Oostenrijk

 


Oostenrijk (officieel: Republik ÷sterreich) is een bondsrepubliek en ligt in het centrum van Europa. Oostenrijk is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. Het heeft landsgrenzen met Zwitserland en Liechtenstein in het westen, Hongarije in het oosten, SloveniŽ en ItaliŽ in het zuiden en Duitsland, TsjechiŽ en Slowakije in het noorden. Een kwart van de oppervlakte van Oostenrijk behoort tot laag- en heuvelland. De rest behoort tot het middel- en hooggebergte. De hoogste toppen bereiken een hoogte van bijna 4000 meter. De hoogste berg is de Grossglockner, bijna 3800 meter. Eee groot deel van het land wordt ingenomen door de Oost-Alpen.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar het oosten daalt het gebergte af naar het heuvelland van het Wienerwald en naar de laagvlakte. Het Alpenvoorland loopt van de noordrand van de Alpen tot bij de hoofdstad Wenen. Het is een gebied met heuvelruggen, bossen, weiden en brede dalen. Oost-Oostenrijk bestaat uit vlakten en heuvelland. Onder invloed van het weer en de flora en fauna eroderen de Alpen en onstaat er een landschap met hoge pieken en diepe dalen. Sneeuwlawines zijn een elk jaar terugkerend fenomeen en kosten de nodige slachtoffers. 's Winters en in het voorjaar als de sneeuw gaat smelten, is de kans op sneeuwlawines het grootst. Gletsjers zijn traagstromende ijs- en sneeuwrivieren. De snelheid waarmee gletsjers zich kunnen voortbewegen bedraagt in de Alpen 30 tot 150 meter per jaar. Oostenrijk telt ongeveer 2000 Alpengletsjers. De belangrijkste rivier van Oostenrijk, de Donau, stroomt ongeveer 350 kilometer over Oostenrijkse bodem.
Oostenrijk telt ongeveer 90 meren. Vooral het stroomgebied van de Traun is rijk aan meren, o.a. de Attersee, het grootste Alpenmeer van Oostenrijk.

 

 

 

Klimaat

 Boven de 1500 meter heerst het hooggebergteklimaat. Kenmerkend zijn de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zomer en winter en noord- en zuidhelling. Door de ijle lucht stijgt de temperatuur overdag snel.
In de nacht daalt de temperatuur daarentegen weer zeer snel. Boven de 1800 meter komt de gemiddelde temperatuur in de zomer niet veel hoger dan 10įC. OP 2800 meter begint de sneeuwgrens. Het verschil tussen de noordhelling en de zuidhelling kan tientallen graden bedragen. Het heuvelland en de laagvlakten vormen de overgang naar een landklimaat. Het zuiden neigt meer naar een mediterraan klimaat met mooie zomers en relatief weinig regen. Het westen heeft een klimaat met veel regen. De gemiddelde neerslag bedraagt 620 mm per jaar.
Met name in het voorjaar waait de fŲhn, een warme droge valwind die vooral waait in de noordelijke alpendalen. De temperatuur kan dan in enkele uren tussen 10 en 15įC stijgen. Hierdoor veroorzaakt de fŲhn met name in de winter vaak groot lawinegevaar.

 

 


 

Oostenrijk ligt in het zuidelijke Midden-Europa. Bijna tweederde wordt door de Oostalpen in beslag genomen, het overige gebied behoort tot de Donauregio. De oppervlakte is 83.858 km2 en het land heeft ongeveer 8,1 miljoen inwoners.

Oostenrijk is een klein land, maar wel met een grote landschappelijke veelzijdigheid en grote culturele rijkdom. Oostenrijk heeft u dan ook veel te bieden. Het is er gezellig en de mensen zijn gastvrij. Of u in de zomer of winter komt, in een dorp of in de stad: Oostenrijk wacht op u!
In dit land vindt men uiteenlopende landschaps-, klimaat-, en vegetatievormen. Het Oostenrijkse landschap omvat gebieden met hoog- en middelgebergte, heuvellandschap en vlakte.
Het Alpen- en Karpatenvoorland, het Weense bekken en het Oostenrijkse gedeelte van het Pannonische laagland in het oosten zijn de belangrijkste vestigings-en economische gebieden. De hoogste berg is de Grossglockner (3.797m), de belangrijkste rivier is de Donau die over een lengte van 350 km door Oostenrijk stroomt.

