Levenswijze
De luipaard leeft het grootste deel van de tijd solitair (alleen) binnen een vast omlijnd territorium. Alleen de paartijd en de periode dat de vrouwtjes jongen hebben vormen uitzonderingen hierop. Bij een teveel aan luipaarden in een bepaald gebied zou op de lange termijn het gevaar van voedseltekort ontstaan door overbejaging of verdrijving van de prooidieren.

Net als andere vertegenwoordigers van de katachtigen markeert de luipaard de grenzen van zijn territorium met urine en voorziet bomen van krabsporen.

Op plaatsen waar veel wild leeft, zijn de territoria kleiner dan in wildarme gebieden. Territoria van mannetjes zijn groter dan van de vrouwtjes en snijden vaak die van een of meer vrouwtjes.
 


Voortplanting
De beide sexen komen gedurende zes of zeven dagen samen voor de paring. Het mannetje wordt aangelokt door de sterke geur van de urine die het vrouwtje tegen de bomen sproeit. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug en bemoeit zich noch met de geboorte noch met het grootbrengen van de jongen.

De jongen komen na drie maanden op een goed verborgen schuilplaats ter wereld. De jongen zijn bij hun geboorte klein en hulpeloos en wegen slechts tussen de 430 en 570 gram.

Een worp kan uit maximaal zes jongen bestaan waarvan er slechts een of twee overleven. De dofblauwe ogen, die typisch zijn voor alle jonge katten, openen zich na negen dagen. Op dat tijdstip zijn de vlekken op het vel zo dicht bij elkaar geplaatst dat ze op het eerste gezicht een geheel vormen.
 


Voeding en jachtgewoonten
Gewoonlijk jaagt de luipaard in de ochtend- en avondschemering en gebruikt daarbij een gecombineerde sluip- en aanvalstechniek om zijn prooi te vangen. Soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld op de tak van een boom, maar meestal besluipt het zijn prooi met dodelijke rust en behendigheid. De prooi wordt gedood door een slag in de hals met de klauwen of door een beet in de nek. Vaak sleept de luipaard de prooi, die soms net zo zwaar is als de luipaard zelf, een boom in en hangt het daar hoog tussen de takken. Daar is het veilig voor eventuele prooidieven als jakhalzen en hyena's. Na te hebben gegeten gaat de luipaard naar een poel om te drinken.

De luipaard maakt jacht op een groot aantal diersoorten, van bavianen, knobbelzwijnen en middelgrote antilopen tot kleine zoogdieren en vogels. Sommige luipaarden ontwikkelen een speciale voorliefde voor een bepaalde diersoort.

 

 

Fotogalerij