De gewone jakhals of goudjakhals (Canis aureus) is een middelgrote hondachtige uit het geslacht Canis. Hij is verwant aan de zadeljakhals (Canis mesomelas) en de gestreepte jakhals (Canis adustus).

 

De jakhals heeft een kop-romplengte van 65 tot 105 centimeter en een staartlengte van 18 tot 27 centimeter. Het gewicht is 6 tot 15 kg, en de schouderhoogte is ongeveer vijftig centimeter. Vrouwtjes zijn meestal kleiner dan mannetjes.

 

De gewone jakhals heeft een dichtere vacht dan andere jakhalzen. De vachtkleur is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel met een gouden glans en een zwarte staartpunt, maar verschilt per regio, leeftijd en zelfs seizoen. Zo zijn er bijvoorbeeld geheel zwarte dieren bekend. Op de rug groeien onregelmatig zwarte en witte haren. De borst en buik zijn wittig, en de poten en de achterzijde van de oren zijn rossig of gelig van kleur. Hij is kleiner en slanker dan de wolf, met kortere poten en spitsere snuit, en een altijd omlaag hangende staart. De oren zijn echter groter.

 

De gewone jakhals is een omnivore opportunist. Hij jaagt op kleine zoogdieren (vooral knaagdieren en kleine hoefdieren zoals hertenkalfjes en kleine gazellen), kleine vogels, vissen, amfibieŽn en insecten, maar hij eet ook afval en aas en plantaardig voedsel als druiven, bessen en andere vruchten, evenals bloembollen en kalebassen. Soms achtervolgen ze grote roofdieren als leeuwen, om de resten van de jacht op te eten. De gewone jakhals kan langere tijd zonder water.

Zijn hol ligt vaak op open vlakten, verscholen tussen de begroeiing. Het is zelfgegraven of een vergroot verlaten hol. In de schemering en de nacht verlaat hij zijn hol om te gaan jagen.

 

 

Sociaal gedrag

De gewone jakhals leeft in familieverband. In het hart van de familiegroep ligt een alfa-paartje, die voor het leven bij elkaar blijven. Soms vormt zich hier een groep omheen, als volwassen jongen (zowel reuen als teefjes) in de groep blijven. Meestal leven er zo'n vijf dieren in een groep, maar hij kan maximaal uit dertig dieren bestaan. De dieren jagen samen en zorgen samen voor de jongen. Meestal mag alleen het alfa-paar zich voortplanten.

 

Het alfa-paar markeert het territorium met urine. Ze laten ook uitwerpselen achter op opvallende plaatsen, als struiken en keien, en langs de grenzen van het territorium. Met meerdere families vormen ze soms grote groepterritoria, als er tenminste ruim voldoende voedsel aanwezig is.

 

De jakhals kent een hele reeks aan geluiden, waaronder blaffen en grommen. Ook huilt de gewone jakhals als een wolf. Meestal doet hij dit 's ochtends. Verder kent de soort veel van dezelfde expressies en houdingen als wolven en huishonden.

 

 

Voortplanting

De paartijd valt in Europa in de lente, en in Oost-Afrika in oktober, tijdens het droogteseizoen. Als het teefje zwanger is, brengt de reu voedsel voor haar mee. Na een draagtijd van 63 dagen worden de pups in de zomer geboren. Er worden meestal twee tot vier jongen geboren, maar dat kan variŽren van ťťn tot negen dieren. Ze wegen bij de geboorte slechts 200 tot 250 gram.

 

Na drie weken verlaten de jongen voor het eerst het hol en eten ze hun eerste vaste voedsel. De andere groepsleden nemen dan voedsel in de maag mee, die ze voor de jongen opbraken. Na acht weken worden ze gespeend. Na vijf tot zes maanden kunnen de jongen voor zichzelf zorgen. De jakhals is meestal geslachtsrijp rond de twintig maanden.

De gewone jakhals wordt maximaal zestien jaar oud in gevangenschap. In het wild worden ze gemiddeld zeven tot negen en maximaal dertien jaar oud.

 

Hij leeft in vele milieus, maar heeft een voorkeur voor de open drogere streken met wat begroeiing, als steppen en mediterrane moerassen, savannes en halfwoestijnen, van zeeniveau tot 3000 meter hoogte. Langs dorpen en kleine steden, waar veel afval te vinden is, komt hij veelvuldig voor.

 

De gewone jakhals leeft van Noord-Afrika en het Midden-Oosten tot geheel India, Sri Lanka, Myanmar en Thailand. In Afrika is hij te vinden in de Sahara en de Hoorn van Afrika, zuidwaarts tot Noord-Tanzania.

 

 

Europa

In Europa leefde hij al lang in Turkije, Griekenland en Bulgarije en RoemeniŽ. Na 1960 zijn er ook waarnemingen in JoegoslaviŽ. Hij is Hongarije binnengedrongen en in 1987 is er een geschoten in Oostenrijk. In ItaliŽ zijn er waarnemingen uit Belluno en Treviso. Tevens zijn er waarnemingen uit het Pools-Duitse grensgebied.

 

 

Fotogalerij