De zeehond

 

De zeehonden die in de Waddenzee leven zijn gewone zeehonden. Over de hele wereld komen nog ongeveer 250.000 gewone zeehonden voor. In ons Nederlands Waddengebied nog zo`n 900. Bij de meeste zeehondensoorten hebben de jongen als ze geboren worden een zware, langharige, meestal witte vacht. Deze dikke vacht zorgt dat de jongen lekker warm blijven. Maar als de vacht nat wordt, droogt hij in de wind slecht op en vat de zeehond kou. Daarom moeten deze jonge zeehonden 3 of 4 weken op het droge blijven,tot zij hun babyvacht kwijt zijn en een gladde pels hebben. De jongen van Waddenzeehonden worden tijdens eb op een drooggevallen zandbank geboren en moeten binnen 6 uur,voor het weer vloed wordt, kunnen zwemmen. Daarom verliest een wadden zeehondenbaby zijn witte vacht al voor zijn geboorte. Hij komt met zijn gladde pels uit de moederbuik tevoorschijn. Alleen als de jongen te vroeg geboren worden,hebben ze hun witte vacht nog.

 

 

De zoogtijd

De jongen worden in de periode eind juni tot eind juli geboren. De zoogtijd duurt 4 weken, dan drinken de zeehondenbaby's nog moedermelk. Telkens als de zandbanken bij eb droogvallen voedt de moeder het jong. De zeehondenmelk is zeer voedzaam en heel erg vet, ongeveer 11 keer zo vet als koeienmelk. Als een zeehondenbaby zijn moeder kwijtraakt, begint hij klagend te huilen. Ze worden dan ook "huilers" genoemd. Ook als er een enkele keer een tweeling wordt geboren, kan de moeder maar voor een van de twee jongen zorgen: de ander wordt dan een "huiler". Als een huiler niet snel door mensen wordt gevonden gaat hij zeker dood.
Na 4 weken moet het jong voor zich zelf zorgen. Hij moet dan zelf garnalen en kleine visjes gaan vangen. Als dit niet meteen zo goed lukt, komt de vetlaag die hij van de moedermelk heeft gekregen goed van pas.

 

 

Het lichaam van de zeehond

Als een zeehond geboren wordt is hij ongeveer 85 centimeter lang en weegt 11 kilo. Als hij volwassen is, is hij ongeveer 1,5 meter en weegt 90 kilo. De lichaamstemperatuur van een zeehond is ongeveer 37 graden, net als bij de mens. De zeehonden blijven meestal zo’n 5 minuten onder water voordat ze weer ademhalen. Maar in geval van nood kan hij wel 40 minuten onder water blijven. De neusgaten zijn onder water altijd vanzelf dicht. Als hij boven komt om adem te halen moet hij ze openen. Een zeehond kan overal slapen: op een zandbank, rechtop dobberend, drijvend of op de bodem. Als hij onder water slaapt, komt hij elke 5 minuten, al slapend, even boven om adem te halen. Zeehonden hebben grote, ronde, donkerbruine ogen, maar ze kunnen er niet erg scherp mee zien. De zeehond heeft in het troebele zeewater meer aan zijn snorharen. Daarmee voelt hij het water bewegen als er ergens een vis zwemt. Zo kan zelfs een blinde zeehond vis vangen. Zeehonden hebben geen oren die uitsteken ,maar ze horen wel uitstekend. Wel 3 keer zo goed als de mensen. Een zeehond kan niet kauwen, hij slikt de vis in een hap door. Een zeehond eet ongeveer 4 kilo vis per dag.

 

 

 

Vijanden van de zeehond.

De natuurlijke vijanden van de zeehond zijn de orca en de ijsbeer, maar deze komen in de Waddenzee niet voor. De grootste vijand van de zeehond is de mens.

 

Ten eerste door de jacht op zeehonden. Sinds 1962 is het in Nederland verboden om op zeehonden te jagen, maar in sommige andere landen mag het nog wel.

 

Ten tweede door de verstoring. De zomer is de belangrijkste tijd voor de zeehonden, maar dan zijn er ook de meeste mensen op de stranden en op zee. Deze mensen verstoren de rust, waardoor de jongen hun moeder kwijt kunnen raken of niet genoeg gevoed kunnen worden. Sinds 1981 zijn er een aantal rustgebieden waar de mensen in de zomer niet mogen komen.

 

Ten derde de vervuiling. De Waddenzee is een van de vuilste zeeën op aarde. Allerlei giftige stoffen komen met het rivierwater en het grondwater in zee terecht. Het gevolg is dat er meer zeehonden ziek worden en minder zeehonden worden geboren.

 

 

Zeehonden of robben (Phocidae) vormen een familie van zeezoogdieren. Ze behoren tot de roofdieren (Carnivora). Zeehonden in Nederland komen het meest voor in de Waddenzee.

Zeehonden hebben korte stugge haren en nauwelijks ondervacht. Ze houden met een dikke speklaag de lichaamswarmte vast. Ze hebben goed ontwikkelde tastharen, niet alleen in de snor, maar ook in de wenkbrauwen. De meeste soorten hebben een gevlekte vacht. Bij enkele soorten bestaat er seksueel dimorfisme, waarbij de mannetjes veel groter zijn dan de vrouwtjes, een ander vlekkenpatroon hebben, en zelfs een slurf (zoals bij de zeeolifanten). Mannetjes hebben ook een penisbot of baculum. De achtervinnen zijn groter dan de voorvinnen. Met deze achtervinnen zwemmen de zeehonden. De zeehonden hebben geen oorschelp.

Sommige soorten worden bedreigd, in het verleden door de jacht en tegenwoordig door vervuiling van de zee. Zieke en verlaten zeehonden worden in Nederland opgenomen in de opvangcentra Zeehondencrèche Pieterburen en EcoMare op Texel. Zeehonden komen ook in de buurt van beide polen voor. Ze zijn belangrijke prooidieren voor ijsberen en orka's. De jacht op zeehonden middels knuppelen is over de hele wereld verboden, behalve in Canada. In Nederland is het knuppelen van zeehonden al enkele decennia verboden, voor het verbod werd er in Nederland nog geknuppeld in de Waddenzee en de toen nog niet afgesloten zeearmen in Zeeland

 

 

Geboorte van een gewone zeehond

 

Hieronder zie je in 4 foto's de geboorte van een gewone zeehond. Prachtig om te zien vind ik zelf.