle ader wordt gehecht en de linker boezem aan de longslagader. De uitgaande slagader van de linker hartkamer wordt vervolgens aan de grote lichaamsslagader of aorta gehecht.

Heterotope transplantatie
Bij deze techniek kan men voor verschillende variaties kiezen die afhankelijk zijn van het soort onderzoek dat moet worden verricht. Zo wordt het hart dat in de nek wordt getransplanteerd voornamelijk gebruikt vanwege zijn bereikbaarheid voor het injecteren van stoffen of het tappen van bloed. Ook kan men gemakkelijker een elektrocardiogram, hartfilmpje, maken om de werking van die stoffen te testen. Andere plaatsen die voor transplantatie in aanmerking komen zijn aanhechtingen aan de leverpoortader en aan de grote buikslagader en holle ader.

 

 

 

De heterotope harttransplantatie naar Bui-Mong-Hung, Tomita en Ono (1966). Bij een heterotope transplantatie wordt het orgaan op een andere plaats aan een ader en slagader vastgemaakt dan de gebruikelijke plaats in het lichaam.

 

 

 

 

 

Voor wat betreft de niertransplantatie kan men kiezen voor verschillende locaties echter voor een functioneel orgaan dient de transplantatie altijd in de buurt van de blaas te worden gesitueerd vanwege de aanhechting van de urinebuis. In feite geldt voor de levertransplantatie hetzelfde. Hier dient men rekening te houden met de afvoer van de gal, hoewel het orgaan zowel heterotoop als orthotoop kan worden getransplanteerd afhankelijk van de functie.