Retourtje Stolzenau

 

Met Dank aan Eddy Niessen

 

Het is 07:00h op zaterdag 9 augustus 2003 en het belooft een hete dag te worden. Natuurlijk hebben we tegenwoordig airco in de auto en besluiten wij toch gewoon maar te gaan. Na 17 jaar een dagje terug naar Stolzenau. Pas in de auto realiseren we ons dat we ook een paspoort mee moeten nemen. Dus keren we weer om. Hadden we ook geen broodjes en drinken mee moeten nemen? We rijden immers net zoals vroeger gewoon zonder te stoppen naar Stolzenau. Nog voor we op de snelweg richting Hengelo zitten, stellen we ons de eerste grote vraag en barst de eerste discussie van deze dag los. Weten we de weg nog na al die jaren? Gaan we over Porta-westfalica of over Bohmte? Deze vraag wordt al snel beantwoord door onze Chauffeur. We hebben toch Miep (navigatiesysteem) ,dus waar maken jullie je druk over! En zo weet hij de rest van de dag iedere keer als we te diep in het verleden duiken ons in het heden terug te halen. Hierbij mag ik niet onvermeld laten dat onze chauffeur nog nooit in Stolzenau geweest is en wel eens the place to be wil zien. Bij de Grensovergang blijk ik mijn paspoort niet echt nodig te hebben. We hoeven ook niet meer dwars door Rheine. De snelweg tussen Hengelo en Rheine is gereed en dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op. Miep stuurt ons over Porta-Westfalica en al gauw zien we Keizer Wilhelm (die nog steeds niet uitgekeken is op de zendmast).

 

 

 

Keizer Wilhelm Denkmal bij Porta Westfalica

 

Dit is de Poort van het Weserbergland spreekt de oudste van ons. En hij begint de hele geschiedenis af te raffelen. Informatie die we nooit hebben willen onthouden blijken we nu ineens intersant te vinden. Komt dit doordat we ouder zijn geworden of gewoon sentimenteel omdat we nu weer herkenbare plaatsen tegenkomen? Algauw zijn we in Leese en zetten Miep uit. Vanaf hier kunnen we de weg met onze ogen dicht rijden. De Chauffeur houdt ze gewoon open. Tussen Leese en de brug blijkt  er niets veranderd en voorkomt de airco dat we 17 jaar terug in de tijd gaan. Wat gaan we doen? Natuurlijk dat wat we 17 jaar geleden als laatste gedaan hebben. Een Spaghetti-ijs eten. Hij smaakt nog steeds heerlijk maar kost wel een kapitaal. Het centrum is helemaal veranderd en is eenrichtingsverkeer geworden. Op het schoolplein van de basisschool staat nog het oude zwarte hekje waar we tijdens de Grease-tijd op stonden te dansen en in de winter aan leunden om ijsbanen te maken. Vele etalages in de winkels zijn nog identiek en bij Dieter Lehmkuhl staan volgens mij nog steeds dezelfde grasmaaiers buiten. Mazemann, optiek Kralinger, Sparkasse, Borgrefe en Stuhmeyer. Het ziet er allemaal nog hetzelfde uit. Wat we missen zijn alleen de NATO -nummerborden. We besluiten voordat we een broodje bij Grobe gaan eten nog even wat marken te pinnen. Die lijken tegenwoordig wel veel op Nederlands geld. Een broodje negerzoen en even kijken of de familie Oudshoorn nog in de fotowinkel staat. Ja, hoor ze zijn er nog en het gaat hun goed. We besluiten richting het zwembad te lopen. Het is ondertussen 13:00 uur en de winkels gaan sluiten. Ook dat is niet veranderd. De Weserkampfbaan en het zwembad zijn ook nog hetzelfde op een likje verf na. Het zwembad is wat rustiger. Geen grote groepen met Nederlanders, geen harde muziek. Later horen we van onze chauffeur dat de badmeester een smalle Duitser is. Wij zien hem niet. Wij zijn terug in de tijd waar de ’dikke bademeister’ met de scepter zwaaide. Het winkeltje is dichtgemetseld en de entreeprijs is verhoogd van 80 pfennig in onze tijd naar 1 euro nu.

 

 

 

Het zwembad

 

