Vught onze geboorteplaats, een forensendorp

 

Een site over Vught de plaats waar we allebei geboren en getogen zijn. Ik heb wat leuke dingen bij elkaar gezocht over Vught, om te laten zien in wat voor een omgeving we zijn opgegroeid en waar een gedeelte van onze familie nog steeds woont.

 

Vught, onder de rook van grote broer Den Bosch. Een gezellig oer-Brabants dorp met veel groen en een prachtige omgeving. Wie kent niet het sprookjesachtige stadhuis waar menige Vughts bruidspaar de fotootjes heeft gekiekt. Vanaf de snelweg A2 kan je het goed zien liggen. Maar ook heeft deze kleine stad tal van mooie parken met mooie waterpartijen en statige oude bomen.

Dat Vught vroeger een rijke geschiedenis heeft gehad is duidelijk zichtbaar aan de vele oude en goed bewaarde herenhuizen en kasteeltjes.

 

 

 

Het Raadhuis

 

 

Een van de markantste gebouwen in Vught is het raadhuis. In 1901 liet de bankier Herman van Rijckevorsel de ‘Villa Leeuwenstein’ bouwen. In 1935 ging de villa over naar de gemeente. De restauratie en een belangrijk deel van de inrichting is geschonken door de Vughtse ereburger Willem van Beuningen. Na een stijlvolle verbouwing door de bekende architect H.W. Valk sr. werd het raadhuis op 8 juni 1937 feestelijk in gebruik genomen.

 

 

 

 

De Markt

 

Vroeger was deze markt te vinden in het centrum, maar later verplaatst naar het Moleneindplein omdat daar meer jonge gezinnen woonden. Toch heeft deze markt in de loop der jaren wat aan belangstelling moeten prijsgeven. Niet alleen het publiek maar ook de kooplieden lieten Vught steeds meer voor wat het was. Maar gelukkig is de situatie nu stabiel en kan er weer voorzichtig en vooral positief naar de toekomst worden gekeken. Dat deze markt beter verdient blijkt vooral op deze mooie dag waarop de Vughtse markt er echt gezellig bij ligt, met kooplieden die hier al heel veel jaren staan en de meeste klanten dus heel goed kennen.

 

 

Tijd om afscheid te nemen van de Vughtse weekmarkt.
Een van de vele kleinere weekmarkten die op komt voor haar bestaan.
Het valt niet mee, dat klopt, maar de positieve instelling van de kooplieden op deze markt kenmerkt hun vechtlust. Dat komt dus wel goed. Kom dus eens een keer naar dit mooie stadje en haar markt. De prachtige omgeving, de mooie wandelpaden, kasteel Maurick, De IJzeren Man en veel meer....
Om je alvast een indruk te geven dat het echt de moeite waard is nog enkele kiekjes.  Veel plezier...

 

 

 

 

 

Vughtse Heide

 

Historie

Aan de Loonse Baan in Vught stond al in de zestiende eeuw een herberg die de Hut heette. Deze herberg lag aan de doorgaande weg tussen 's-Hertogenbosch en Breda. Het was er een druk kruispunt van wegen en zandpaden. Je kon er alle richtingen gaan: Cromvoirt, Helvoirt, Esch en Vlijmen. De reizigers, kooplui en andere passanten genoten in de herberg van een voedzame maaltijd en een verfrissing. Ze keken uit op de Vughtse Heide, die meer bebost en rijker aan planten en dieren was dan tegenwoordig. De ongerepte Vughtse Heide veranderde aan het eind van de negentiende eeuw. Ze werd afgegraven: duizenden kubieke meters zand waren nodig om de drassige Bossche gronden op te hogen voor de aanleg van een nieuw station. Het zand werd in kiepkarren over een speciaal spoorlijntje naar 's-Hertogenbosch vervoerd. Een geweldige graafmachine, "de IJzeren Man", groef het zand uit de heide. De plas, die hierdoor ontstond, kreeg later dezelfde naam. Nu worden de IJzeren Man en Vughtse Heide gebruikt voor natuurrecreatie. De dennen en het heidegebied vormen een oase van rust. Je kunt er heerlijk joggen, wandelen, fietsen en paardrijden.

Ook de natuur is in Vught rijkelijk aanwezig.o.a. de IJzeren man en de Vughste hei waar het een genot is om overheen te wandelen in de zomer maar zeker ook in de herfst.

 

 

 

 

 

Kasteel Maurick

 

Geschiedenis van Maurick

Het landgoed Maurick ligt nabij Vught, binnen de gemeentegrenzen.
Op deze pagina een schets van gebouwen, vroege bewoners en bereikbaarheid.

 

 

 

Landgoed Maurick is 23 hectare groot en bevat onder meer een kasteel, oranjerie en villa. Daarnaast kent Maurick een echt Reigersbos (letterlijk!), een gracht en parkbossen met zichtlijnen. Kasteel Maurick dateert in zijn oudste vorm uit ongeveer 1470. De ingang is nog authentiek: een poort met twee torens. De naam zou afkomstig zijn van Hendrik van Maurick (Mauderic), een ridder uit Gelderland wiens vrouw het kasteel erfde in 1400. Zijn wapen is nog zichtbaar op een paal tegenover de poortwachterswoning: een schaar van schaapsscheerders. Het begon met een bergh, een verhoogd eiland aan alle zijden omgeven door water en gelegen tegenover de haven van Vught, tot de stichting van de stad 's-Hertogenbosch rond 1200 een van de belangrijkste handelsplaatsen van het noordelijk Brabant. De heren van Vught bouwden hun huis met het hout uit de bossen rond het eiland. Pas na 1300 is er sprake van een "bergh, daer een huys op staet".

