Thailand

 

Met dank aan landenweb en Wikipedia voor tekst en uitleg en aan  fotograaf Alex Molon

 

 

Algemeen


Thailand (officiële naam: Ratcha Anachak Thai, verkorte vorm: Prades of Prathet Thai, Muang-Thai = 'land van de vrije mensen'; tot 1939 in Europa bekend als Siam), is een koninkrijk in Zuidoost-Azië en ligt op het schiereiland van Indo-China. De totale oppervlakte van het land bedraagt 513.115 km2 en daarmee is Thailand ongeveer dertien keer zo groot als Nederland en iets kleiner dan Frankrijk.


Van noord naar zuid meet Thailand maximaal 1500 kilometer en van oost naar west 800 kilometer. Op het smalste gedeelte, de landengte van Kra Buri, is Thailand slechts 13 kilometer breed.


Thailand grenst in het noordoosten aan Cambodja (803 km), in het noorden aan Laos (1754 km), in het westen aan Myanmar (1800 km: het voormalige Birma) en in het zuiden aan Maleisië (506 km).


Zuid-Thailand bestaat uit een lang schiereiland van meer dan 1200 kilometer, dat in het westen begrensd wordt door de Andamanse Zee als deel van de Indische Oceaan, en in het oosten door de Golf van Thailand als laatste uitloper van de Zuid-Chinese Zee. Voor de kust liggen honderden kleine en grote eilanden, zowel aan de westkust als aan de oostkust.


Phuket (Maleisisch: bukit = heuvel) ligt in de Andamanse Zee net voor de kust van de provincie Phang-nha en is door de Sarasinbrug verbonden met het vasteland. Het is met 810 km2 Thailands grootste eiland. Ko Chang is het tweede eiland met 500 km2, Samui is met 247 km2 het grootste eiland in de Golf van Thailand.




 

Landschap


Thailand heeft een gevarieerd landschap met beboste bergen, diepe valleien met snelstromende rivieren, bebouwde akkers met grote waterwegen, dichte regenwouden en gebieden met onvruchtbare, droge grond.


Ongeveer de helft van Thailand bestaat uit bergachtig gebied en het land is te verdelen in vier natuurlijke landschappen:
Het Noord-Thaise bergland bestaat uit de laatste uitlopers van de Himalaya, die min of meer parallel aan elkaar van noord naar zuid lopen. Langs de westgrens met Birma strekt zich een jong plooiingsgebergte uit dat van noord (gemiddelde hoogte 1500-2500 m) naar zuid (50-100 m) in hoogte afneemt.


Het westelijke bergland gaat in het noordoosten over in het Noord-Thaise bergland (gemiddelde hoogte 1500 m), dat door de belangrijkste vier bronrivieren van de Chao Phraya in een aantal bergketens, dalen en bekkens is versneden. De smalle valleien worden gevormd door de rivieren de Nan, de Yom, de Wang en de Ping.


De Doi Inthanon of Angka in het westelijke bergland is met 2576 meter de hoogste bergtop van Thailand. Deze streek staat ook bekend om zijn spectaculaire watervallen en een overvloed aan grotten, verborgen in de kalkstenen bergen.

 



Het centrale laagland ten zuiden van het Noord-Thaise bergland is een vruchtbare moerasbodem die zeer geschikt is voor rijstbouw, en opgebouwd uit het slib dat door de Chao Phraya of Mae Nam (moeder der wateren) en andere rivieren (o.a. Wang, Ping, Yom, Nan) wordt aangevoerd. Het gebied heeft vrijwel de vorm van en rechthoek en meet ca. 200 bij 440 kilometer. Het vlakke land wordt in het noorden en westen door gebergten begrensd en in het oosten door de heuvelruggen op de grens met het Khoratplateau. In dit gebied ligt onder andere de miljoenenstad Bangkok en het is tevens het belangrijkste industriegebied.
De Chao Phraya is de belangrijkste waterweg van Thailand, die ontspringt in het noorden en vlak onder de hoofdstad Bangkok in de Golf van Thailand uitmondt. Jaarlijks groeit de delta door aanslibbing ongeveer zes meter.

