Zweden

 

Zweden is een prachtig, dunbevolkt land in het noorden van Europa, met ruim negen miljoen inwoners op een oppervlakte van bijna 450.000 vierkante kilometer (bijna elf keer de oppervlakte van Nederland).

 

 

De bevolking is echter zeer onevenwichtig over het land verspreid: in het uiterste noorden vind je slechts 3 inwoners per vierkante kilometer, maar in de agglomeratie Stockholm is de bevolkingsdichtheid ruim 80 keer zo hoog.
In de Zweedse hoofdstad wonen iets meer dan 700.000 mensen; tel je alle voorsteden mee, dan kom je zelfs op ongeveer 1,8 miljoen inwoners. Ruim 80% van alle Zweden woont in een verstedelijkt gebied.

 

Volk en cultuur

Zweden is met negen miljoen inwoners een dunbevolkt land. Bijna 85% van de bevolking leeft in stedelijk gebied. Tot de Tweede Wereldoorlog was de Zweedse bevolking erg homogeen, maar dat is de afgelopen vijftig jaar sterk veranderd. Vluchtelingen uit Oost-Europese landen vonden een nieuw thuis in Zweden. In de jaren vijftig kwamen daar gastarbeiders uit Finland bij, gevolgd door Zuid-Europeanen, en in de jaren '70 nam Zweden veel vluchtelingen op uit Latijns-Amerika en Vietnam. Nu bestaat ruim 90% van de bevolking uit Zweden, 2,5% is Fins en de rest is een mix van allerlei nationaliteiten. In het uiterste noorden wonen ongeveer 15.000 Samen (Lappen) met een eigen taal en cultuur.

Die toevloed van andere culturen heeft het traditioneel gereserveerde Zweedse volk wat opener gemaakt. Zweden komen in eerste instantie afstandelijk over, maar dat heeft alles te maken met hun eigen behoefte aan privacy, die ze anderen ook gunnen. Je niet bemoeien met andermans zaken staat niet alleen hoog in het politieke vaandel, maar geldt ook privé. Ruim veertig jaar ononderbroken sociaal-democratisch bestuur heeft zijn sporen nagelaten. Het land kent nauwelijks klassenverschillen: er wordt wel gezegd dat alle Zweden tot de middenklasse behoren. Zweden was een van de eerste landen met een nationale ombudsman, die moet waken over de gelijke behandeling van iedereen.

 

 

Zweedse feestdagen

De meeste grote feesten in Zweden hebben te maken met het wisselen van de seizoenen. Op 30 april wordt ieder jaar de terugkeer van de lente gevierd in de Walpurgisnacht. Overal worden dan grote vuren ontstoken. Dit is al een oud gebruik dat was bedoeld om boze geesten terug het bos in te jagen. Het vee kon de volgende dag dan veilig de wei in worden gestuurd. De eerste zaterdag na 20 juni is het Midzomernachtfeest, waarbij rond de meiboom wordt gedanst en gegeten.
 

Op 13 december wordt in Zweden gevierd dat de dagen snel weer zullen lengen. Een meisje (Lucia) in een lange witte jurk en een rode sjerp leidt een stoet kinderen. Op haar hoofd draagt ze een krans met brandende kaarsen, als teken van het licht. De intocht van Lucia in Stockholm wordt rechtstreeks op televisie uitgezonden.

Een heel aardig aspect van de vrijheidslievende Zweedse samenleving is het Allemansrecht: Allemansrätten. Het is het recht om overal te gaan en staan waar men wil. Het ontstond in de tijd dat er nog maar weinig wegen waren en altijd de kortste route werd genomen. Uiteraard geldt dit recht op voorwaarde dat je geen overlast of schade veroorzaakt.

 

 

Eten en drinken

De Zweden eten vaak Köttbullar, kleine gehaktballetjes met aardappelpuree en een schep jam. De karakteristieke smaak komt van een speciale kruidenmix.
 

 

Ärtsoppa med Pannkakor, oftewel erwtensoep met pannenkoekjes, is een traditioneel gerecht op donderdag. De pannenkoekjes worden besmeerd met –alweer– jam.

Bij het Midzomernachtfeest (de eerste zaterdag op of na 20 juni) worden de eerste nieuwe aardappelen gegeten met haring en zure room.