 

Het waren Jan Liescap en zijn zoon Gijsbrecht die begonnen met de bouw van een stenen toren en een woning. Aan de noordzijde van het ommuurde eiland lag de toegangspoort, (naast de huidige orangerie) bereikbaar per boot via een klein haventje en per wagen via een aantal houten bruggen. De Liescaps wisten hoe ze in een waterrijke omgeving moesten bouwen, ze waren ook nauw betrokken bij de aanleg van de vestigingsmuren rond de stad Den Bosch. Ze behoorden tot de aanzienlijkste families van de stad Den Bosch en bezaten meerdere "stenen huysen" in de stad. Naast hun functies in het stadsbestuur waren de Liescaps ook in het kerkelijk gebeuren geen onbekenden. We vinden hen steeds vermeld bij de activiteiten rond de kathedraal St. Jan, ze waren lid van de Illustere onze lieve vrouw broederschap ( zwanenbroeders) en bestuurders van de tafels van de H. Geest, de organisatie van de armen- en ziekenzorg. Gijsbrecht vocht als leenman van de hertog van Brabant mee tegen de Geldersen. In 1372, na de slag bij Baesweiler raakte hij in Gelderse gevangenschap en kon pas negen jaar later terugkeren naar zijn huys. Gijsbrecht overleed kinderloos.  Katherina van Aelst is de volgende belangrijke

persoon in de geschiedenis van het kasteel.

 

 

Ze was een nicht van Gijsbrecht en erfde in 1400 het kasteel. Ze woonde er toen niet, want ze was gehuwd met Hendrik van Maurick, ridder, afkomstig uit het Gelderse Maurick, waar ook zijn bezittingen lagen. Als actief leenman van de hertog van Gelder kon hij geen belangrijke fucties bekleden in Brabant. Pas in 1405, na het overlijden van haar man, gaat Katherina op het kasteel wonen. Zij is het die het kasteel de naam gegeven heeft die het nu nog draagt: Kasteel Maurick. Naar haar man, maar ook om te tonen dat kasteel en landgoed riddermatig waren. Het wapen van Maurick, de schapenscheerdersschaar staat nu nog op de paal langs de dijk van Maurick tegenover de poortwachterswoning.

 

De zonen van Katherina kiezen voor Gelder, en het kasteel wordt in 1430 verkocht aan Godschalk Roesmond, de hoogschout van Den Bosch en de Meierij. In 1442 wordt Hendrik van Vladeracken eigenaar, die het kasteel in 1475 weer verkoopt aan Goossen Heyn, ridder. Met deze nieuwe bewoner begint een periode van ruim 200 jaar van grote bloei.

Goosen Heyn behoorde tot een van de belangrijkste geslachten uit de Noord Brabantse bovenlaag. Zelf was hij meer dan dertig jaar schepen en ook enige tijd presidenschepen van Den Bosch. Hertog Karel de Stoute benoemde hem tot rentmeester van de staten van Brabant voor het kwartier Den Bosch en tot hoogschout van de stad en de Meierij. De grote, rode zespuntige ster op het zilveren veld het wapen van Heym's prijkt nu nog op de voorgevel van het kasteel. De snel op elkaar volgende verkopen maken het voor ons niet al te duidelijk hoe het kasteel in die tijd veranderd is. In die jaren is de dijk van Maurick aangelegd en moet het poortgebouw met zijn bekende torentjes en zijn "valbrugge" gebouwd zijn. Uit die tijd dateren ook de stenen ketel voor het brouwen van bier en de broodoven,beiden nog zichtbaar in het restaurant in de zijvleugel.


Goossen Heym zal bij zijn bouwactiviteiten zeker de hulp hebben gekregen van de vermaarde bouwmeester Allard Duhamel die de leiding had van de belangrijke uitbreidingen van de St. Jan's kathedraal. Meester Allard was gehuwd met Goessen, een dochter van de kasteelheer. De oudste zoon, Jonker Jan Heym, Hoogschout, werd de heer van Maurick in 1470. Ook hij bouwde aan het kasteel met behulp van de nieuwe bouwmeester van de St. Jan's kathedraal, Jan Heyns, gehuwd met de dochter van meester Allard. Goossen en Jan Heym waren beide Zwanenbroeders, een gezelschap dat zeer actief was in de armen en ziekenzorg. Jan Heym stichtte zelf een eigen ziekenhuis in Den Bosch, het Jan Heymgasthuis. Jonker Aert Heym, zoon van Jan is de meest bekende bewoner van het kasteel. Hij was ook schepen van Den Bosch, werd spoedig hoofschout en later legeraanvoerder van de Bossche en Meierijse militie in de strijd tegen de Geldersen.

 

 

In 1527 viel hij Gelderland binnen en verwoestte het stamslot te Poederoyen van zijn beruchte tegenstander Maarten van Rossum. Toen Maarten van Rossum in 1542 weer Brabant binnenviel met een grote troepenmacht verwoestte hij Vught en plunderde het dorp. Maar "Aert Heym behielt syn huys" bericht de kroniekschrijver. Hij had zich goed verschanst achter zijn diepe gracht en zijn hoge muren. De grafsteen van jonker Aert Heym is nog te zien tegen de muur, naast de ingang van het restaurant. De jonkers Heym hielden een goed leven, ze ontvingen zeer vaak gasten en schonken hun eigen bier. Op de binnenplaats traden in de zomer acrobaten en muzikanten op en ook wel eens een berentemmer met zijn beer. Maar in de kelders onder het kasteel, daar waar nu de voortreffelijke wijnen van Maurick opgeslagen liggen was het minder prettig toeven.