 

 

n dit land vindt men uiteenlopende landschaps-, klimaat-, en vegetatievormen. Het Oostenrijkse landschap omvat gebieden met hoog- en middelgebergte, heuvellandschap en vlakte. Het Alpen- en Karpatenvoorland, het Weense bekken en het Oostenrijkse gedeelte van het Pannonische laagland in het oosten zijn de belangrijkste vestigings-en economische gebieden. De hoogste berg is de Grossglockner (3.797m), de belangrijkste rivier is de Donau die over een lengte van 350 km door Oostenrijk stroomt. Oostenrijk ligt in de gematigde zone. Het klimaat heeft een overgangskarakter: van het gematigde, Atlantische beÔnvloedde westen resp. noordwesten naar het continentale oosten. Wat het klimaat betreft kan Oostenijk in 3 zones ingedeeld worden: Het oosten met een Pannonisch landklimaat (doorsnee neerslag per jaat minder dan 800 mm), het eigenlijke alpine gebied met een typisch alpine klimaat (veel neerslag, korte zomers, lange winters), tenslotte het overige bondsgebied met een vochtig gematigd Middeleuropees overgangsklimaat (doorsnee temperaturen in juli 14 tot 19 graden, neerslag per jaar 700 tot 2.000 mm afhankelijk van ligging en hoogte). In het westen is de neerslag aanzienlijk hoger dan in het oosten en in de hoge gebieden hoger dan in de laagvlakten. Het verschil in de hoogte en klimaat heeft een grote verscheidenheid in de flora en fauna voortgebracht. Oostenrijk is ťťn van de bosrijkste landen van Europa.

 

 

Milieu
Milieubescherming is in Oostenrijk op maatschappelijk en economisch terrein steeds belangrijker geworden. Om redenen van de complexiteit van de daarbij optredende problemen van milieuverontreiniging en van de historische gegroeide taakverdeling van de overheid over diverse publiekrechtelijke lichamen, worden maatregelen ter bescherming van het milieu zowel door landelijke als provinciale en gemeentelijke instanties getroffen. De investeringen voor de milieubescherming in Oostenrijk zijn aanzienlijk en bedroegen in 1999 bijna 3% van het BBP.
In vergelijking met andere landen in Europa gelden in Oostenrijk bovendien zeer strenge bepalingen op het gebied van afvalstoffen, chemicaliŽn en de luchtzuivering bij ketelinstallaties. Ook de grenswaarde voor luchtverontreinigende stoffen ligt binnen de marge van die in de VS, Japan, Duitsland en Zwitserland. In de landbouw wordt bovendien steeds meer op ecologische criteria gelet: er bestaan zeer strenge voorschriften voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Met de milieu-informatie-wet wil men in Oostenrijk ook voor meer duidelijkheid op het gebied van milieuinformatie, beschikbaarheid van milieugegevens, zorg dragen. Door de wet over de toezicht van de overheid op milieubelastbaarheid zal meer rekening worden gehouden met de wensen van de bevolking met betrekking tot gezondheid en milieu. Door adequate maatregelen kon de waterkwaliteit van de Oostenrijkse meren op een uitstekend niveau worden gebracht. Ook werd de beveiliging en verbetering van het beschermend effect van de bossen dat voor het bergland uiterst belangrijk is voortdurend verbeterd. Het ministerie van landbouw heeft in samenwerking met de bondslanden een nationaal concept voor de sanering van beschermde bossen uitgewerkt. Het staatsbosbeheer vult dit concept aan met omvangrijke maatregelen.

 



Cultuur
Oostenrijk is een land met een rijk cultureel heden en verleden, dat door iedereen als grote mogendheid op cultureel gebied wordt erkend.