 

 

 

Het Khoratplateau, dat Noordoost-Thailand (Isan) beslaat, is een komvormig tafelland, in het noorden en oosten begrensd door de Mekong en in het westen en zuiden door gebergten. Het plateau wordt door steile hellingen, tot meer dan 1000 meter hoog, van de Centrale Laagvlakte gescheiden en loopt in het zuidoosten dood op het Dangrekgebergte op de grens met Cambodja.


De bodem bestaat voornamelijk uit onvruchtbare fijnzandige leem en is dan ook de armste streek van het land. Toch bestaat de schrale bodem bijna volledig uit akkerland. Vroeger was dit gebied bedekt met uitgestrekte bossen, die echter door intensieve roofbouw vrijwel volledig verdwenen zijn. Men schat dat nog geen vijftig jaar geleden 70% van Thailand bebost was; tegenwoordig is dat nog maar 15%. Herbebossingsprogramma’s hebben maar weinig succes opgeleverd, integendeel, er worden nog steeds stukken bos illegaal omgehakt. De belangrijkste rivieren zijn de Chi en de Mun, die in de Mekong stromen, de op vier na grootste rivier ter wereld.

 


De Thaise landtong in het zuiden wordt ingenomen door uitlopers van het westelijke bergland, met aan weerszijden veelal smalle kustvlakten. De kust is sterk geleed en het binnenland bestaat uit heuvels en regenwouden. De bergen hier zijn uitlopers van het Cardamomgebergte, een Cambodjaanse bergketen die trapsgewijs van 500 tot 1600 meter hoogte oploopt.
Voor de kust liggen veel kleine eilandjes, waarvan het toeristische Phuket in de Andamanse zee en Ko Samui in de Golf van Thailand de bekendste zijn. Meest opvallend in dit gebied zijn de gigantische kalksteenformaties die uit de Andamanse Zee oprijzen.

 

 

Klimaat

 

Het grootste deel van Thailand heeft een tropisch moessonklimaat, te verdelen in drie seizoenen met een gemiddelde hoge dagelijkse temperatuur van 25°C.


De temperatuur stijgt bijna nooit boven de 35°C en daalt nooit verder dan 16°C. Op de hoogste bergtoppen kan het wel eens vriezen en in de winterperiode kan het behoorlijk koel zijn met temperaturen rond de 10°C.
De dag- en nachttemperaturen kunnen in het noorden en midden van het land zeer groot zijn, tot een verschil van 20°C.


De gemiddelde jaarlijkse neerslag voor het grootste deel van het land bedraagt 1200-1400 mm. Aanzienlijk vochtiger zijn het zuiden (1400-2400 mm) en de streek ten oosten van Chanthaburi (meer dan 2400 mm). Minder dan 1200 mm per jaar ontvangt het gebied dat in de regenschaduw ligt van het westelijke bergland, alsmede de westelijke provincies van het Khoratplateau.

 

 

Het hete seizoen valt tussen maart en half juni, met april en mei als heetste maanden van het jaar; het is dan warm en droog met een temperatuur die incidenteel tot 40°C kan oplopen. Een bezoek aan Bangkok in deze periode is niet erg aangenaam door de hoge luchtvochtigheid (nooit minder dan 50% en vaak meer dan 80%!) waardoor het drukkend en broeierig aanvoelt. Volgens het Guiness Book of Records heeft Bangkok de hoogste gemiddelde temperatuur (dag en nacht; zomer en winter) ter wereld. In het zuiden en zuidoosten kan in deze periode nog een flinke regenbui vallen.

 

 



In de regentijd, die duurt van midden juni tot november, heerst de natte zuidwestmoesson. Er kan dan, vaak in de namiddag of ’s avonds, in een korte tijd zeer veel regen vallen, met in de maand oktober zelfs kans op overstromingen. Moessonperiodes kunnen het ene of het ander jaar sterk van elkaar verschillen. In sommige jaren regent het zeer veel, in andere jaren is het weer veel droger. Vaak liggen er tussen de stortbuien meerdaagse droge perioden.