De hoofschouten bewaarden er hun gevangenen, tot ze berecht konden worden in Den Bosch. De grote opbloei van kasteel Maurick viel samen met de Brabants- Bourgondische tijd. Jonker Arndt Heym, een neef van Aert, moet tweemaal zijn kasteel verlaten omdat Prins Maurits het zich toe-eigende tijdens de beide korte belegeringen van Den Bosch in 1601 in 1602. Jonker Hendrik Heym, de zoon van Arndt moet binnen de stad vluchten toen in 1629 Prins Frederick Hendrik het kasteel vorderde als zijn hoofdkwartier. De Prins woonde in de toren boven de Aert Heym- zaal, welke toren eind 1600 is afgebroken en vanwaar hij een goed uitzicht had over de belegeringswerken van Den Bosch. De Frederik Hendrikzaal, op de begane grond in het hoofdgebouw is door de Prins gebouwd en door hem en zijn aanvoerders gebruikt als kaartenkamer.
Toen de Prins daar op een dag zat te eten werd hij "over syn tafel met groff geschut gesalueerd". De kanonskogel trof de tafel en veegde alle spijzen weg. Er bleven alleen nog een paar pannenkoeken over. De Prins, geergerd, zond een boodschapper naar de commandant van de stad en beklaagde zich over deze wandaad. Anthonie van Grobbendonck, commandant van de belegerde stad bood direct zijn excuses aan en gaf de boodschapper een voortreffelijke maaltijd mee voor de prins. Den Bosch capituleerde in 1629 en jonker Hendrik kreeg zijn uitgewoonde kasteel terug. De muren rond het eiland waren gesloopt en de bijgebouwen werden hersteld met stenen muren. Jonker Hendrik koos de katholieke zijde en kreeg geen functies meer in Den Bosch. De zware belastingen en de geringe inkomsten uit zin boerderijen betekende het einde van de Heym's. Op 1 augustus 1680 wordt kasteel Maurick op last van de staten van Brabant publiek verkocht. De nieuwe eigenaar was Jaqueline Brouart, de weduwe van Jhr Mr. Christiaan van Beresteyn, heer van Geffen en pensionaris van Den Bosch. Het wapen Beresteyn-Brouart is nog te zien op de toog boven de oude ingang in de toren op de binnenplaats. De Beresteyn's hebben 200 jaar onafgebroken in kasteel Maurick gewoond. De Beresteyn's waren landjonkers, ze bekleedden geen hoge bestuurspositie in Noord Brabant. Jonkheer Thomas, de zoon, volgde op. Hij was kapitein geweest in het staatse leger en werd in 1679 rentmeester van de geestelijke goederen van Kemperland en Oisterwijk. Jonkheer Thomas huwde eerst met Dina Tromp, een kleindochter van de bekende admiraal Tromp en daarna met Johanna de Groot, een kleindochter van de rechtsgeleerde Hugo de Groot. Jonkheer Gijsbrecht, een kleinzoon van Thomas was burgemeester van Vught, werd na 1795 maire van Vught en daarna weer burgemeester. Zijn zoon jonkheer Jacob volgde zijn zoon op als burgemeester van Vught. De laatste Beresteyn welke op kasteel Maurick gewoond heeft was ook een jonkheer Gijsbrecht. Hij werd in 1880 naast zijn jong overleden kinderen bijgezet in de grafkelder, gelegen in het bos van Maurick. De overige kinderen hadden geen belangstelling voor het kasteel en helaas werd in 1884 de gehele boel geveild.

 

Twee portretten, geschilderd door Rembrandt bevinden zich nu in het Metropolitan museum te New York; het wapenbord van admiraal Tromp werd gekocht door de koning voor de verzameling van het koninklijk huis. Augustines van Lanschot, koopman en bankier kocht het lege kasteel. Ook hij moest direct het kasteel laten opknappen, op verschillende plaatsen wijzen jaartallen op deze renovaties. Zijn zoon August, was burgemeester van Vught en gebruikte het kasteel tevens als gemeentehuis. "Een groot en fraai dorp ,dat om zijn welvarend voorkomen en zijn talrijke buitenplaatsen een welverdiende vermaardheid geniet" zo beschreef de bekende wandelaar door Nederland Drs. Craandijk het dorp Vught in 1881. Maar zijn reisdoel was niet Vught, hij wilde het "fraaie" nog welbewaarde "Kasteel Maurick" bezoeken en hij werd gastvrij op het huis ontvangen. De reiziger van nu, meer dan honderd jaar later zal evenals de bezoeker van 1881 in de ban komen van de sfeer van Kasteel Maurick, waar de gastvrijheid van vele eeuwen ook nu nog in hoge eer wordt gehouden

 

 

 

 

Huize Muyserick

 

Huize Muyserick, gelegen bij de toegangspoort en zichtbaar vanaf de A2, is een mooi landhuis aan de Dommel. De villa zou al vroeg in gebruik zijn geweest als jachthuis van kasteel Maurick. Villa Muyserick was tot in de 20ste eeuw zeer luxe en fraai gedecoreerd. 

 

 

Pannenkoeken op kasteel Maurick

 

Een bekend verhaal, verzonnen of niet, is dat van prins Frederik Hendrik en de pannenkoeken. In 1629 had de prins het kasteel gevorderd. Het was zijn hoofdkwartier bij de belegering van 's-Hertogenbosch. Op een dag zat hij te eten. Ineens trof een Bossche kanonskogel de tafel. Alle etenswaren moesten worden weggegooid! Er bleven alleen nog een paar pannenkoeken over. De boze prins zond een boodschapper naar de commandant van de stad. Deze bood direct zijn excuses aan en gaf de koerier een heerlijke maaltijd mee voor de prins. Dàt was nog eens oorlog voeren.