Het brede spectrum van Oostenrijkse cultuur omvat niet alleen beroemde bouwwerken en een eeuwenoude geschiedenis maar is ook nu nog actief in de beeldende kunst, in concerten, theaters, festivals en ook folklore. Oostenrijk heeft wereldberoemde orkesten (Wiener Philharmoniker, Mozarteum Orchester Salzburg, Wiener Symphoniker) en koren (Wiener Mšnnergesangsverein, Wiener Sšngerknaben). Oude kamermuziek wordt hier evenzeer beoefend als moderne hedendaagse muziek.
De Oostenrijkse literatuur omvat een tijdperk van negen eeuwen en bereikte al omstreeks 1200 met het "Nibelungenlied" een eerste hoogtepunt. Tot de grote klassieke toneelschrijvers uit de 19e eeuw die ook nu nog in het Burgtheater in Wenen opgevoerd worden behoren Franz Grillparzer en de twee volksdichters Ferdinand Raimund en Johann Nestroy. Auteurs van internationale rang uit de laatste generatie zijn Arthur Schnitzler, Hugo von Hoffmansthal,Stefan Zweig, Robert Musil, ÷dŲn von HorvŠth, Heimito von Doderer en Thomas Bernhard. Onder de nog levende dichters is Peter Handke internationaal wel de bekendste.
Een grote periode voor de Oostenrijkse muziek was de klassieke. In Wenen woonden en werkten Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Johannes Brahms en Anton Bruckner. Gustav Mahler doorbrak in zijn symfoniŽn alle grenzen van de tonaliteit. De "Tweede Weense School" werd gevormd door Arnold Alban Berg en Anton Webern. Ook Johannes Strauss, de "Walskoning" componeerde in Wenen zijn operettes evenals Karl MillŲcker, Karl Zeller en Franz LehŠr.
De Weense staatsopera is evenzeer verantwoordelijk voor de reputatie van Oostenrijk als muziekland evenals de talrijke festivals in alle bondslanden, van de Bodensee in het uiterste westen (Bregenzer Festspiele) tot de Neusiedler See in het oosten (Seefestspiele MŲrbisch). Een hoogtepunt van de culturele presentatie blijft echter het wereldberoemde festival in Salzburg (Salzburger Festspiele) dat al vanaf 1920 plaatsvindt. Rond de eeuwwisseling beleefde Wenen een periode van grote bloei van de Jugendstil met zijn belangrijke representant Gustav Klimt. Andere belangrijke moderne kunstenaars waren Egon Schiele en Oskar Kokoschka. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond in Wenen, gesticht door Albert Paris GŁtersloh, de "Wiener Schule des phantastischen Realismus". Max Weiler is tegenwoordig een van de belangrijkste schilders. Internationale bekendheid verwierven de beeldhouwers Fritz Woturba, Wander Bertoni en Alfred Hrdlicka.

 


 


Geschiedenis
Het gebied van het huidige Oostenrijk, al sinds prehistorische tijden bewoond, werd aan het begin van de christelijke jaartelling door de Romeinen in hun wereldrijk opgenomen dat in de stormachtige tijd van de volksverhuizingen uit elkaar is gebroken.

Omstreeks 800 na Chr. richtte Karel de Grote tussen de rivieren Donau en Drau, als bolwerk tegen de Awaren, de zogenaamde Karolingische Mark op. In 976 werden de Babenbergers met delen van dit gebied begiftigd dat in 1156 tot hertogdom werd verheven. Na het uitsterven van de Babenbergers viel het hertogdom Oostenrijk in 1282 in handen van de uit Zwaben stammende Habsburgers. Deze bouwden d.m.v. een geschikte huwelijks- en alliantiepolitiek een wereldrijk op. Vanaf het midden van de 15e eeuw droegen bijna ononderbroken Habsburgers de keizerkroon van het "Heilige Romeinse Rijk". In 1522 vond de deling van het huis Habsburg in een Spaanse en een Oostenrijkse lijn plaats. De Oostenrijkse lijn verwierf in 1526, door het in werking treden van een erfovereenkomst, BohemiŽ en Hongarije. Hiermee werd de grondslag gelegd voor de latere multinationale staat. Als gevolg van het afweren van de Turken in de 16e eeuw en de overwinningen aan het einde van de 17e eeuw kwam de doorbraak van Oostenrijk tot grote mogendheid. In de 18e eeuw schiepen keizerin Maria Theresia en haar zoon Joseph II met hun hervormingen de basis voor een moderne staat (centraal bestuur, leerplicht, afschaffing van de lijfeigenschap). Keizer Frans I stichte in 1804 het keizerrijk Oostenrijk en deed in 1806 afstand van de Romeins-Duitse keizerkroon die inmiddels haar betekenis had verloren. Ten gevolge van de "Ausgleich" ontstond in 1867 de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije die na de Eerste Wereldoorlog uiteen viel. De in 1918 opgerichte Republiek Oostenrijk, nu een kleinstaat, werd in 1938 als eerste land het slachtoffer van Hitler's veroveringspolitiek. In 1945 verklaarde Oostenrijk weer zijn politieke zelfstandigheid, maar bleef nog tien jaar door de troepen van de vier grote mogendheden Frankrijk, Groot-BrittanniŽ, de Sowjetunie en de Verenigde Staten bezet. In 1955 kreeg Oostenrijk zijn souvereiniteit terug. In hetzelfde jaar nam het parlement de wet over de eeuwig durende neutraliteit van Oostenrijk aan.

