Kabouters

 

Lichaamsbouw en uiterlijk

Een kabouter is herkenbaar aan zijn/haar puntmuts die vaak rood van kleur is. Het is onbekend hoe groot een kabouter is. Rien Poortvliet schat de grootte op 15 cm inclusief puntmuts. Maar andere schrijvers en 'waarnemers' schatten de kabouter weer groter; tot wel 45 cm. Kaboutermannen worden meestal afgebeeld met lange, eerbiedwaardige baarden, bolle wangetjes en bolle buikjes. Traditioneel komen er geen kabouters voor met een bruine of zwarte huidskleur; het betreft altijd blanke mannetjes met een vrij rode neus. In de Kabouterboeken van Rien Poortvliet komen echter vrijwel alle menselijke rassen ook als kabouter voor (zoals bijvoorbeeld Bosjesmankabouters) en ook vrouwtjes. Hij constateerde dat de vrouwtjes betrokken waren bij een hele serie aan huishoudelijke taken. Vaak doet de kledij van de kabouter enigszins middeleeuws aan. Een kabouterman draagt vrijwel altijd wollige laarsjes en een brede riem om zijn middel. Kaboutervrouwtjes dragen altijd rokken.


Levenswijze
Het is niet bekend hoe oud kabouters kunnen worden, maar volgens de meeste vertellingen worden ze oeroud. Poortvliet schat de gemiddelde maximum-leeftijd op 350 jaar. Ze sterven dan door ouderdom, want volgens Poortvliet sterven kabouters nooit aan een ziekte. Kabouters worden ook wel geroofd door roofdieren, zoals marters en katachtigen. Kabouters wonen, volgens de overlevering, in paddenstoelen. Maar ook konijnenholen en holle bomen worden erg graag bewoond. Kabouters zijn vrij sociaal en wonen het liefst dicht bij elkaar. Ze zouden geen dorpen bouwen, zoals de Smurfen. Kabouters onderhouden zeer nauwe contacten met mens en dier. Ze zijn de mensen zelfs vriendelijk gestemd. Ze verrichten doorgaans allerhande klusjes voor de mensen. Mensen geloven dat kabouters hun klusjes beter verrichten als je ze beloont met melk of brood. Bovendien geloven mensen dat kabouters door melk en brood 'gelokt' kunnen worden. Kabouters zouden de dieren ook helpen in hun voortbestaan; zo tolereren kabouters geen roofgedrag van dieren. Ze zullen muizen en konijnen te allen tijde uit de klauwen van een wolf proberen te redden. Derhalve zijn ze de wolf ook vriendelijk gestemd en zullen hem altijd helpen. Kabouters komen alleen 's nachts uit hun huisjes. Bij hoge uitzondering vertonen ze zich overdag; ze hebben dan meestal een belangrijke taak te verrichten, zoals het inlichten van iemand over een opdracht. Ze zullen overdag nooit voedsel zoeken.

Kabouters zijn vegetariŽrs. Volgens Poortvliet zouden ze van noten, zaden, vruchten en wortels leven. Hun lievelingskostje zouden bosbessen zijn. Bovendien roken ze 's avonds geregeld een pijp en drinken sterke drank uit kleine houten bekertjes.


Nederlandse kabouterrassen
In Nederland komen verschillende kabouterrassen voor.
 

Bierkabouter

 

Deze komt oorspronkelijk uit belgiŽ, en is het bekends vanwege de afbeelding op een fles "echouffe" of "La Chouffe" bier. verder heeft Poortvliet heeft die rassen hun benamingen gegeven naar aanleiding van de gebieden waar ze in leven

Boskabouter

 

zeer schuwe kabouter van loofbossen, naaldbossen en heide. Soms in de duinen. In Nederland vooral op de Veluwe.

 

Zandkabouter

schuwe kabouter van duinen en zandverstuivingen. In Nederland overal in de duinen langs de Noordzeekust en op de Waddeneilanden. Ook in het Kootwijkerzand en de Loonse- en Drunense duinen. zeldzaam.

 

Graskabouter

Schuwe kabouter van de drogere weilanden langs de grote rivieren. Ook in vochtige broekbossen langs rivieren en beken. In Nederland langs alle grote rivieren. Leeft als enige kabouter in zelf gebouwde plaggenhutjes. In bossen bewoont dit kabouterras holen in bomen. Algemene zomergast.

 

Tuinkabouter

weinig schuwe kabouter van tuinen, parken, binnenplaatsen, straten, pleinen en begraafplaatsen. Soms aan bosranden. Woont vooral in huizen op zolder of in een kelder. Haalt eten uit tuinen.

 

Huiskabouter

tamelijk schuwe kabouter van huizen, kerken, winkels en kantoren. Ook vaak aan boord van schepen, dit in tegenstelling tot de andere rassen. Haalt eten uit gebouwen of schepen. Woont op zolders en kelders.

 

Sneeuwruimkabouter

volgens verhalen zijn dit de kabouters die het sneeuw opruimen.

 

Siberische kabouter

weinig schuwe tot brutale kabouter. Uitsluitend in de Achterhoek en Noord-Groningen. Leeft uitsluitend in konijnenholen. Zeer zeldzame wintergast.


Kabouters haten warme gebieden. Ze zullen dan ook niet zuidelijker dan BelgiŽ worden aangetroffen.



Kabouterverhalen in Europa
Verhalen over extreem kleine mannetjes, volkeren die naast de wereld van alledag (maar meestal verborgen) leven, spelen in verschillende Europese culturen een rol. De kabouter is daarbij een variant die met name in de Lage Landen voorkomt. De volgende sprookjesfiguren zijn in Europa bekender:

Elfen
Dwergen
Tovenaars
Trollen
Heksen
Wisselkind

 


Voorbeelden van bekende kabouters:

Kabouter Plop - Hoofdpersoon in een Vlaamse kinder-TVserie
 

David de kabouter - Hoofdpersoon van een tekenfilmreeks, gebaseerd op de rijk geÔllustreerde boeken van Rien Poortvliet
 

Paulus de Boskabouter - In de zestigerjaren zeer populaire poppenserie op de Nederlandse TV.


Kabouter Piggelmee

 
Kabouterkoning KyriŽ - De kabouterkoning uit oude volksverhalen in de Kempen, een streek in Noord-Brabant.
 

Kabouter Plop

David de Kabouter

Paulus de Boskabouter

Kabouter Piggelmee

Kabouterkoning KyriŽ

 

 Kabouter in de Engelse taal
In het Engels zijn er twee woorden: 'Gnome' en 'Brownie'. Een 'Gnome' ziet er uit zoals onze tuinkabouter, maar een 'Gnome' leeft onder de grond. Een 'Brownie' is een hulpvaardig wezen die vooral 's nachts bezig is, zoals onze kabouter, maar een 'Brownie' ziet er anders uit
 

Kabouters laten zich fotografisch vastleggen


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-