Ansie's Website
 


 

 

 

 







 
 

Natuurlijk ken je Wim Sonneveld! Misschien niet zo direct van naam. Maar als je liedjes hoort zoals 'Het Dorp' (..thuis heb ik nog een ansichtkaart...) of 'Tearoom Tango' (...je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd...) ken je hem vast wel. Daarom dit stukje site over Wim. Omdat Wim een bijzonder persoon was. Een kleinkunstenaar die leefde van 1917 t/m 1974.

Wim Sonneveld was zoon van een kruidenier in Utrecht. Op 4-jarige leeftijd overleed zijn moeder in het kraambed van een broertje. In 1932 komt hij van school en wordt jongste bediende in een biscuitfabriek. Nu heeft zijn vader hem al verscheidende malen aangeboden om in de zaak te komen werken, maar Wim houdt niet van het kruideniersvak...Wim wil de mensen aan het lachen maken...

In 1924 richt hij samen met Fons Goossens een zanggroepje op, en hij treedt op op feesten en partijen. Dit gaat 2 jaar goed, tot het duo uit elkaar valt. In 1936 wordt hij secretaris administrateur bij Louis Davids, waarbij hij overdag secretaris is en 's avonds kleine rolletjes mag vervullen en chansons mag zingen in het gezelschap van Louis Davids.

In 1937 probeert hij het met een eigen gezelschap 'De Rarekiek' waarmee hij in 1938 ook mee optreedt in de Nederlandse Kolonie in Franrijk. In de periode 1938/1940 heeft hij kleine toneelrollen. Maar in 1941 waagt hij de sprong weer en begint weer zijn eigen theatergezelschap. Dit maal tot goed gevolg. Van 1941 t/m 1959 is het "Sonneveld Cabaret" berucht in Nederland. En hij groeit uit tot een waar theaterman met faam.

In 1953 wordt zijn radio creatie 'Willem Parel' uiterst succelvol op de radio bij de VARA en in 1955 volgt er zelfs een film.

Na genoeg te hebben van zijn cabaretgezelschap, en na aandringen van zijn manager waagt hij in 1960 de stap tot de musical "My Fair Lady". Het is de eerst musical in Nederland en ze spelen 700 voorstellingen in 3 jaar tijd.

Maar in 1964 komt Wim met een eigen One-man-show "Een avond met..." die uiterst succelvol verloopt. In 1966 komt zijn 2e show met Ina van Faassen. In 1969 schrijft hij zijn eigen musical "De Kleine Parade" die niet zo heel succesvol is, maar toch lekker loopt. Tenslotte komt er in 1971 nog een laatste show samen met Corry van Gorp en Willem Nijholt. Sommige zeggen dat deze laatste
show zijn beste is.

In 1974 komt zijn 2e film "Op de Hollandse toer" uit, die gigantisch flopt bij de critici, maar niet bij het publiek. Alle kritiek, en alle aandacht wordt hem te veel en na jaren last van zijn hart te hebben gehad, overlijdt Wim Sonneveld
op 8 maart 1974 in het VU ziekenhuis in Amsterdam na een tweede hartaanval...

 

 

De jeugd van Sonneveld

 

 

De voorouders van Wim Sonneveld kwamen uit het tuinbouwland rond Delft. Er is in een biografie over Wim eens beweerd dat de familie uit Valkenburg, Zuid-Holland stamde, omdat daar al in 1396 't Huis te Sonneveld' werd vermeld. Enig bewijs is daar echter niet voor te vinden.
De oudste Sonneveld in Wims familie is Dirk Sonneveld uit 1550. Deze was de vader van Pieter Sonneveld die in Maasland werd geboren. In de jaren en eeuwen daarop verhuisden de Sonneveld-afstammelingen frequent tussen Maasland, 's Gravensande, De Lier, Pijnacker, Vrijenban en Naaldwijk, maar omdat dit allemaal bij elkaar in de buurt lag, kwamen ze elkaar ook geregeld weer tegen. In zo'n besloten gemeenschap was trouwen met familie geen uitzondering. Zo trouwde Pieter Sonneveld uit 1735 met Trijntje Zonneveld in 1760, terwijl hun grootvaders broers waren. Hun kleinzoon Jan kreeg in zijn huwelijk maar liefst veertien kinderen, waaronder drie tweelingen, waarvan de helft het maar overleefde. Jans zoon Leendert trouwde eveneens met zijn achternichtje en werden de ouders van Gerrit, die op 14 november 1882 in Vrijenban geboren werd. Hij was de derde zoon in een gezin van zeven kinderen. Sonneveld was een geslacht van boeren, maar Gerrit werd timmerman. Toen hij geld genoeg had, verliet hij de ouderlijke boerderij en ging naar Utrecht, alwaar al familie van hem woonde.