In het noorden valt minder regen en het noordoosten is het droogste gebied van het land. De gemiddelde jaarlijkse neerslag over geheel Thailand bedraagt 1600 mm, waarvan ca. driekwart in de regentijd valt. In de droogste gebieden is de gemiddelde jaarlijkse neerslag van 1000 mm nog altijd veel hoger dan in Nederland.


De meeste regen wordt van juni tot oktober aangevoerd vanuit de Indische Oceaan, waardoor de hoogste neerslag wordt gemeten op de bergachtige westkust van het schiereiland (Ranong: 5000 mm) en het zuidoosten (Chanthaburi: 4000 mm).

 



De winter in Thailand duurt van november tot maart en deze periode waait de vrij droge noordoostmoesson. Het is dan droog en aangenaam weer (niet zo benauwd) en de gemiddelde temperatuur schommelt dan tussen de 25 en 30°C, met uitschieters naar beneden in het noorden en noordoosten. Deze periode is toeristisch gezien dan ook het hoogseizoen.

Het zuidelijk schiereiland van Thailand heeft een eigen klimaat met neerslaghoeveelheden die vrij regelmatig over het jaar zijn verdeeld, maar in totaal valt er meer neerslag dan in de rest van het land; de meeste regen valt in oktober en november.
Op het eiland Phuket regent het voornamelijk in mei-juni en op het eiland Ko Samui in oktober-november, vaak gepaard gaand met hevige stormen.

 

  


 

klimaattabellen
 



 

Phuket (Andamanse Zee)
  Jan febr mrt apr mei jun jul aug sept okt nov dec
Dagtemperatuur 31 31 32 33 33 32 31 31 313 30 30 30
Nachttemperatuur 24 23 24 25 24 24 24 24 24 24 24 24
uren zon per dag 9 10 1 10 9 7 7 7 7 6 6 7
regendagen p/m 7 4 3 5 9 17 15 15 15 17 18 12


 



 

Surat Thani (Zuid-Thailand)
  Jan febr mrt apr mei jun jul aug sept okt nov dec
Dagtemperatuur  29 31 33 34 35 34 33 32 32 32 31 30
Nachttemperatuur 22 21 20 21 22 24 23 23 23 23 23 22
uren zon per dag 7 8 9 9 9 7 7 7 7 6 6 5
regendagen p/m 11 4 1 2 6 13 11 12 14 15 16 16
watertemperatuur 27 27 28 28 29 29 29 29 29 29 28 28



 

 

 

Planten 

 

De verscheidenheid aan planten is groot in Thailand door de langgerekte vorm van het land en de hoogteverschillen, en sluit in het noorden grotendeels aan bij die van India en Birma en in het zuiden bij die van Maleisië en Indonesië. Men schat dat zes procent van de bekende soorten vaatplanten op aarde in Thailand te vinden zijn. Er zijn ca. 15.000 inheemse vaatplanten, waaronder meer dan 500 boomsoorten en meer dan 1000 soorten orchideeën. De orchidee wordt dan ook beschouwd als een nationaal symbool. Tropische planten, waaronder hibiscus, acacia, lotus, rode jasmijn en bougainvillea, zijn in overvloed aanwezig. In de koelere noordelijke streken bloeien azalea’s en rododendrons.


Oorspronkelijk was het land grotendeels met wouden bedekt (nu nog ca. een kwart van het land, zo’n 130.000 km2), van mangrovebossen aan de kust tot naaldhoutbossen (Pinus) op de bergtoppen. Bladverliezend moessonbos met eiken overheerst in het noorden; hier komen ook veel teakbossen voor. Gemengd regenbos komt voor in het zuiden en op berghellingen in het noorden. Delen van Zuid-Thailand zijn bedekt met eeuwig groen tropisch regenwoud. Hier groeit onder andere ijzerhout, rotan, rozenhout en palmen. De teak is veruit de bekendste boom van Thailand, maar er zijn ook nog andere inheemse boomsoorten: onder meer de yang, de teng-rang, de daeng en de tabaek.


