En van de meest indrukwekkende dieren op de aarde is vast en zeker de olifant. Met zijn grote slagtanden, enorme oren en sterke slurf imponeert hij iedereen. De olifant is het grootste en oudste levende landzoogdier. Hij is bijzonder sterk en heel intelligent. Al duizenden jaren wordt de olifant door de mens afgericht om zwaar werk te doen.

We kennen twee soorten olifanten: de Afrikaanse en de Aziatische of Indische olifant. 
 

 

De Afrikaanse olifant

De Afrikaanse olifant is iets groter dan de Aziatische en heeft veel grotere oren. Een flink Afrikaans mannetje meet meer dan 3 m tot aan de schouders en weegt meer dan 5,4 ton. Hij kan met zijn slurf voedsel van de grond maar ook boven uit een boom pakken. De slurf wordt ook gebruikt om te drinken, te ruiken en andere leden van de kudde te groeten. In diep water wordt de slurf als snorkel gebruikt.

Vlak voor 1980 waren er ongeveer 1,3 miljoen olifanten in Afrika. Daar is nu nog maar de helft van over. Stropers doden de dieren om het ivoor van de slagtanden en de natuurgebieden waar de olifanten leven, worden bebouwd. De meeste olifanten leven nu in reservaten waar ze beschermd worden, zodat hun aantallen opnieuw toenemen. Tegenwoordig is de olifant een bedreigde diersoort en wordt de handel in olifanten en ivoor door een internationaal verdrag aan banden gelegd.
 

 

De Aziatische olifant

In de afgelegen wouden van India, China en Zuidoost-Azi leven vermoedelijk nog maar een kleine 50 000 olifanten in het wild. Een wijfje, ook wel koe genoemd, is gemakkelijk te temmen als ze tussen de 10 en 20 jaar oud is. Ze wordt dan gevangen gehouden om in de wouden te werken en boomstronken weg te slepen. Bij bepaalde gelegenheden wordt de olifant mooi uitgedost en versierd.

Een olifantenkalf weegt bij de geboorte 100 tot 120 kg. Hij drinkt tot zijn vierde jaar bij de moeder uit de tepels tussen haar voorpoten. Het olifantje blijft de eerste tien jaar van zijn leven bij zijn moeder. Op zijn 15de is hij geslachtsrijp.

 

 

Fotogalerij