 

 

Economie
Oostenrijk is sinds begin 1995 lid van de Europese Unie. Het economische aanpassingsproces dat reeds door de deelname aan de EER (Europese Economische Ruimte) in januari 1994 was begonnen, werd door de toetreding tot de EU nog bespoedigd.

Het EU-lidmaatschap biedt Oostenrijk nu ook perspectieven voor een ontwikkeling van integratie buiten het economische terrein. De nieuwe uitdaging zal voor Oostenrijk in de toekomst vooral zijn, een overeenstemming te vinden van economisch beleid met het "gemeenschapsbeleid" van de Europese Unie, dit vooral in de sectoren handel-, landbouw-, regionaal, belastings- en financiŽel beleid.
Oostenrijk heeft daarvoor de beste voorwaarden: het is een van de rijkste en stabielste EU-lidstaten. Het Oostenrijks economische systeem van markteconomie, met benadrukking van sociale elementen ten voordele van economische zwakken, zal ook binnen de EU blijven bestaan.
Ook het probate middel van economische en sociale samenwerking, dat in het kader van de loon- en prijspolitiek traditioneel een sterke en voor het vermijden van conflicten belangrijke rol speelt, zal blijven bestaan.
Oostenrijk behoort op grond van de bereikte convergentiestatus tot de elf EU-landen die sinds het begin van het jaar 1999 tot de trap 3 van de Economische en Monetaire Unie (EMU) zijn toegetreden. De Oostenrijkse nationale economie werd vanuit een sterke positie goed voorbereid de Euro-valutaruimte binnengeleid.
Oostenrijk is een hoog ontwikkeld industrieland met een beduidende dienstverlenende sector. De belangrijkste takken van de industrie zijn machine- en staalbouw, voedings- en genotmiddelen, chemie en voertuigen. Binnen de voertuigsector is de motoren- en transmissieproductie het belangrijkste deelgebied met een exportvolume van ruim 90%. Per jaar worden ongeveer 900.000 motoren voor vele bekende automerken vervaardigd. In de elektronische industrie maakt Oostenrijk vooral naam met op maat gemaakte elektronica-producten zoals, chips en geÔntegreerde schakelschema's (ontwikkeling van chips voor o.a. Airbags, ABS-remsystemen, onderdelen voor de Airbus of hoge-snelheids-treinen).

 


Slechts 2,4% van het bruto binnenlands product (BBP) kwam in 1999 uit de primaire sector (land-en bosbouw), terwijl 29,8% uit de secundaire sector kwam (productie van goederen en energie en mijnbouw). Uit de tertiaire sector was 67,8% van het BBP afkomstig (dienstverlening, geldeconomie, openbare diensten, handel, verkeer en toerisme).
Van de totale oppervlakte van Oostenrijk is 18% akkerland, 27% groenland en 47% bos. De landbouwgrond omvat 41% van het Oostenrijkse staatsgebied. 5% van alle werkenden in Oostenrijk zijn in de land- en bosbouw werkzaam. Met 20.000 bio-boeren speelt Oostenrijk in Europa een voortrekkersrol.
Op het gebied van grondstoffen- en energiewinning beschikt de Alpenrepubliek over aanzienlijke hulpbronnen zoals ijzererts, non-ferrometalen, zeldzame stenen en aarde, maar de steeds expanderende industrie maakt in steeds hogere mate extra importen noodzakelijk. Dit geldt ook voor brandstoffen, energie en elektriciteit. Oostenrijk beschikt over eigen aardolie- en aardgasvelden. Het waterkrachtpotentieel wordt doorlopend uitgebreid. Oostenrijk is het leidinggevende waterkrachtland in de Europese Unie.
De Oostenrijkse industrie bestaat voor een groot deel uit middelgrote bedrijven. Zij dekt praktisch alle bedrijfstakken van winning van grondstoffen tot arbeidsintensieve eindproducten. Steeds meer betekenis krijgen constructiebedrijven, die planning, levering en montage van complete productie-installaties, inclusief know-how, uitvoeren: zij hebben een groot aandeel aan de export; maar ook de sector elektronica zoals de productie van geÔntegreerde schakelschema's.
De Oostenrijkse kunstnijverheid heeft een wereldreputatie, speciaal op het gebied van fijne handenarbeid, mode-bijouterie, keramiek en glaswerk.
Het toerisme is ťťn van de essentiŽle zuilen van de Oostenrijkse Economie. Oostenrijk is een bergland en ťťn van de natuurlandschap-reserves in Midden-Europa. In 1999 bezochten 17,4 miljoen buitenlandse gasten Oostenrijk. In totaal waren er 112,6 miljoen overnachtingen, waarvan het aandeel aan buitenlanders 81,6 miljoen bedroeg.