 

 

Vroegere bewonersvan het  kasteel

 

Jan Liescap en zijn zoon Gijsbrecht begonnen rond 1355 met de bouw van een stenen toren en een woning op een eilandje bij Vught. De Liescaps hadden verstand van bouwen in water: zij waren ook betrokken bij de bouw van de vestingmuren rond 's-Hertogenbosch! Bekende kasteeleigenaars waren voorts de families Heym (ca. 1464) en Beresteyn (ca. 1680). De voorname familie Heym had het kasteel vanaf medio 15de eeuw gedurende 200 jaar in handen. Dit was een bloeiperiode voor Maurick. Op de binnenplaats hadden allerlei festiviteiten en optredens plaats. En de Heyms schonken eigen bier. Hun wapen is een rode, zespuntige ster. Deze is terug te vinden op de voorgevel van het kasteel.

 

Wapen van de familie Heym op voorgevel Maurick

Wapen van familie Heym

 

Van de Heyms is Jonker Aert Heym wel de bekendste. Een anekdote: in 1527 viel hij Gelderland binnen. Hij liet niet veel over van een kasteel van Maarten van Rossum.
Toen laatstgenoemde jaren later Vught plunderde, vreesde men het ergste voor Maurick. Maar het kasteel werd geen haar gekrenkt. Vreemd ... 
De grafsteen van de jonker is te zien tegen de muur, naast de ingang van het restaurant. Het kasteel is in bezit van de nv tot Exploitatie van het Landgoed Maurick. Informatie over de aanwezige horecagelegenheid e.d. kunt u vinden op de webstek (in aanbouw) van
Maurick.

 

 

 

Vroege bewoners Muyserick

 

 

Villa Muyserick kwam vanaf eind 19de eeuw o.m. in bezit van respectievelijk de families Van Lanschot (1909) en Philips (1934). De naam Van Lanschot associëren we -terecht- met bankieren en het burgemeesterschap (van Vught). De familienaam Philips associëren we in dit verband misschien verkeerd. Vader Philips was in de 30-er jaren directeur van sigarenfabriek 'Antonio' aan de Havensingel, hoek Halve Maanstraat in 's-Hertogenbosch. Zijn dochter zou eind 20ste eeuw helaas bekendheid krijgen als ware

zij de Bossche Anne Frank. Brieven van de in de oorlog omgekomen Fanny werden gevonden en gepubliceerd in een ontroerend boek, waarin ook historische foto's van het landgoed zijn opgenomen. Ingemetselde steen op poort van Muyserick

 

 

Een fietstochtje naar Maurick!

 

Vanuit Vught:
Steek kruispunt Glorieuxlaan met snelweg A2 ('s-Hertogenbosch-Eindhoven) over.
Volg de richting Sint-Michielsgestel. Sla na ongeveer 200 meter linksaf op de Sint-Michielsgestelseweg. Kort daarna weer linksaf. Deze weg gaat over in Reigersbosweg, die parallel loopt aan de A2. Rijd door toegang en over dijk naar kasteel.

 

Vanuit 's-Hertogenbosch:
Dit is afhankelijk van uw startpunt. Vanuit west: rijd via Vught en pik dan bovenstaande route op. Vanuit oost: rijd naar Haanwijk (zie
bereikbaarheid Haanwijk). Rijd tussen landhuis en bakhuisje door naar oprijlaan. Rijd oprijlaan uit en steek Dommel over. U bent in Halder. Sla rechtsaf Haldersebaan in. Neem na ruim 1 km de Sint-Michielsgestelseweg (rechtsaf). Volg voorts bovenstaande route vanaf 'Kort daarna weer linksaf'.

 

Soms is de auto noodzakelijk

 

Vanuit Eindhoven en 's-Hertogenbosch (A2):
Neem afrit 24 (Vught).

Komt u uit 's-Hertogenbosch, steek dan de A2 over. Komt u uit Eindhoven, dan kunt u aan dezelfde kant van de A2 blijven rijden.

Volg de richting Sint-Michielsgestel.
Sla na ongeveer 200 meter linksaf op de Sint-Michielsgestelseweg.
Kort daarna weer linksaf.

Deze weg gaat over in Reigersbosweg, die parallel loopt aan de A2.

Rijd door toegang en over dijk naar kasteel.
Parkeer uw auto op parkeerterrein naast kasteel.

Met dank aan  Ivonne Smit, 's-Hertogenbosch

 

 

 

Regina Coeli

 

Van meisjesinternaat tot chique taleninstituut

‘Bij de nonnen in Vught’ een begrip gebleven

 

door redacteur Sigrid Deters, 4 februari 2004

 

Ambassadeurs, profvoetballers, televisiesterren en de Belgische koninklijke familie hebben er een taalcursus gedaan. Taleninstituut Regina Coeli, beter bekend als 'de nonnen van Vught', is een begrip voor iedereen in Nederland die een vreemde taal wil leren. Anno 2004 zijn de nonnen verdwenen en is het oude klooster gesloopt. Toch ademt het instituut de serene sfeer uit van weleer. Toen rond de vorige eeuwwisseling in Frankrijk alle vormen van christelijk onderwijs werden verboden, zochten de zusters Kanunnikessen hun heil in Nederland. Lesgeven was al driehonderd jaar de missie van deze orde en dit werk wilde zij persé voortzetten. In de bosrijke omgeving rond Vught kochten zij in 1903 een villa en vestigden daar het meisjesinternaat Regina Coeli (spreek uit: tsjeelie).

Kwaliteit

Zestig jaar later besloot het internaat tot de aanschaf van een destijds zeer modern talenpracticum voor de meisjesschool. Zuster Maria Luykx (1904-1996), werd belast met het opzetten van het practicum. Zij vond het zonde het dure practicum buiten de lestijden niet werd gebruikt. Daarom wilde zij in de overige uren taalonderwijs verzorgen voor de eigen kring: andere nonnen uit de orde en zendelingen. Zo ontstond in 1963 het taleninstituut Regina Coeli, met aan het hoofd zuster Maria Luykx, die directrice bleef tot haar tachtigste.