 

Gerrit Sonneveld en Geertruijda van den Berg

 

Hoogstwaarschijnlijk trouwde hij voor die tijd (burgerlijk huwelijk) op 2 oktober 1907 met Geertruida van den Berg, een meisje geboren op 1 januari 1883 in Bergschenhoek (een dorp vlakbij Pijnacker), zodat ze samen naar Utrecht konden gaan. Hoewel Gerrit eerst timmerman was, werd hij later kruidenier in de Jan Pieterszoon Coenstraat 84. Na hard werken slaagde hij erin het pand van de huisbaas te kopen, zodat hij boven de winkel zijn gezin kon huisvesten.
Gerrit en Geertruida kregen zes kinderen, Catharina Helena in 1908, Neeltje in 1909 en Leendert in 1913. Op 28 juni 1917 werd Willem geboren in de kamer achter de kruidenierswinkel. Hierna kreeg Geertruida in 1919 nog een tweeling Jan en Johan. Na een bedlegerige periode stierf ze op 26 september 1922. Ze was pas 38 jaar oud.

 

Wim was op dat moment minstens vier jaar oud. Hij beschreef zijn moeder ooit als een zachte, kalme, bedlegerige vrouw met een vage hang naar artisticiteit, maar feitelijk had hij dit enkel uit verhalen. Hij kon zich haar nauwelijks herinneren, behalve op haar ziekbed in de voorkamer thuis en daarna van vluchtige bezoeken aan het ziekenhuis. Dit vond hij erg jammer, want hij had het idee dat hij waarschijnlijk een beter contact met haar zou hebben gehad dan met zijn vader, ook al zag hij ook in dat dit soort voorstellingen waarschijnlijk te idealistisch van aard waren. Uit de verhalen kwam Geertruida tevoorschijn als een "leuk mens, een dikke boerenmoeke, heel zacht, heel gevoelig, maar met een schaterlach". Ze was gauw begaan met anderen en interesseerde zich voor hen.
De genoemde hang naar artisticiteit haalde Wim uit het feit dat Geertruida soms toneelspeelde. Zij was de enige in het gezin die soms iets buitenissigs deed. Zo trok ze op verjaardagen soms een mannenjas aan om met een hoge hoed op een sketch voor een heer alleen te brengen. Een foto van zo'n moment werd door Wim gekoesterd en stimuleerde zijn fantasie dermate dat hij verzon dat zijn moeder wellicht een afstammeling was van de eerste Nederlandse actrice Adriana van den Bergh (omstreeks 1655). De meisjesnaam van zijn moeder immers ook Van den Berg. Wim zei ooit dat hij als kind meer contact had met zijn moeder dan met zijn vader, hetgeen voor een kind van die leeftijd niet zo verwonderlijk is. Hij had echter het idee dat hij meer op haar leek dan op de rest van zijn familie. Hij had niet enkel haar blauwe ogen, hij had ook haar allure en het is opvallend dat de wijze waarop er over Geertruida gesproken werd, zo op Wim zelf zou kunnen slaan. Zacht, gevoelig maar met een schaterlach en een hang naar het theater.

 Na de dood van zijn moeder ging het gezin elke zondag naar de begraafplaats om bloemen te brengen. Wim moest altijd het bloemenwater uit zo'n tuut gooien, zo'n puntige ijzeren vaas, die hij in het slootje afspoelde en dan weer met water vulde. Daar ontwikkelde hij een enorme afkeer voor slootkanten en slootjes, en eigenlijk van het hele Nederlandse polderlandschap.

 

Foto gebruikt voor een LP-hoes ontwerp
(Willem Duys Muziek-Mozaiek 8 maart 1974)

 

 

Nikkelen Nelis uit : Een Avond Met....