In augustus is het tijd voor rivierkreeftjes, die worden geserveerd met brood, boter en kruidenkaas. Er is zelfs een feest gewijd aan de Kräftskiva.

Smörgåsbord is niet zozeer Zweeds als wel Scandinavisch. Het bestaat uit een enorme hoeveelheid koude en warme gerechten. Veel verschillende soorten vis, vlees, pasteitjes en salades.

Alcohol is duur in Zweden en sterke drank alleen verkrijgbaar in staatswinkels. Daar komt langzaam verandering in onder druk van de Europese Unie, maar voorlopig blijft het nog lonend om zelf thuis alcohol te stoken. Deze "huisdrankjes" zijn niet altijd van goede kwaliteit en geregeld belanden mensen in het ziekenhuis met vergiftigingsverschijnselen.
 

 

Geschiedenis

Zweden heeft in de geschiedenis van Europa een opmerkelijke rol gespeeld. Zo woonde in het zuiden van wat nu Zweden is een opmerkelijk volk: de Goten.

 

De Goten

Deze Goten waren behoorlijk ondernemend. Ze trokken de Oostzee over en vestigden zich in Polen en Oekraïne. Later trokken ze verder naar de noordkust van de Zwarte Zee en via de Balkan naar Italië, het zuiden van Frankrijk en Spanje. Ze waren verdeeld in Westgoten en Oostgoten, die de macht nu eens broederlijk deelden en die dan weer betwistten.

 

In de 9e eeuw trokken Goten onder aanvoering van de legendarische Rurik naar Novgorod en samen met de Goten in Kiev legden ze de grondslag voor het Russische Rijk. Veel geografische namen in Zuid-Zweden herinneren aan dat oude volk (Göteborg, Gotland, het Göta-kanaal).

Al voor ze Europa introkken, dreven de Goten internationale handel. Zo haalden ze brons uit Duitsland en leverden zelf barnsteen, dat zeer gewild was bij de Romeinen.

Die Romeinen gaven het gebied de naam Scandinavië, wat is afgeleid van Skåne, nog steeds de naam voor het uiterste zuiden van Zweden.

 

 

De Zweden

Ten noorden van de Goten woonden de Zweden (Svear). Terwijl in de rest van Europa grote volksverhuizingen aan de gang waren, kwamen zij nauwelijks in beweging. Ze bewoonden dan ook vruchtbaar land en waren in staat dat succesvol te verdedigen en uit te breiden. Eerst drongen ze de Finnen verder naar het noorden en in de 8e eeuw onderwierpen ze de achtergebleven Goten in het zuiden. Het rijk van de Zweden heette oorspronkelijk Svearike; later werd de naam verbasterd tot Sverige. Machtscentrum van deze eerste Zweedse staat was Uppsala.

De Zweden bekeerden zich tot het christendom en in de 12e eeuw ondernam koning Erik IX een reeks kruistochten tegen de heidense Finnen.
Die waren overigens niet alleen religieus getint, maar ook bedoeld om de buren een lesje te leren: de Finnen plunderden geregeld plaatsen aan de Zweedse kust. Pas in 1323 werd Finland veroverd; het land zou daarna tot 1809 een deel van Zweden blijven. Onder de opvolgers van Erik IX waren de Zweden allesbehalve een eensgezind volk.

Vijanden van de koning riepen de hulp in van de Deense koningin Margrethe I. Haar leger versloeg de Zweden in 1389 bij Falköping. Acht jaar later verenigde ze Zweden, Noorwegen en Denemarken in de Unie van Kalmar.
Die Unie was aanvankelijk een succes, maar niet voor lang. Zweedse boeren kwamen veel in opstand tegen de uitbuiting door hun eigen adel en de Deense landvoogden. Toch was het de adel die uiteindelijk Zweden zou bevrijden van het Deense juk. Gustav Wase, die in 1520 in Denemarken gevangen was gezet, wist te ontsnappen en leidde een nieuwe opstand in Zweden. Hij werd in 1523 tot koning Gustav I gekroond.

