De watersnoodramp voltrok zich in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Veel dijken in de provincies Zeeland en Zuid-Holland bleken niet bestand tegen de combinatie van springtij en een noordwester storm. Zowel op de eilanden als verder landinwaarts kwamen grote stukken land onder water te staan. Er kwamen 1835 mensen om het leven en er verdronk veel vee. Veel mensen herdenken op 1 februari nog de doden.

 

 

Waarschuwingen

Het KNMI waarschuwde al snel, maar de radio kende in die tijd nog geen nachtuitzendingen waardoor de waarschuwingen van het KNMI niet doordrongen in het rampgebied. Daarnaast was het zaterdagnacht, waardoor veel kantoren in het rampgebied niet waren bemand. Tegenwoordig worden de waarschuwingen veel indringender gegeven.

 

 

Overstromingen

In ťťn nacht veranderde 175.000 hectare land in een dodenwereld van 175.000 hectare zee. De overstromingen zetten grote delen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant onder water. Ook op Texel viel een dodelijk slachtoffer toen hij de boeren in de ondergelopen polder wilde waarschuwen. Bij Cadzand sloeg water over de dijk en bij Kruiningen werd door de nog openstaande coupure van de veerhaven deze geheel weggeslagen. In zeer korte tijd liep de Kruiningerpolder (1400 hectare) onder water. Het water stroomde aan de noordkant van Dordrecht binnen. In Rotterdam werd een record waterhoogte gemeld. Ook delen van Rotterdam-Zuid gelegen op het eiland IJsselmonde kwamen onder water te staan doordat het water over de kaden kwam. Eťn persoon, die in een souterrain woonde en sliep, is daar verdronken. In Stellendam stond het water tot aan de zolders van de huizen. Op het eiland Roozenburg waren de dijken door-gebroken. Veere stond onder water. Bij Wolphaartsdijk sloeg een gat in de dijk, en ook bij Ossenisse was de dijk doorgebroken. De Nieuwerkerkpolder en Suzannapolder overstroomden. Bij Rammekens sloegen gaten in de dijk. Reigerspolder en gedeelten van Zuid-Beveland stonden onder water. Rilland Bath was geÔsoleerd. In Zeeuws-Vlaanderen braken er een paar dijken door, Stavenisse en Middelburg stonden onder water. De plaats Tiengemeten is onder water verdwenen net als Ooltgensplaat.

 

 

 

Radioverslag

Mensen in heel het land zaten aan de radio gekluisterd om maar niets van het nieuws te missen (tv was toen nog lang geen gemeengoed0. Radioverslaggevers als Herman Felderhof en Goos Kamphuis van de NCRV en Jan de Troye en Arie Kleijwegt van de VARA maakten naam met huiveringwekkende verslagen. Vanwege het ontbreken van transport was het rampgebied geÔsoleerd, de uitzendingen werden daarom noodgedwongen in de randgebieden gemaakt. Alleen daar was nog PTT-verbinding met Hilversum mogelijk.

 

 

Hulp

Een grote landelijke hulpactie kwam op gang, ondersteund door de radio. De NCRV-presentator Johan Bodegraven werd beroemd met de zeer succesvolle -en eerste massale- geldinzamelingsactie Beurzen open, dijken dicht. Zowel op lokaal-, nationaal- en internationaal niveau werd veel hulp werd geboden - in totaal zou er zo'n 138 miljoen gulden worden opgehaald voor de slachtoffers. Ook werden er vanuit de hele wereld hulpgoederen (kleding, huisraad, linnengoed en voedsel) gestuurd. Het Rode Kruis ontving zoveel goederen dat ze na enige tijd niet meer wist wat ze er mee aan moesten. Een deel van de goederen is vervolgens verscheept naar andere rampgebieden of landen in de Derde Wereld. Al in 1953 start men met de wederopbouw van de getroffen gebieden, vooral de Skandinavische landen leverenden veel bouwmaterialen, soms zelf hele prefab huizen. In heel Zeeland zie je ook nu nog huizen naar Zweedse, Noorse, Deense of Finse snit.

 

 

 

Deltawerken

In de politiek kwam de discussie over de dijkbeveiliging op gang. Het Deltaplan werd geboren, dat onder meer de afsluiting van enkele zeearmen behelsde. De wederopbouw en de totstandkoming van de Deltawerken brachten veel werkgelegenheid naar Zeeland. Bovendien was er door de hulp zoveel geld binnengekomen, dat veel slachtoffers financieel beter af waren dan voor de ramp. De provincie maakt in de jaren na de watersnoodramp een bloeiperiode door, waardoor men in een paar jaar tijd tientallen jaren vooruitging. In Zeeland kent men daarom het cynische grapje: 'Here, geef ons dagelijks ons brood en elke vijf jaar een watersnood'.

 

 

Watersnood elders

Tegelijk met de watersnood in Nederland vonden ook in BelgiŽ, Groot-BrittanniŽ en Noordwest-Duitsland overstromingen plaats. In Groot-BrittanniŽ kwamen meer dan 300 mensen om het leven.

 

 

 

Verdronken dorpen

Waar bij eerdere rampen vele dorpen verdwenen zijn bij de watersnoodramp van 1953 maar 2 dorpen verdwenen: het gehucht Capelle, bij Zierikzee en het dorp Schuring in de Hoekse Waard.

 

 

 

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 stuwt de Noordwesterstorm het water van de Noordzee op tot 4.20 meter boven NAP. Dat is te veel voor de dijken in Zuidwest Nederland. Er ontstaan honderden gaten en bijna 200.000 hectare land wordt overspoeld met kolkend zout zeewater.