 

Wim Sonneveld

 

Haal het doek maar op, doe het licht maar an
Dan zal ik je eens even laten zien wat ik kan
Ach, ik weet wel dat het allemaal illusie is
But there is no business like showbusiness
En of je nou jongleert of serieus acteert
Een liedje staat te zingen of een olifant dresseert
Je kunt er toch niet buiten en al is het dan maar schijn
Nee, ik zou nooit, nooit, nooit
Nee nooit, nooit, nooit
Iets anders willen zijn

 

Conference Croquetten
(tekst: Simon Carmiggelt)

In elk theater waar je speelt is er een man die veel meer belang heeft bij de pauze dan bij de voorstelling. Overal waar je speelt, altijd komt er om half acht, zon half uur voor de voorstelling, iemand op je kleedkamerdeur kloppen om te vragen hoe laat het pauze is in verband met de consumpties. Voordat we hier in Amsterdam kwamen, hebben we in de buurt van Amsterdam een uitprobeer tournee gehad en we speelden op een avond in een klein dorpje waarvan ik de naam niet kan noemen, omdat het Amstelveen was. Ik speelde in een gymnastieklokaal met vierhonderd stoelen. Ik zat in een klein, in een heel klein kamertje aan een klein tafeltje om me te schminken toen er drie keer op de deur geklopt werd.
Tok, tok, tok! Er kwam een man binnen…. Ongelflijk. Onmiskenbaar een oververmoeide figuur uit het horecabedrijf. "Meneer Sonnefelt?" Ik zei: Ja, meneer?
"Ken u mij ook segge hoe laat t pause is?"
Ik zei: Mou meneer, half tien, vijf over half tien, dat ligt aan het enthousiasme van het publiek.
"O dankuwel, meneer Sonnefelt. Nou… t sal me benieuwe…"

Ik zei: Wt zal u benieuwen, de voorstelling?
"Nee, de voorstelling niet, dat is prima voor mekaar as meneer t doet, maar ik bedoel de cinsumpties…. Mag ik effe van uw tijd rove, gaat-u rustig door hoor met kleure, meneer Sonnefelt, gaat-u rustig door. Kijks meneer, ik sit aanstaande juni zit ik vijfentwintig jaar in dit vak meneer en je weet t nit! Neem nou de toneelavende. Op toneelavende dan hep ik hier vierhonderd man in huis meneer Sonnefelt, nou dan mag je toch rekene op tweehonderd koppe koffie. Niewaar? Dat-is strijk en set, toesjoer tselfde, virhonderd man: twhonderd koppe koffie, of soas dat in t bedrijf heet: n op twee. Behalleve, meneer Sonnefekt, as-t-er op t toneel iets gegete of gedronke wordt, want dan set ik t dubbele om. Ja meneer, hoe gaat dat, dat is logisch, niewaar, de mense in de saal die sien op t toneel iets ete, die krijge self ook trek, niewaar, en t wordt in de pause al direct vrage om gevulde koeken, sprintsen, kanos… begrijp ie goed? En dat is dan binne tien minute nee verkope geblase. Maar nou sal je toevallig tweehonderd spritse in huis neme, meneer dan k-je se de volgende dag wel aan de poes opvoere als er een drama geweest is. Want na iets droevigs wordt-er namelijk niet gegete, begrijpt-u! Mag ik nog effe fan uw tijd rove, meneer, ik zou u iets wille vrage meneer Sonnefelt, zou u niet op t toneel iets wille nuttige?" Meneer, doet u me n ll, astublieft….
"Nou eve goeie vriende hoor, Mak nog effe fan uw tijd rove? Neem dan de krokette meneer Sonnefeld".
Ik zeg: Wat zegt-ie me nou….? "De krokette! U weet niet voor wie u vanavend optreedt? U treedt hier vanavend op voor t Nt!"

Ik zeg: Wat zegt u me dr….?"