 

 

Zweedse bloeiperiode

Onder Gustav I en zijn opvolger Gustav II Adolf kwam het land tot bloei en werd Zweden een grote Europese mogendheid. Het Zweedse leger rukte op van Rusland en Polen tot diep in Duitsland. Het joeg ook de Denen uit de zuidelijke provincies van Zweden. Niet dat de inwoners van die provincies daar blij mee waren. Er zou nog jaren een guerilla-oorlog woeden tegen de Zweedse veroveraars. Maar het doel was bereikt: Zweden beheerste de Oostzee en de handel daar. Via in- en uitvoerheffingen werd de Zweedse schatkist gespekt.

 

 

Einde van de Zweedse glorietijd

Onder koning Karl XII (1697-1718) kwam er een einde aan de Zweedse glorie. Nadat de Zweden in 1709 door de Russische tsaar Peter de Grote volledig waren verslagen, werd het land van alle kanten aangevallen. Bij de Vredes van Stockholm (1719) en Nystad (1721) moest Zweden alle gebieden aan de overkant van de Oostzee opgeven, op Finland na. Nog was het niet afgelopen met de vijandelijkheden. Van 1741 tot 1743 voerde Zweden weer oorlog tegen Rusland. Het resultaat was rampzalig: het zuiden van Finland werd Russisch.

Onder Gustav IV Adolf verloor Zweden de rest van het Finse grondgebied aan Rusland. De Zweedse Riksdag (parlement) nam dit niet en zette de koning af. Zijn opvolger Karl XIII bleef kinderloos, maar adopteerde de Franse maarschalk Jean-Baptiste Bernadotte als zoon. In 1818 besteeg hij als Karl XIV Johan de troon. Zo komt het dat Zweden tot op de dag van vandaag een koningshuis heeft van Franse afkomst. Karl XIV Johan was ook koning van Noorwegen, omdat zijn vader die titel in 1814 al had gekregen. Deze zogeheten "personele unie" zou tot 1905 blijven bestaan. Er brak voor Zweden een rustige tijd aan, waarin liberale stromingen een kans kregen en het land een politiek nastreefde van strikte neutraliteit. Daardoor bleef Zweden buiten de twee wereldoorlogen.
 

 

Moderne politiek

In 1918 werd in Zweden het algemeen kiesrecht ingevoerd en twee jaar later kreeg het land voor het eerst een sociaal-democratische regering, die slechts voor enkele jaren door een liberaal kabinet werd afgelost. Van 1932 tot 1976 zijn de sociaal-democraten onafgebroken aan de macht geweest. In deze periode kwamen de sociale hervormingen tot stand, waardoor Zweden een model-verzorgingsstaat werd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de houding van Zweden omstreden. Het land stond toe dat Duitse verlofgangers vanuit Noorwegen over Zweeds grondgebied reisden. Dat was nogal in tegenspraak met de neutraliteit van Zweden. Aan de andere kant hielp het land het Rode Kruis door wittebrood te leveren, dat boven Nederland werd gedropt tijdens de hongerwinter van 1944-45. Omdat Zweden niet rechtstreeks bij de Tweede Wereldoorlog was betrokken, hoefde het zich niet bezig te houden met wederopbouw. De verzorgingsstaat werd rustig verder ontwikkeld, overigens gefinancierd door stevige belastingverhogingen. Na de oorlog trad Zweden toe tot de VN en de Europese Vrijhandels Associatie, maar de strikte neutraliteitspolitiek verhinderde aansluiting bij de NAVO en de Europese Gemeenschap.

In 1976 was het (tijdelijk) gedaan met de macht van de sociaal-democraten. Het land was weliswaar een verzorgingsstaat geworden, maar de Zweden hadden forse kritiek op de hoge belastingoffers die ze daarvoor moesten brengen. Ze waren bovendien de enorme bureaucratie beu. Al in 1982 keerden de sociaal-democraten terug in de regering, onder leiding van Olof Palme. Hij was een pleitbezorger voor de Derde Wereldlanden en een voorstander van wereldwijde ontwapening.

Olof Palme werd in 1986 op straat doodgeschoten. Drie jaar later werd een drugsverslaafde crimineel voor de moord veroordeeld, maar hij werd in hoger beroep vrijgesproken. Na de moord op Palme veranderde de traditionele Zweedse neutraliteitspolitiek. Het land zocht toenadering tot de Europese Unie. In 1991 werd het lidmaatschap aangevraagd en vier jaar later trad Zweden toe tot de EU.