De flora van het nationaal park Khao Sok op Phuket bestaat onder meer uit lianen, bamboe, rotan, varens, en de spectaculaire ‘rafflesia’, een gigantische parasiet, met een diameter van 80 centimeter is het de grootste bloem ter wereld. Het is een parasiet zonder eigen wortels of bladeren, die woekert in de wortels van een liaan. Een andere biologische zeldzaamheid die alleen is te zien op Phuket en in het Khao Sok nationaal park, is de ‘lahng kao’, een inheemse palmsoort.


Aan de kust en de monding van de delta’s gedijen mangrovebossen. Mangrovebossen zijn vloedbossen in de tropen, waarbij de wortels van de bomen in het slik van de zeekust staan. Bij eb komt het wortelstelsel bloot en bij vloed staat het onder water. Deze bossen komen in Thailand nog voor bij Chantaburi, Koh Chang, Phuket, Krabi, Trang en Songkla. In dertig jaar tijd is het areaal mangrovebossen verminderd van 3680 km2 tot 1650 km2 vanwege het feit dat het uitstekend brandhout oplevert. Tussen de wortels bevinden zich de broedplaatsen van vele vissen.


Veel van de oorspronkelijke vegetatie heeft plaats gemaakt voor cultures, savannes (vooral in het laagland van de centrale vlakte) en secundaire vegetaties waaronder veel bamboebos. De belangrijkste cultuurgewassen zijn rubberbomen, tabak, suikerriet en katoen. Sinds 1989 is er om het tij te keren een verbod op houtkap afgekondigd door de Thaise regering.

 

 

 



 


Dieren

De zeer gevarieerde dierenwereld van Thailand behoort in het noorden tot de Indo-Chinese zone en in het zuiden tot de Soenda-zone, waarvan ook Maleisië en grote delen van Indonesië deel uitmaken. Tussen deze twee zones loopt een uitgestrekt overgangsgebied. Men schat dat 10% van de soorten vissen, 10% van de vogels, 5% van de reptielen en 3% van de amfibieën in Thailand te vinden zijn.


Er zijn ca. 300 soorten zoogdieren, waaronder bantengs, gaurs, blaf- en dwerghertjes, sambarherten, geitantilopen, Maleise tapirs, panters, tijgers (nog maar een handvol langs de grens met Myanmar), Maleise beren, Birmese zonnedas, Tibetaanse zwarte beren, vliegende maki's en talrijke apen (waaronder kuifgibbons). De Javaanse neushoorn is waarschijnlijk geheel uitgeroeid, evenals de kouprey, een wild rund; misschien komt de Sumatraanse neushoorn nog wel in Thailand voor.


De Thaise waterbuffel, iets kleiner dan zijn Indiase soortgenoot, is nog steeds een belangrijk dier voor de mensen op het platteland. Hij wordt vooral gebruikt voor het ploegen van de rijstvelden en verder wordt vrijwel alles van de buffel gebruikt. Waterbuffels komen ook voor in China, India, en de rest van Zuidoost-Azië.


De Aziatische olifant is een belangrijk symbool voor Thailand en was vroeger onmisbaar bij de teakhoutproductie. Een volwassen olifant is ongeveer 3 meter hoog, kan tot 4000 kilo wegen en wel 100 jaar oud worden. Er zijn twee soorten olifanten in de Thaise cultuur: de werkolifant en de krijgsolifant. Van de werkolifanten zijn er nog ongeveer 25.000 over en in de bossen leven naar schatting nog ongeveer 1500 olifanten. De speciale berijders van de olifanten worden ‘mahouts’ of ‘kornaks’ genoemd.