"Voort Nt! Maatschappij tot Nut van t Algemeen! Wist-u dat niet? Nou schrik dan niet meneer, want er sit maar tweehonderd man in de saal, meer lede hebben se niet. Maar een publk meneer! De fine fleur van Amstelveen. O meneer hoofdsakelijk notable. En u weet meneer, notalle dat sijn meestal kleine selfstandige niewaar, atfokate, doktore, tandartse, begrijpt-u wel. Kijks meneer, die mense die werke laat en die ete vaak niet. Dus wat doe ik as dr notable sijn meneer? Dan laat ik de slager honderd krokette brenge. En die gaan dan grif op, begrijpt-u? O dat sijn gesellige avende meneer. Dan legge die krokette beneden int vet te sputteren: Pfutte, pfutte, pfutte, de slager laat ik de se brenge, begrijpt-u? Honderd krokette legge dan pfutte, pfutte, pfutte, de notable sijn er weer denk ik bij meself. Maat wt gebeurt mij - mak nog effe fan uw tijd rove - wt gebeurt mij, meneer Sonnefelt, acht weke gelede met dieselfde notable in de saal? Dr is geen toneelvoorstelling, geen konsert, soas gewoonlijk, maar een lsing. De tweehonderd notable sijn dr weer, k hep de honderd krokette weer late brenge door de slager meneer Sonnefelt en op t toneel neemt plaats een dkter! En die man meneer, die gaat me daar een lesing houde over de meest afgrijselijke siektes. En das nog niet eens t ergste meneer, maar hij vertoont daar lichtbeelde bij meneer. En daar verschijne achtereenvolgens op het witte doek afgrijselijke swere, verschrikkelijke ope wonde….
Meneer ik staan achter in de saal te kijke en ik denk bij me eigen: daar gn me krokette. Meneer ik rn naar t toneel en ik roep tegen die man: Hee - pffft! Ja de ess wil ook niet meer want ik ben de hoektande kwijt. Meneer roep ik, ik roep tege de dokter: denk-ie een klein beetje an de krokette?! Maar ja, meneer wat wilt-u meneer, een eigensinng tiep. Gaat ijsereheinig doormeneer. Wr een sweer op t doek. Meneer ik ren naar de koffiekamer en ik seg tegen de ober: Jan, doe t vuur maar uit onder de krokette, want dat wordt niks vanavend. Nou meneer, ik hep-er acht verkocht. Ja, vandaar…. Acht krokette met dese beide hande meneer. Ik bleef met tweennegentig krokette site. En wat doet een man met tweennegentig krokette meneer? Se self opete? Ja kom nou! Nee meneer, ik hep as kind al so geleje meneer. Mijn vader sat ook in dit vak meneer. Die was ook restorateur. Die kon ook niet inkope meneer. Ach, ik hep n jugd gehad meneer…. Dge achter mekaar sate we slaatjes te ete meneer. Wke achter mekaar broodjes met rosbief, het kwam je je strot uit! En die tweennegentig krokette an me eige kinderen opvoere….? Nee meneer, daar waag ik me kindere niet an. Nee…. Daarom seg ik, meneer Sonnefelt, t sal mij benieuwe vanavond!"
Toen ik hem na de pauze even opzij van het toneel zag staan en hem aankeek, zei ik tegen hem: En?
Toen riep-ie terug: "Alle honderd verkocht meneer Sonnefelt!"
En toen slofte hij terug naar de koffiekamer.
 

 

'Foto's portret

 

Conference Opa
(tekst: Simon Carmiggelt)