Ondertussen is het 32 graden en de auto met airco staat nog in het dorp. Water zijn we natuurlijk vergeten te kopen. Maar denkend aan hoe onze vaders met hun raketten weken in het veld bivakkeerden in een boogtent en daar moesten overleven om ons te beschermen tegen de Russen (tenminste dat probeerden ze ons wijs te maken) klagen we niet en gaan lopend naar het kamp. De poort van het kamp staat open en we kunnen naar binnen. Waar vroeger de officiersmess stond wordt nu een Aldi gebouwd. In het administratiegebouw zit nog een bedrijfje en voor de rest is het kamp leeg. De rijrichting hebben de Duitsers omgedraaid en we volgen die. Langs de korporaalsmess dat nu het café der Nationen (hoe toepasselijk) heet. Links van ons zouden we het sportveld en de helikopterlandplaats moeten zien maar over het hele veld staat metershoog onkruid. We lopen langs bureau Sport. Vaak zijn we hier achterom naar binnen gegaan om te sporten. Maar omdat we geen kapmes meegenomen hebben kunnen we niet bij de ingang komen. Duidelijk is te zien dat hier 7 jaar geleden de deur is dichtgedaan en dat er nooit meer iemand geweest is. De enige plek die we kunnen vinden zonder onkruid is het kunststof basketbalveld waar geen onkruid doorheen kan komen. Als we goed kijken zien we in het onkruid het hek staan. De afscheiding van het grote veld. We lopen verder richting de M.T . Ook hier onkruid en alles leeg. Terug langs de MGD en de personeelswinkel naar de eetzaal. We verbazen ons erover hoe klein de ŕppel- c.q parkeerplaats is. We leggen uit aan onze chauffeur dat hier vroeger een levendig bedrijf was met de parkeerplaatsen vol met NATO-nummers en mensen in uniform. Hier kochten we onze geurtjes en maxi singels. Daar moesten we naar de doktor en tandarts. Daar was het kantoor van de commandant 5GGW. Hier stonden alle militairen in het gelid tijdens commando-overdrachten en koninginnedag. We kijken bij de eet- en feestzaal naar binnen. Leeg, we denken terug aan onze schoolmusical, carnaval, feestavonden en Sinterklaas.Op woensdag de Indische hap. We proberen achterom bij de ingang van de onderofficiersmess te komen. Dit valt wederom niet mee. We moeten ons een weg banen door metershoog onkruid.  Door onkruid weg te halen kunnen we een foto nemen van het logo. In de OO mess staat de bar er nog. Door een lekkage in het dak is er een stuk plafond naar beneden gekomen. Een troosteloze bedoeling. Vanaf de eetzaal lopen we terug langs de legeringgebouwen die er nog best aardig uitzien. We hebben vernomen dat de kamers worden verhuurd. We kijken voor we de poort uitgaan nog even op het bord met informatie over de route naar de stellingen en op de lampen boven het wachthuisje. Alles uit, Alles verlaten.  We komen langs het KMT dat nu een gebedshuis is voor orthodoxe Russen. Daar waar vroeger aalmoezenier Vermeulen en aalmoezenier Bram Martijn of dominee van de Veer stond, staat nu een andere voorganger in een andere taal te prediken.

 

 

Het K.M.T

 

We gaan terug naar het dorp en pikken de auto op, zetten de airco op maximaal (het kwik is gestegen tot 34 graden), halen een paar liter water bij de benzinepomp en gaan naar het VO. Deze staat te koop. We kunnen naar binnen omdat er bovenaan de brandtrap een deur open staat. Ook hier worden we niet vrolijk van. Er hebben zwervers in gezeten of zouden ze het hebben gekraakt? Bij het zien van hun uitwerpselen denk ik weer terug aan het bureau van Meijaard. Hoe daar lang geleden ook wat op lag dat stonk. Er ligt een halfverbrande krant. Zou dat de krant van Schuthof zijn? Zo schieten ons op de terugweg naar de auto weer al de verhalen te binnen. We rijden langs de Minimal die gesloten is (waarschijnlijk failliet sinds de schoolkinderen geen broodje negerzoen meer komen halen). De Wip-in heet nog steeds zo en is ook een Jugendheim maar dan voor Duitsers van Russische afkomst.

 

 

Het VO

 

Na al deze ellende ziet de Siedlung er best netjes uit. De huizen zijn verkocht en in de flats zitten weer Duitsers van Russische afkomst. Het ziet er saai uit roept onze chauffeur. Ja, maar, en we beginnen weer over vroeger. Hoe dicht iedereen bij elkaar woonde.Hoe we met groepen bij elkaar stonden in de speeltuin of bij de vlaggenmast. Hoe we sterke verhalen bij het vuur vertelden op de Kiesgrube na het surfen. Hoe Douwe met zijn buizerd door de Siedlung wandelde. Hoe we de auto van Buts op blokken zetten. Wat een feest het was tijdens de avondvierdaagse tussen de garages. Dat iedere woensdagmiddag de kaasboer kwam. Dat we gingen stappen met de Citroen van Thjo( De eerste auto met ‘airco’). We komen weer helemaal los. Hij lacht en denkt er het zijne van. Het valt ons op dat niemand opkijkt van vier Nederlanders die de ene foto naar de andere knippen. Zijn er al mensen voor ons geweest???? De kleuterschool is helemaal verbouwd en als we bij de Marechaussee rechtdoor over het zandpad naar de Kiesgrube willen lopen blijkt het pad weg te zijn. De akkers die onze honden jarenlang hebben bemest zijn verdwenen. Het heet nu Industrieterrein. Na veel omwegen komen we toch nog bij de Kiesgrube. De vorm is weg. Hij is helemaal begroeid en er zijn geen paden meer. We kunnen niet meer boven komen.Hier komt ook al nooit meer iemand. De zandafgraving waar altijd de kerstboomverbranding was is helemaal begroeid en het water is afgezet. De chauffeur lacht en wij beginnen meteen weer over de schaatsbaan, warme chocolade en snert. Over de grote honden op het eiland in het midden en hoe we hier op het strandje lagen. Ja, daar waar nu die struiken staan. Ach hou, maar op. Hoe vertel je iemand die hier nooit gewoond heeft dat dit The place to be was? We gaan terug naar de auto, rijden nog een paar keer rond door Stolzenau (om af te koelen) en besluiten te eindigen bij de ‘itakker’ voor een -je raad het al- een Spaghetti-ijs. Het is ondertussen 17:30h en het dorp is uitgestorven.

Pas als ik s’avonds aan een schnitzel met friet tegenover onze chauffeur zit besef ik dat ik iedereen kan meenemen naar ‘die Heimat’ om te laten zien hoe het eruitziet. Maar dat alleen de mensen die er hebben gewoond echt zullen begrijpen hoe wonen in Stolzenau werkelijk was.

 

 

 

De Siedlung

 

 

 

Het dorp

 

 

 

De Cadi

 

 

 

De Kazerne

 

 

 

Prins Johan Friso School