 

 

Beeld bij ingang van het gebouw: "Kom onder mijn vleugels en ik leer je de talen van de wereld."

 

 

"Blijkbaar waren bedrijven onder de indruk van de kwaliteit die wij afleverden," vertelt zuster Annette Heere. Ze trad in 1953 als laatste tot de orde toe en is momenteel regionale overste van de orde Kanunnikessen. "De zendelingen die bij ons les hadden gevolgd, spraken de taal zo goed dat bedrijven binnen de kortste keren bij ons op de stoep stonden. Of hun personeel ook bij ons taaltraining kon volgen."

 

 

Leken binnen de orde


Direct na de oprichting groeide het taleninstituut uit haar voegen en trok zuster Maria leken aan om het docentencorps te versterken. Steeds minder zendelingen maakten gebruik van de kennis van de nonnen en steeds vaker kwamen cursisten uit het bedrijfsleven of van de overheid. Dat leverde soms wrijving op binnen de kloosterorde, vertelt Zuster Annette. "Doelstelling van onze orde is onderwijs geven aan minder bedeelden in de samenleving. Sommige nonnen vroegen zich af waar het met ons taleninstituut heenging, nu er alleen nog maar ambassadeurs en topmanagers rondliepen. Dan zei zuster Maria altijd: 'Ik moet rondkomen en docenten betalen.

Als we het alleen zouden doen voor de derde wereld, redt het instituut het niet.'" Zuster Annette vindt het een verbreding dat de cursisten tegenwoordig uit alle gelederen van de maatschappij komen. "Bovendien zijn goed functionerende overheden en bedrijven ook nodig in ontwikkelingslanden. Op een indirecte manier dragen we dus nog steeds bij aan de ontwikkeling van derdewereldlanden."

 

 

 

Rich and famous


Al gauw werd 'de nonnen in Vught' een handelsnaam die stond voor kwaliteit en efficientie. En voor chique. Want al sinds haar oprichting trekt het instituut de 'rich and famous', mede dankzij het beleid van directrice Maria Luykx, zegt de huidige directeur klantenrelaties Lori Thierney. "Zuster Maria eiste de hoogste kwaliteit van haar docenten, maar ook van de cursisten. Zij moesten minimaal universitair geschoold zijn en het liefst een dubbele achternaam dragen." Volgens Thierney is het instituut tegenwoordig minder elitair. "Nu kan iedereen hier een cursus volgen."

 

 

 

Kloostersfeer


Hoewel de kloosterorde nog altijd enig aandeelhouder is van het taleninstituut, is op Regina Coeli anno 2004 geen non meer te bekennen. Het oude klooster heeft plaatsgemaakt voor nieuwbouw en aan het roer van de van oorsprong door vrouwen gedomineerde onderneming staat nu een man. Toch waait de geest van de nonnen nog altijd door het instituut, meent Zuster Annette. "Er is uiterlijk veel veranderd en het instituut is mettertijd veel professioneler geworden. Maar de kern van Regina Coeli is hetzelfde gebleven. Wij zijn al sinds de oprichting van het taleninstituut zeer klantgericht. De cursist moet zich thuis voelen. Wij zorgen voor eten en logies, zodat hij zich volledig kan storten op de taal. Die sfeer is gebleven. Kwaliteit staat voorop, daarna bekommeren we ons pas om de winst."

 

 

Regina Coeli in vroegere tijden

 

 

 

De Tuin met Mariabeeld van Lourdes dat na afbraak jarenlang van mijn schoonvader is geweest (schenking van de Nonnen na afbraak van Coeli)

en nu in de tuin van de Petruskerk in Uden staat.

 

 

 

De IJzeren man in Vught (recreatiegebied)

 

 

Voor de stadsuitbreiding van Den Bosch eind 19de eeuw, werd zand gewonnen in de bossen van Vught. Dat werd gedaan door een stoommachine, die al gauw de bijnaam 'De IJzeren Man’ kreeg. Na de ontgraving vulde de grote zandput zich langzaam met grond-, wel- en regenwater en werd het duidelijk dat de plas – die inmiddels ook ijzeren man werd genoemd – niet geringe recreatiemogelijkheden had. Tegenwoordig is de IJzeren Man dan ook tot in de verre omgeving bekend als toeristische trekpleister.

 

 

Het water van het strandbad De IJzeren Man slaat bekend om zijn helderheid en zuiverheid. In het zwemseizoen wordt 2 - wekelijks het water onderzocht op onder meer zuurgraad en aanwezige bacteriën. Het strandbad loopt geleidelijk af. Voor kinderen is het veilig te spelen en te spartelen in het voorste gedeelte dat met boeien is afgezet. In het zwembadgedeelte zijn 4 dijkplanken aanwezig alsmede 3 waterglijbanen. Langs het 1 km lange strand is toezicht van gediplomeerde zwemonderwijzers. Ook is er een EHBO - post aanwezig. Er bestaat gelegenheid tot het huren van kano's, waterfietsen en roeiboten. Dit kan alleen tussen 10.00 en 17.00 uur. Er is een kleine haven voor zeilboten. Deze wordt beheerd door de Watersportvereniging De Ijzeren Man. (Er mag niet gevaren worden met boten, die aangedreven worden door een motor) Op een deel van het recreatiepark bestaat de mogelijkheid om te voetballen. Op het strand kan beachvolleybal worden gespeeld. Binnen de omheining van het openluchtbad zijn diverse attracties aanwezig zodat kinderen zich ook buiten het water kunnen vermaken zoals op speel - en klimwerktuigen, schommels, glijbanen en trampolines. Op het strand zijn twee verkooppunten ingericht waar frisdranken, snoep, ijs en etenswaren verkrijgbaar zijn. Naast spelen of liggen in het zand is het ook mogelijk om gebruik te maken van de ligweides of het terras met tafels, stoelen en parasols.