Dit maak ik voor Anna. Het wordt een aardigheidje voor dr verjaardag. Ja, ik doe er nog wel een royale fles reukwater bij, hoor, want anders zou het te schamel zijn. Niet dat Anna veeleisend is of zo, hoor, oh nee, helemaal niet. Anna is stil en tevreden, dat merkte ik direct toen ik in het huis kwam, zes jaar terug. Zij zat er al twee jaar in. Mijn vrouw was komen te sterven en wat doe je dan als man alleen zijnde? Je gaat lopen rommelen. En je komt in een kroeg en dat is niks waard. Ik ben in die kroeg ook nog lid geworden van een hengelvereniging, maar dat is heleml waardeloos. Want weet je wat het is: als je met een rijksdaalder naar de markt gaat, dan koop je net zoveel vis dat ken je niet weg trmmen! En bij zon hengelvereniging kost elk scharretje een daalder. Nou, dan ben ik maar opgehouden met rommelen en ik ben in het huis gegaan, rustig, ik hou van rust. Anna ook, dat zag ik direct toen ik in het huis kwam, zes jaar terug. Ik dacht meteen dat is mijn type. Zo zou Anna bijvoorbeeld ook nooit klagen en er wordt wat afgekankerd in dat huis hier. Neem nou alleen dat eten maar eens. Van de week waren de worteltjes niet goed gaar. Had u ze eens moeten hren, het leek de Russische revolutie wel! En de zaalwachter die belde nog naar de keuken en die zei: De wortels staan overend en de mannen k. He, die ouwe kerels worden sacherijnig. Ik ben helemaal niet sacherijnig, ik ben zeer lustig van aard. Anna ook, dat zag ik direct toen ik in het huis kwam, zes jaar terug. Anna houdt niet van televisie. Want, weet je wat het is, avonds na het eten dan kruipt de hele rot troep bij de televisie en dan vertonen ze altijd eerst een film over een heel ver heet land met zwarte mensen, die verrekken van de honger. En dat laten ze allemaal zien na het eten. Ja, dan komt er daarna altijd een knul met een gitaar of een meid met een oekelullie en die doen dan net of er niets aan de hand is in de wereld. Nee, ik ga ver weg van de televisie af zitten met een koppie thee en een leesboek. Net als bij mijn vrouw zalige. Ik ben 62 jaar getrouwd geweest. Oh, dat was een brave vrouw. Ik wil er dan ook niks van zeggen. Mar ja… Als je zo lang getrouwd bent, dan denk je wel eens bij je eigen: Mijn vrouw, eh, mijn vrouw, is een mooi boek, maar ik heb het al uit.
Maar toch mis ik mijn vrouw af en toe. Weet u waarin? Ik heb zestien kinderen en tweendertig kleinkinderen en zevenenveertig achterkleinkinderen. O, er ken er eentje bijgekomen wezen onderlaatst. Ik ken het ook niet meer bijhouen. Maar mijn vrouw was er zeer, zeer behendig in. Die zei dan: Kom, Willem, we moeten vanmiddag naar Henk en Marie, want Jopie is jarig. Jopie is er een van die zevenenveertig. Maar als ik alleen ben dan ken ik het niet meer onthouen, ze motten me waarschuwen. Affijn, dat doenne ze dan ook. Van de week werd er dan ook nog opgetelefoneerd. Ik zeg in het apparaat: Hallo! Toen hoor ik aan de andere kant: Opa je spreekt met Monique. Dan denk ik, verrek wie is dat nou weer? Dat bleek dan mijn kleinschoondochter te zijn. Ja, die waarschuwde me voor een verjaardag. Ze doen het allemaal. Ze kopen ook het cadeautje voor Opa. Want die rotzooi die ze tegenwoordig in de speelgoedwinkels verkopen, daar ken ik geen chocola van maken. Vroeger gaf je een meid een pop en een jongen een timmerdoos. Maar tegenwoordig moet het allemaal elektriek wezen. Het gaat mij te hoog. Maar het cadeautje daar zorgen de moeders dan voor. Die geven het mij bij de deur in mn hand. Ja, ik hoef het alleen maar af te geven. Ik weet niet eens wat er in zit. En als ze het openmaken, dan weet ik helemaal niet meer wat er inzit. Maar mijn vrouw, mijn vrouw vroeger geleidde mij daarin. Nou kom ik zon kamer binnen, vol met nazaten., en die kinderen veranderen ook elk ogenblik. Dan denk ik wel eens: Wie is nou Jopie en wie is nou Jaapie? Ik zal doodvallen als ik het weet. En ik heb nou een nieuwe methode bedacht. Ik blijf met mn pakkie in de deur staan. En degene die dan op me afkomt is de jarige. Je krijgt dan een handje en een zoentje en dan krijgt-ie zn cadeautje. Maar vorige week had ik een verkeerd kereltje te pakken. Die was helemaal niet van mij. Maar hij kwam nou eenmaal het eerste op me af. Dus ik geef hem een handje, ik geef hem nog een zoentje en zn cadeautje en hij verdomde het om het terug te geven. En de chte jarige huilen! Mn kleinschoondochter nog aardig kwaad ook. Ach, ik ben te oud voor die rotzooi. Maar er is n verjaardag, die ik nit zal vergeten, dat is de verjaardag van Anna. Morgen. En wat zal ze blij zijn als ze dit van mij krijgt.