 


Oostenrijk is een op export georiŽnteerd land dat zijn buitenlandse handel in alle richtingen en sectoren met rond 150 landen heeft uitgebouwd. Tweederde van de buitenlandse handel vindt met landen van de Europese Unie plaats.
Sinds de opening van het Oostblok in 1989 zijn Oostenrijkse exporten naar het Oosten duidelijk sneller gestegen dan de totale Oostenrijkse uitvoeren. In 1999 hadden de exporten naar deze landen een waarde van 131,9 miljard ÷S, in 1988 waren het pas 35 miljard ÷S.
In dit decennium bedroeg het groeipercentage van de uitvoeren naar Oost-Europa 250%. Sinds de opening van het Oostblok behaalde Oostenrijk in de handel met Oost-Europa een overschot van 200 miljard ÷S, alleen in het jaar 1998 bedroeg dit overschot 31.65 miljard ÷S. Oostenrijkse investeringen in Oost-Eruopa bedroegen sinds 1989 55 miljard ÷S, hiervan vielen 40% op Hongarije, 20% op TsjechiŽ en iets meer dan 10% op Polen.
Rond een derde van alle investeringen van Oostenrijk in het buitenland gaat naar landen in Oost-Europa die EU-toetredingskandidaten zijn. In sommige van deze landen komt een tiende van de directe buitenlandse investeringen uit Oostenrijk.
Een belangrijke tak van de Oostenrijkse buitenlandse handel is de doorvoerhandel, verbonden met de bemiddeling van Oost-West transacties.

 


De werkeloosheid in Oostenrijk was in 2002 gemiddeld 4,8%.
De Oostenrijkse betalingsbalans kent een tekort op de handelsbalans, terwijl de dienstverleningsbalans (toerisme) meestal actief is, die ten dele de tekorten van de handelsbalans compenseert.
In dezelfde mate waarin Oostenrijk zich op het gebied van de wereldpolitiek tot en trefpunt van naties ontwikkelt, waarin talrijke congressen, conferenties en gesprekken op topniveau getuigen, is het land ook op de transportsector een belangrijk verbindend element tussen de economische ruimten in Europa geworden. Groeiende betekenis heeft hierbij de Europese energiedoorvoer, d.w.z. het vervoer van aardolie, aardgas en elektrische stroom door Oostenrijk.

 


 


Feestdagen
Op onderstaande dagen zijn winkels, musea en overige instellingen gesloten.
Bij bijna elke feestdag horen bepaalde tradities en gebruiken. Ook vinden er rondom de feestdagen verschillende evenementen en/of festiviteiten plaats.
Onder de thema's winter en zomer kunt u meer informatie hierover terug vinden.

Campings
Oostenrijk heeft een breed net van ca. 500 campingplaatsen, waarvan er een aantal het gehele jaar geopend is.
De gemiddelde kosten per nacht, voor 2 personen, incl. auto, tijdens het hoogseizoen zijn ongeveer Euro 18,50.

Veel plaatsen geven kinderkorting en korting aan leden van de FICC, AIT en FIA met de "Internationale Camping Card".

 

 

Voor het kamperen buiten de campings heeft u toestemming nodig van de grondeigenaar.

 

Caravans en Campers
Voor caravans heeft u geen extra autobahnvignet nodig.

Overnachten in campers buiten de camperplaatsen en campings om is, behalve in Wenen, Tirol en beschermde natuurgebieden, toegestaan (regionaal verbod voorbehouden). U mag er geen campingplaats van maken (d.m.v. buitenzetten van tafel en stoelen).
In enkele gebieden en plaatsen in Oostenrijk bestaat er een parkeerverbod voor campers (informatie bij de gemeente of politie).

 

 

Elektriciteit en gasflessen
Netspanning is 220 volt. De stroom op de campingplaatsen kan van 4 tot 16 ampŤre variŽren. Steeds meer campings hebben CEE-aansluitingen.
Het inwisselen van gasflessen van internationale merken gebeurt meestal op de campings zelf.

 

 

Feestdagen
Nieuwjaarsdag (1 januari)
Driekoningen (6 januari)
2e Paasdag
Staatsfeestdag (1 mei)
Hemelvaartsdag
2e Pinksterdag
Sacramentsdag
Maria Hemelvaart (15 augustus),
Nationale Feestdag (26 oktober)
Allerheiligen (1 november)
Maria Ontvangenis (8 december)
1e en 2e Kerstdag (25 en 26 december)