 


 

 

 

Openingstijden
 

Van eind april tot begin september: dagelijks van 10.00 tot 18.30 uur.

Bij een dagtemperatuur van 25º C of hoger zal het bad open zijn tot 19.30 uur.
 

 

 

 

 

                                                                                                           

In samenwerking met Recreatiewerk Zuidoost Nederland zullen in het seizoen diverse activiteiten georganiseerd worden voor kinderen in de leeftijdscategorie van 4 tot 12 jaar. De activiteiten vinden in het weekend plaats.
 

 

RECREATIE DE IJZEREN MAN


 

 

Boslaan 49

Vught

telefoonnummer (073 - 656 02 91 )
 
 

 

UIT HET VUGHTS VERLEDEN

 

Aan zijn landelijke schoonheid verbindt Vught ook een ver en boeiend verleden. De naam "Vught" heeft de betekenis van "vochtige plaats". Pas vanaf ongeveer 600 werden de vele moerassige gebieden in deze omgeving (Taxandrië) door klimatologische veranderingen beter bewoonbaar en bebouwbaar. De oudste bewoning moeten we zoeken in de omgeving van het Maurickplein en de Gent. Waarschijnlijk is "gent" een keltisch woord, dat riviermonding of -samenvloeiing betekent. Enkele riviertjes, waaronder de Dommel, kwamen in Vught bijeen en belangrijke wegen kruisten elkaar in deze omgeving. Hierdoor was de lokatie geschikt voor handel, en ook uit strategisch oogpunt interessant. Rond het jaar 1000 moet er al een bloeiende handel zijn geweest, wat wij mogen afleiden uit enkele oorkonden uit de eerste helft van de 11e eeuw. Hierin worden schenkingen van goederen vastgelegd, waaronder de helft van de tol en munt in "Fughte". Een ander en betrouwbaar bewijs van bewoning werd in 1957 gevonden tijdens de restauratie van de Hervormde Kerk achter de Sint Lambertustoren. Er zijn toen restanten van romaanse en prae-romaanse kerken ontdekt, waaronder een - zelfs zeer afgesleten - dorpel van een prae-romaans kerkje (ca. 1000). Rampen zijn Vught niet bespaard gebleven. In 1543 brandde door toedoen van de Gelderse krijgsoverste Maarten van Rossem veel huizen af. Door de strategische ligging had Vught trouwens vaak te lijden onder plunderingen, verwoestingen, inkwartiering, opgelegde schattingen, etc.

Van heel andere aard de eeuwenlange wateroverlast geweest. Huizen en landerijen stonden dan onder water, en het vee moest op hoger gelegen gebied in veiligheid worden gebracht, bijvoorbeeld in de oude St.Pieterskerk op het Maurickplein. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vond op 5 februari 1600 op de Vughterheide het laatste heroïsche riddergevecht in West-Europa plaats. Dit gevecht is de geschiedenis ingegaan als "De Slag van Lekkerbeetjen". Hoofdfiguren waren Gerard Abrahams van Houwelingen (alias Lekkerbeetjen) en de Franse edelman Pierre de Bréauté, die in dienst van de Staten-Generaal, de afgezanten van koning Philips bestreed. Dit merkwaardige duel heeft vele dichters en schilders geïnspireerd, getuige het grote aantal hekeldichten en lofliederen, en de vele schilderijen en gravures, die de Slag van Lekkerbeetjen tot onderwerp hebben. Kort daarna heeft Prins Maurits tweemaal pogingen gedaan Den Bosch tot overgave te dwingen. Tijdens het beleg van 1603 brandde de Vughtse St.Lambertuskerk af en stortte het koor in. Hierbij ging het dorpsarchief grotendeels verloren. De kerk is later weer ten dele hersteld.

Prins Frederik Hendrik had bij het beleg van Den Bosch in 1629 meer succes. Vanuit zijn hoofdkwartier op kasteel Maurick leidde hij de operaties en op 14 september van dat jaar moest de stad zich aan de Staatse troepen overgeven. Voor de gehele Meierij was dat het begin van ingrijpende veranderingen op politiek, kerkelijk en cultureel terrein.

 

 

 

Carnaval in Vught

 

 

Carnaval een van de belangrijkste en gezelligste feesten in Vught,

dat dan vijf dagen geen Vught meer is maar: Dommelbaorzedurp:

geregeerd wordt er dan door:

 

Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Alfredo

 

Het Carnavalsfeest wordt opgedragen aan de allerhoogste hoogwaardigheidsbekleder van Dommelbaorzedurp: Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Alfredo, telg uit het Spaanse adellijk geslacht De Nezroab e Lemmod a Lavanrac. Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Alfredo kan kortweg ook genoemd worden 'Doorluchtige Hoogheid', of nog korterweg 'Hoogheid'. En niet anders!!
Toen Frederik Hendrik, die de naam Alfredo zag als een verbastering van zijn eigen naam, in 1629 met zijn Staatse Troepen de stad 's-Hertogenbosch innam, verdreef hij ook dit Spaanse adellijk geslacht. In de jaren vijftig van de 20e eeuw was het onze eigenste Boer Brordus die tijdens een verblijf in Spanje het adellijk geslacht De Nezroab e Lemmod a Lavanrac na al die eeuwen weer ontdekte.