 


Ook de vogelwereld is zeer rijk en telt ca. 1000 soorten, o.a. de argusfazant en in het zuiden veel watervogels. Thailands laatste natuurlijke laaglandregenwoud is ’s werelds enige habitat van de loopvogelsoort Gurney’s pitta. Nimmerzatten trekken naar de Thaise moerassen om zich voort te planten, moeraspurperkoeten komen veel voor en de gekuifde bospatrijzen leven in het zuiden, in de laaglandbossen langs de kust. De nationale vogel van Thailand is de Siamese vuurrugfazant. Noord-Thailand ligt op de Oost-Aziatische trekroute, een belangrijke route voor trekvogels. Alleen al rond de heuvels van Chiang Mai komen 380 vogelsoort voor. In Thailand komt ongeveer 10% van alle vogelsoorten van de wereld voor. Noord-Thailand is de habitat van onder meer de zwartkruinkwak, roodlelplevier, zilverfazant, waterfazant, roodborstparkiet, havikarend, purperreiger, fazantspoorkoekoek, langstaartbreedbek, Goulds honingvogel, Aziatische paradijsvliegenvanger, roodkeellijster, bruine uil, zwarthalsspreeuw, witkuif-timaliagaai en grote vlaggendrongo. In het watervogelpark Thale Noi in het diepe zuiden van Thailand zijn het moerashoen, de jassana, de fluittaling, de witkeelijsvogel, de langpotige nok i-kong en de zeldzamere witte ibis en blauwe reiger te zien. De neushoornvogel behoort tot de spectaculairste vogels van Thailand. De dubbelneushoornvogel is met zijn fel gele en zwarte veren het opvallendst.
De serow, een antilopensoort, wordt steeds zeldzamer in Noord-Thailand; de sambar, het grootste Thaise hert, leeft onder andere op de centrale laagvlakte. Brillangoers komen voor op het Thais-Maleisische schiereiland. er leven in Thailand nog drie andere soorten langoers. Daarnaast huisvest Thailand veel reptielen, o.a. 76 soorten slangen, waarvan zes giftige. Gevaarlijk zijn de cobra, de Maleise adder, de krait en de groene adder; zeer gevaarlijk en bovendien erg agressief zijn de koningscobra en de Russels pit viper. De rivierschildpad en de Indische krokodil behoren tot de bedreigde dieren.

 

 


In de mondingen van de rivieren en de kustwateren komen dolfijnen voor, waaronder de zeldzame Irrawady-dolfijn. Verder wordt er gevist op de blauwe marlijn, de zeilvis, de barracuda en verschillende soorten haaien. In de Mekong-rivier komt de met uitsterven bedreigde reuzenmeerval of ‘pla buek’ nog voor, de grootste zoetwatervis ter wereld. Er zijn al exemplaren van twee meter gevangen die rond de 300 kilogram wogen.
Befaamd is de ‘siamees’ (Thailand heette vroeger Siam), een kattensoort die over de hele wereld verspreid is geraakt. Hagedissen (‘chingchongs’) en gekko’s of ‘tukae’ komen in groten getale voor. Thailand kent verder honderden soorten vlinders, waaronder de imposante atlasvlinder, de grootste vlindersoort ter wereld.


Het ecosysteem op de hoogste berg van Thailand, de Doi Inthanon, behoort tot het sub-Himalayasysteem. Het is mogelijk om daar zeldzame dieren te zien, zoals vliegende eekhoorns, roodgetande spitsmuizen, Chinese pangolins (schubdieren) en Père-Davidsveldmuizen. Dit beschermde gebied is ook rijk aan vogels, zoals de blauwvleugelminla’s, groene cocha’s, roodkoptrogons en groenstaarthoningvogels.


De mooiste koraalriffen van Thailand liggen in de Andamanse Zee. Ze bestaan uit ontelbare zeediertjes en groeien erg langzaam: één meter in 1000 jaar. Duizenden planten en dieren leven rond deze koraal riffen, waaronder grondels, clownstrekkervissen, murenen, luipaardhaaien, reuzenmantas, snappers en grote heremietkreeften. De onderwaterfauna rond Phi Phi (Eiland van de Geesten) is schitterend met bijzondere haaiensoorten, zoals de gladde haai, de zwartvinrifhaai en de zwartpunthaai.