 

 

Bezuinigingen

Intussen belandde het land in een economische crisis. De werkloosheid liep hoog op en de conservatieve regering van premier Carl Bildt voerde straffe bezuinigingen door. Ook werd een begin gemaakt met de privatisering van staatsbedrijven. De sociaal-democraten, die in 1994 het roer weer in handen kregen, waren gedwongen door te gaan met bezuinigen. Zo werd de Zweedse verzorgingsstaat iets minder verzorgend door kortingen op uitkeringen. Dat was in strijd met de verkiezingsbelofte van de sociaal-democraten, waardoor ze bij de verkiezingen van 1998 zwaar verloren. Toch bleven ze regeren in een minderheidskabinet met steun van de Linkse Partij en de Groenen.

In 2002 kregen de sociaal-democraten weer vertrouwen van de kiezers, maar niet voldoende om alleen een regering te vormen. Omdat premier Göran Persson niet wilde regeren met een anti-Europese partij als de Groenen, bleef hem niets anders over dan opnieuw een minderheidsregering te vormen. Persson is een sterk voorstander van invoering van de euro, maar in een referendum daarover in 2003 stemde een meerderheid van de Zweden tegen.

 

 

Economie

Zweden heeft zich de afgelopen honderd jaar ontwikkeld van overwegend agrarisch land tot hoog-geïndustrialiseerde samenleving. Het is een rijk land met een hoge levensstandaard. Ondanks de bezuinigingen sinds de jaren '80 staat de sociale zekerheid nog steeds op een hoog peil. De grondlegger van de Zweedse industrie is een Nederlander! Louis de Geer begon in de 17e eeuw met een ijzergieterij, die de basis werd van een grote wapenindustrie. In 1641 werd hij in de adelstand verheven. De Nederlandse ambassade in Stockholm is gevestigd in een huis dat werd gebouwd in opdracht van deze De Geer.

De kracht van de Zweedse economie ligt in haar verscheidenheid. Op basis van de traditionele hout-, ijzer- en staalindustrie konden zich hooggespecialiseerde bedrijven ontwikkelen. Denk daarbij aan de wereldberoemde Zweedse meubels (Ikea), de auto- en vliegtuigindustrie (Volvo, Saab), technologie (Ericsson) en elektronica (Electrolux). Zweden is rijk aan bodemschatten, waarvan ijzererts het belangrijkste is. De rijkste ijzermijnen liggen bij Kiruna in het noorden.

Overigens is die mijnbouw niet zonder problemen. Door de winning van ijzererts dreigen er scheuren in de aarde te ontstaan, waardoor Kiruna mogelijk gevaar loopt. Om daaraan het hoofd te bieden is voor een drastische oplossing gekozen: Kiruna wordt in zijn geheel afgebroken om ergens anders te worden herbouwd. Bosbouw is vanouds een van de pijlers van de economie. De meubelmakers en de papierindustrie danken hun bestaan daaraan. Zweden exporteert grote hoeveelheden papier, karton en houtpulp.

 

 

Toerisme

In 2004 bezochten acht miljoen buitenlanders Zweden, voornamelijk uit omringende landen als Denemarken, Noorwegen, Finland en Duitsland.
Opvallend is dat ongeveer de helft opgeeft voor zaken naar Zweden te komen, niet voor vakantie. De vier miljoen vakantiegangers komen bovendien voornamelijk in de zomer. Zweden wordt vooral aangedaan om de steden te bezoeken. De topbestemming is Stockholm, gevolgd door Malmö en Göteborg.

 

]

 

Gek genoeg trekt de Zweedse natuur veel minder toeristen, zeker in vergelijking met buurland Noorwegen. Het land heeft er genoeg mogelijkheden voor: avontuurlijke kanotochten, visvakanties, trektochten, en –in het noorden– sneeuwscootersafari’s en hondensleetochten. De Oostzee-eilanden Gotland en Öland zijn populair, ook onder de Zweden. Er heerst een zeer mild klimaat. Een bijzondere ervaring is de Xero Experience in Kiruna. Een vliegtuig maakt vanaf 9000 meter hoogte een vrije val van 3 kilometer. Daarmee wordt gewichtloosheid nagebootst. Het is de enige plek in Europa waar toeristen de sensatie van gewichtloosheid kunnen ervaren. Tegen een forse prijs, dat wel.