 


Op uitnodiging van Boer Brordus, de stichter van Dommelbaorzedurp, komt Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Alfredo (verder aan te duiden als Z.D.H. Prins Alfredo) eens per jaar met Carnaval naar zijn geliefde Dommelbaorzedurp om daarmee ondergedompeld te worden in het feest dat zijn onderdanen daar voor hem aanrichten. Vanaf 1955 wordt hem die dagen gastvrij onderdak verleend in zijn vaste Residentie, het alsmaar van lokatie wisselend Prinsenhof.
Z.D.H. Prins Alfredo is herkenbaar aan de tekenen van waardigheid die de Grootvorst hem, in aanwezigheid van de zo voltallig mogelijke Boerenadel, bij zijn installatie overhandigt.

 


Deze tekenen van Prins Alfredo's waardigheid zijn: de Keten als symbool van verbondenheid met zijn Dommelbaorzedurp; de Cape als symbool van geborgenheid voor zijn geliefde onderdanen; de Narrenkap als symbool voor de opperste zotheid; de Narrenstaf, 'Krokeledokus' genaamd, als symbool van macht over en houvast voor zijn onderdanen.
Waar Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Alfredo ook verschijnt met Carnaval: ... zijn aanwezigheid en daden zijn te allen tijde boven ieder en alles verheven!
Bij ontstentenis van de Hoogheid neemt de Grootvorst, of een door de Grootvorst aan te wijzen lid van het geslacht der Alfredo's De Nezroab e Lemmod a Lavanrac, de taak van Z.D.H. Prins Alfredo waar.

 

Het Wapen van Dommelbaorzedurp

Bekend is dat er verschillende Wapens van Dommelbaorzedurp in omloop zijn geweest. Steeds keurig in de tijd passend en telkens een relatie hebbend met het wapen van Vught. Maar geen van deze wapens zijn ooit voorgelegd aan de Hoogen Raad van Carnavalsadel. En zodoende nimmer vastgesteld; noch voor toen; noch voor nu; noch voor dan. Doch het in 1976 door Han van der Heijden ontworpen vignet voor de geel-blauwe Carnavalssjaals viel zo in de smaak, dat het is uitgegroeid tot het Dommelbaorzedurpse wapen. Dit wapen toont een gespiegeld geel-blauw baarzen vooraanzicht met uitgeklapte kieuwen en opgezette feestmuts. Het daarachter liggende fond is eveneens geel-blauw gespiegeld. Bekijkt u het wapen ondersteboven, dan ziet u al snel de vergelijking met een wapenschild. Het is dan nog maar een klein stapje om 4 hartkamers te ontdekken. Een hart dat naarmate de Carnaval nadert alsmaar sneller gaat slaan.

Hij kekt, hij kekt, 'k weet zeker de'tie kekt


Refrein
Omde de tore zo hoog is
Zie'tie mijn en zie'tie jouw
Ziet'ie dun optocht, de meziekskes
Unne lange sliert van boereblauw
En daorom zing dan en spring dan
Of dochte gij de 't nie mir kon
Och as ge muug wordt jut dun Bertus
Jouw wel op mi 't karriljon.


Couplet 1
De tore mi zun ugskes kekt ons nao
Als wij mi Carnaval tesaome lope
Ik draei ut huukske'nom, om op de mert
Mi jouw un boereborreltje te kope
En as ik buite kom dan kekt'ie wir
En lonkt de is snotdulleme un zusje
As gij dur op dun aovund nog an denkt
Gif haor dan ok van mijn'un lekker kusje.


Couplet 2
Al dage lang waar ik uit munnen doen
De keinder liepen al mi boerepetjes
Ut werk moes ik doen vur mun fesoen
Te vruug gaon feesten docht ik is nie netjes
Mar Carnaval makt kriebel in oew bloed
In bed lag ik zo nou en dan te fluiten
Ge wit ooit in de nacht nie we ge doet
Toch smeerde ik toen stiekum al mun kuiten.

 

   

 

 

 

Een van de strengst bewaakte gevangenissen 

van Nederland  ligt in Vught

 

EBI in Vught

Extra beveiligde inrichting


De Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te Vught is eigenlijk een gevangenis binnen een gevangenis. Hij is met name bestemd voor ingeslotenen die een extreem vluchtrisico vormen. Ook is de EBI bedoeld voor ingeslotenen waarvan een eventuele ontvluchting een zeer grote maatschappelijke onrust zou veroorzaken.
 
De EBI telt 24 cellen en is gevestigd in Vught.

In 1971 wijzigde de bestemming van Nieuw Vosseveld in een gevangenis voor kortgestrafte jeugdigen. Ook toen gold als uitgangspunt dat de jeugdigen via een progressief systeem een vrijer en aantrekkelijker regiem konden verwerven, maar ook konden verliezen.

 

Historie van de P.I. Vught

In 1942 bouwde de Duitse bezetter in de bossen bij Vught een concentratiekamp, Durchgangslager Herzogenbusch genaamd. Na de oorlog fungeerde het kamp als interneringsplaats voor politieke gevangenen onder gezag van het Directoraat Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging. In 1953 werd een deel van het terrein in gebruik genomen als gevangenis voor jeugdige veroordeelden met een lange gevangenisstraf.

 

   

De gevangenis voor jeugdigen bood toen nog plaats aan 120 à 140 veroordeelden. Het regiem in de gevangenis had een vrij progressief karakter. Gedetineerden verbleven over het algemeen alleen gedurende de nachtelijke uren in de cellen van het centrale hoofdgebouw. Overdag verbleven zij overwegend in verblijfspaviljoens en namen zij zelfs deel aan activiteiten buiten het gevangenisterrein. Ook het "centrale ziekenhuis" was gevestigd op het terrein van Nieuw Vosseveld. Pas in 1970 verhuisde dit naar het penitentiaire complex in Scheveningen.