 

Mangrovebosen liggen in het zuiden van Thailand, vooral in de Phang-nga-baai. In dit ecosysteeem paaien, broeden, eten kreeftachtigen, vissen, vogels, slangen en zelfs zoogdieren; bovendien is het een uitstekende schuilplaats. Hier leven onder meer slijkspringers, dwergotters, wenkkrabben, makaken, de zwart-gele waterslang Boiga dendrophia en zeldzame zeekrokodillen. De doejong (zeekoe) dreigde uit te sterven in de Thaise wateren. Nu neemt hun aantal weer langzaam toe. Het gebied rond de Andamanse eilanden van Trang is een van de weinige plaatsen waar ze kunnen worden gezien. Ze eten zeegras dat groeit bij Ko Libong en de Trang-monding. Ze bereiken een lengte van drie meter en een gewicht van ca. 400 kilo.

 


De Lawa-grot in het Nationaal Park Sai Yok is een van de 21 grotten in de provincie Kanchana Buri waar de kitti-vleermuis of Craseonycteris thonglongyai leeft. Het is het kleinste zoogdier ter wereld, niet groter dan een vlinder en met een gewicht van slechts twee gram. Er zijn nog maar zo’n 2000 exemplaren over en behoort daarmee tot een van de meeste bedreigde diersoorten ter wereld. Het diertje werd pas in 1973 ontdekt door een Thaise bioloog. In het Khao Sam Roi Yot National park komt de zeldzame liangpha voor, een Aziatische berggeit.


De Similaneilanden zijn echte eilanden voor natuurliefhebbers. Er zijn in de wateren rond de eilanden walvishaaien, mantaroggen, tuimelaars en grote diepzeevissen te zien. Op de eilanden nestelen meer dan 30 vogelsoorten zoals het witborstige waterhoentje en de Brahminy-havik en verder zijn er trekvogels zoals de zilverreiger, pijlstaartsnip, grijze kwikstaart en Dougals stern. Verder kleine zoogdieren als stekelvarken, gewone palmcivet en vliegende maki. Ook veel reptielen en amfibieën zijn er in soorten en maten, waaronder giftige ringkraits, pythons, witlippige en gewone groefkopadders, leder- en karetschildpadden en Bengaalse en gewone watervaranen.

Het land is betrekkelijk dun bevolkt, waarbij bovendien de grootste concentratie zich aan de kust bevindt. Toch hebben kaalslag van het bos, dierenhandel en weinig gereguleerde jacht veel schade aangericht. Tegenwoordig wordt meer aandacht besteed aan de natuurbescherming, die onder de dienst van het bosbeheer ressorteert; sinds 1961 bestaat in een aantal nationale parken hier en daar adequate bescherming. Thailand heeft nu ongeveer 80 nationale parken, inclusief 19 zeereservaten. Ca. 15% van het landareaal is beschermd gebied. Het eerste park was Khao Yai in Centraal-Thailand met een oppervlakte van meer dan 2000 km2. Het grootste natuurpark is Kaeng Krachan ten zuidoosten van Bangkok.

 

 

 

THAILAND LINKS

 

Foto's Thailand
Reisfotografie World Photo Locations
Reisfoto's Thailand
Reisverslag Thailand (N)
Reisverslag Thailand 2 (N)
Startpagina Kohsamui (N)
Startpagina Pattaya (N)
Startpagina Thailand (N)
Starttips Thailand (N+E)
Telefoongids Thailand
Thailand 2 Link België (N)
Thailand Boogolinks (N)
Thailand Foto's en Reisverslag (N)
Thailand Leuke Start (N)
Thailand Start Nu (N)
Thailand Startkabel (N)
Thailand Verzamelgids (E+N)
Thaise Recepten (N)