 

 

Conference Dienstmededelingen op het Centraal Station
(tekst: Simon Carmiggelt)

En weet u wat ik nou doe? Ik ga 'smorgens in Amsterdam naar het Centraal Station, ik ga op het eerste perron zitten, breeduit met een kopje koffie en dan kijk ik naar de vertrekkende treinen! En dan ben ik z blij dat ik niet mee hoef, h. En dan luister ik naar de dienstmededelingen. Die zijn vaak zo blijmoedig. 'Hallo, hallo, hier volgt een dienstmededeling voor wagenmeester Gerritsen, hallo, hallo wagenmeester Gerrittsen u hoeft niet naar het westelijk eiland.' Nou, dan zit ik te genieten h. Dan ben ik z blij voor meneer Gerritsen h. Trouwens ook voor mevrouw Gerritsen, hoor! Dan zijn er ook dienstmededelingen waar je niks van snapt: 'Hallo, hallo hier volgt een dienstmededeling voor rangeerder Havermans. Rangeerder Havermans, het plok is over.' En weet u dan dat ik blijkbaar de enige ben, die denkt: H, is het plok over? Weet u dat dat niemand iets kan schelen, of het plok over is? Weet u dat? Weet u dat iedereen gewoon doorloopt met zijn bagage? Trein in, trein uit. 'Plok is over! Ach wat kan het jou ook schelen!' Maar als zo'n luidspreker nou eens zou roepen: 'Hier volgt een mededeling voor de heer Van Dijk in de tweede klas wachtkamer. Wil de heer Van Dijk die in de tweede klas wachtkamer nu al een half uur tegen zijn vrouw zit te zaniken, eindelijk zijn vervelende smoel houden.' Dan zou je eens zien hoe ze opkeken.

 

 

Foto's Cabaret

 

 

Liedjes

 

Aan de Amsterdamse grachten

Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land

Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn

Er staat een huis aan de gracht in oud Amsterdam
Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam
Nu zit een vreemde meneer in 't kamertje voor
En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor

Aleen de bomen, de bomen, hoog boven het verkeer
En over het water gaat er een bootje net als weleer

Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land

Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn

Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn
 

 

Catootje

Ik ben met Catootje naar de botermarkt gegaan
Naar de botermarkt gegaan
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou

En ze maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een wafelvrouw
Een wafelvrouw pardoes
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een toverheks
Een toverheks pardoes
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een kastelijn
Een kastelijn pardoes
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een barones
Een barones pardoes
"In de suite, in de suite", zei de barones
"In de suite, in de suite", zei de barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een lichtmatroos
Een lichtmatroos pardoes
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de barones
"In de suite, in de suite", zei de barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een dikke meid
Een dikke meid pardoes
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de barones
"In de suite, in de suite", zei de barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

En ze maakte van boter een ouwe heer
Een ouwe heer pardoes
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig", zei de ouwe heer
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig", zei de ouwe heer
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de barones
"In de suite, in de suite", zei de barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

Ik ben met Catootje naar de botermarkt gegaan
Naar de botermarkt gegaan
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou

"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de lichtmatroos
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen", zei de wafelvrouw
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken", zei de toverheks
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei de kastelijn
"In de suite, in de suite", zei de barones
"In de suite, in de suite", zei de barones
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig", zei de ouwe heer
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig", zei de ouwe heer
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei de dikke meid
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

 

 

Discografie

 

 

 

Huizen van Wim Sonneveld

 

Geboortehuis van Wim Sonneveld, waar ook de kruidenierszaak van zijn vader gevestigd was, de Jan Pieterszn Coen straat 84 in Utrecht

 

Begin januari 1936 verhuist Sonneveld naar Amsterdam,

waar hij een kamer vindt bij Els Wielinga die op Westermarkt 9 woont.

 

Westermarkt 9, afgebroken

 

Een half jaar later, op 29 september betrekt hij samen met Huub een etage op de etage van de Prinsengracht nummer 826. Volgens het archief van Amsterdam is dat bij de heer Gaalman, in andere bronnen wordt de familie Berndsen genoemd.

 

In september 1939 verhuist Sonneveld naar de Oudezijds Voorburgwal 57

 

Circa 1951 ging Wim met Huub op Keizersgracht 744 wonen. Bovenstaande foto laten de huizen 740-750 zien.

 

Circa 1956 ging Wim op de Reguliersgracht 40 wonen.
Bovenstaande foto laten de huizen 52-40 zien.

 

Het huis van dichtbij. Het huis rechts staat niet op de Reguliersgracht. Het pand werd later aan Alfred Heineken verkocht.

 

Wim voor Reguliersgracht 40

 

 

Foto's Begrafenis

 

 

Portretfoto's

 

Krantenknipsels over Wim Sonneveld

 

 

 

 






 




 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 



Designed by Luvdalot Graphics

©Luvdalot Graphics & Design, 2003-2005