 


Al in de loop van de jaren zestig en zeventig ontwikkelde de directie plannen voor vervanging van de verouderde behuizing door nieuwbouw. De plannen kregen pas in 1983 duidelijker gestalte, omdat de behoefte aan celcapaciteit begon te stijgen. Dit was een rechtstreeks gevolg van de eind jaren ’70 sterk opkomende drugscriminaliteit. In 1986/87 vond de eerste uitbreiding plaats. Het 96 cellen tellende Huis van Bewaring De Leij werd gebouwd. Hiermee werd de trend gezet voor een reeks uitbreidingen en vervangingen van verouderde gebouwen. Gelijktijdig met de bouw van "De Leij" werd ook een gebouw met 48 cellen verwezenlijkt, dat in 1988 nog eens met 48 cellen werd uitgebreid. In 1989/90 vielen de keuken, bezoekruimte en personeelskantine onder de slopershamer. Op die plaats herrees een centraal entreegebouw, compleet met onder andere een bezoekzaal, een keuken en het personeelsrestaurant.

Door om het totale complex een zes meter hoge muur te bouwen en daarbinnen een detectiehek te plaatsen, konden de tot dan aanwezige bewapende buitenposten verdwijnen. Kort daarna kreeg Nieuw Vosseveld de beschikking over een stuk grond dat tot dan bij het Molukse woonoord Lunetten behoorde. Hierop werd in 1993 unit 3 met 144 celplaatsen gebouwd. De aankoop van een stuk grond aan de noordzijde van het complex stelde het gevangeniswezen in staat om in 1995 de bouw van unit zes te realiseren, eveneens een inrichting met 144 plaatsen. In dezelfde tijd werd een oud gebouw met 24 cellen vervangen door nieuwbouw van 48 plaatsen Verslaafden Begeleidingsafdeling. Ook voor de bouw van het nieuwe administratiegebouw moesten een aantal oude barakken verdwijnen. Begin 1999 kwam de bouw gereed van de Individuele Begeleidingsafdeling, een complex met 48 cellen voor gedetineerden met een psychische stoornis. In bovenstaande opsomming ontbreekt nog de Extra Beveiligde Inrichting, beter bekend als de EBI. Naar aanleiding van een groot aantal ontsnappingen begin jaren ’90, veelal gepaard gaand met geweld en gijzeling van personeel, kreeg Nieuw Vosseveld in 1993 de opdracht het oude hoofdgebouw te verbouwen tot een Tijdelijke Extra Beveiligde Inrichting. In augustus van dat jaar kon de TEBI in gebruik worden genomen. Sindsdien hebben zich geen ontsnappingen met geweld of gijzeling meer voorgedaan. Vervolgens is op het terrein van Nieuw Vosseveld gestart met de nieuwbouw van de EBI. In 1997 kon dit 25 cellen tellende gebouw in gebruik worden genomen. In de EBI verblijven gedetineerden die extreem vluchtgevaarlijk zijn en die bij ontvluchting een onaanvaardbaar risico vormen voor de maatschappij in termen van recidivegevaar voor ernstige geweldsdelicten en/of in termen van grote maatschappelijke onrust.

 

 

Zembla filmde afgelopen zomer o.a. in de gevangenis in Vught waar het bijstandsteam wekelijks in actie moest komen. Met name op de afdeling voor gestoorden en de unit voor jong volwassenen (JOVO) komt veel agressie voor. JOVO-begeleider Maarten Schellekens: "Het is niet meer zo dat de bewaarder de autoriteit is. Er is altijd weerstand." Gedetineerde Marcel zegt: "Ik moet die bewaarders niet. Sommigen zijn herdershonden en sommige zijn okay. Maar ja, je moet er mee leven." De gevangenis in Vught heeft een intern bijstandsteam dat wordt ingezet om het personeel in hachelijke situaties te ondersteunen. Steeds meer inrichtingen zijn genoodzaakt een dergelijk team op te zetten.

 

'Nog gevaarlijker'


De bewaarders maken zich ernstig zorgen over hoe het straks moet als er twee gevangenen op één cel zitten. De overheid besloot in mei van dit jaar dat alle gevangenissen in Nederland een deel van hun capaciteit moeten uitbreiden met tweepersoons-cellen. In Vught moeten zestig cellen worden omgebouwd. In Zembla is een proefopstelling te zien. "Twee gevangenen op een cel kunnen samenspannen tegen een bewaarder. Maar ze kunnen ook elkaar te lijf gaan. Voor ons wordt het in ieder geval nóg gevaarlijker", zegt afdelingshoofd Willem Venrooij van de Vughtse gevangenis.

Samenstelling & Regie: Toni Boumans
Research: Manon Blaas

Bron: Site van P.I. inrichting "Nieuw Vosseveld"

 

GEEN COMMENTAAR

 

 

Dit waren dan wat  stukjes over mijn geboortedorp, en ik denk dat sommige dingen zijn wel een bezoekje waard zijn. Met uitzondering van de gevangenis kunt u dit alles bezoeken. Dit is nog maar een deel van de interresante dingen .

Hieronder nog wat foto's van Vught

en ik zou zeggen tot ziens dan maar

 

 

   

 

Kasteel Maurick en het Maurickplein

 

Paleis Vught (Museum)

 

Het oude centrum

 

  

Luchtfoto

 

En tot slot

Zoals velen misschien weten heeft Vught in de oorlog 1940-1945 heel veel betekent en nog . Voor diegene die het niet weten zit er in deze site ook een pagina over de oorlog in Vught  en over hetgeen zich hier heeft afgespeeld en dat niet vergeten mag worden.